maandag 21 juli 2014

9.Vestiging Proto-Feniciërs.

 
 
          1.2.    De vestiging van de proto‑Feniciërs aan de Levant.
 
          Byblos werd de eerste grotere stad van de Levant van de proto‑Feni‑
          ciërs. Van daaruit ontwikkelde zich een zeevaart langs de kust, naar
          Cyprus, op Egypte en zuidelijk Klein‑Azië. Voordat het zo ver was, dat
          de proto‑Feniciërs zich op zee waagden, vond echter een zeer geleide‑
          lijke omschakeling plaats van veeteler naar koopman/handelaar en verder
          naar zeevaarder. Een zeer gunstige "push"factor naar de zee, was de
          aanwezigheid van immense cederwouden op de flanken van het Libanonge‑
          bergte. De grote voorraad hout maakte het relatief gemakkelijk om tot de
          bouw van schepen te komen. Zeker het cederhout leende zich uitstekend
          voor het bouwen van stevige zeewaardige schepen.
          Men heeft reeds resten van Byblos uit het jaar 4500 aangetroffen. Toen
          was het echter nog een onaanzienlijk dorp. Ongeveer duizend jaar later
          ontstaat pas iets als een stad, waarin het volk van de Giblieten is
          komen te wonen. Deze stad had een eigen afwateringssysteem. De Giblieten
          leefden van de visserij, maar langzaamaan ging men ook over op zeevaart
          en handel.
          Byblos ligt ongeveer 40 km ten noorden van het huidge Beiroet. De naam
          Giblieten is afgeleid van "Gablu", wat berg betekent. Een van de
          koningen is Ahiram, wiens zoon Ithobaäl zorgde voor een praalgraf,
          waarop een inscriptie voorkwam met de waarschuwing aan grafschenners het
          vooral niet open te breken. Het is onzeker, of de Giblieten aldaar van
          oudsher gewoond hebben, of dat zij proto‑Feniciërs zijn, die zich
          aldaar met de oorspronkelijke bevolking vermengden. Indien dat laatste
          het geval is, dan vond reeds vroeg een eerste versmelting van meerdere
          volkeren aan de Levant plaats.
                              Opmerkingen:
                              ‑Nog steeds noemen de Libanezen zich "mensen van de
                               bergen"(=Ahl al‑Jabal). Hieraan ontleent ook Byblos
                               zijn naam:Jbail=Gablu.
                              ‑De resten van Byblos werden in 1860 na Chr.door
                               E Renan ontdekt(zie:Mission de Phénicie 1864).
                              ‑De eerste grote opgravingen vonden plaats in 1919
                               na Chr. o.l.v.P Montet.
                              ‑Zie:Ancient Byblos Reconsidered; Nibbi
                               Alessandra;Oxford, DE Publications, 1985.
                              BYBLOS:
                              5000‑4000 neolithische nederzetting.
                              De inwoners doen aan landbouw,veelteelt en visserij.
                              Kenmerkend is de visgraat‑keramiek.
                              3500‑3100 chalcolithische nederzetting.
                              Er zijn relaties met Mesopotamië>>zie de bewerkte
                              ivoren pot, die de stijl van Ur heeft.
                              3100‑2900 proto‑urbane nederzetting.
                              De L vormige tempel en de tempel van de dame van
                              Byblos komen tot stand. De handel bloeit op.
                              2900‑1300 nederzetting uit de vroege bronstijd.
                              Omstreeks 2600 zijn er relaties met Egypte. Byblos
                              komt voor in de mythe van Isis. Ook zijn er relaties
                              met Ebla. Byblos importeert ruwe metalen, textiel,
                              parfum, vee en voedsel en exporteert linnen en afge‑
                              werkte metalen objecten.
                              Omstreeks 2000 is er geen relatie met Egypte meer,
                              waardoor in de "Lamentaties van Ipu‑wer" klinkt:
                              "Vandaag gaan geen zeilen meer naar het noorden naar
                               Byblos. Hoe krijgen we nu ceder voor onze mummies?"
                              Oorzaak is naast interne Egyptische twisten de inval
                              van de Amorieten.
                              Omstreeks 1900‑1800 komt de handel met Egypte weer
                              op gang. Sinuhe (Eg) beschrijft:"Ik ging naar Byblos
                              en kwam te Qedem en bleef daar 1½ jaar."
                              In deze tijd ontstaat de tempel van de obelisken.
                              In de 18e eeuw is er ook een relatie met Mari.
                              In de 17e eeuw volgt de inval van de Hyksos.
                              ThutmosisI (1525‑1515) herstelt de macht van Egypte.
                              BASSIT (RAS EL BASSIT).
                              Zie:Bassit; P Gourbin in Syria LXIII 1986 (Map 38.3.1)
                                  La céramique à engobe rouge de l'age du fer à
                                  Bassit; F Baemer in Syria LXIII 1986 (Map 38.3.2)
                              Bassit is een plaats op de kust van Syria even ten
                              noorden van Ras Shamra en ten zuiden van de berg
                              Cassius. P J Riis vindt in 1969 na Chr een voorwerp,
                              dat dateert uit circa 400. Verdere onderzoekingen
                              hebben aangetoond, dat de plaats al voor 1000
                              bestond. Diverse vondsten wijzen verder op relaties
                              met Kition, Tyrus, Sukas en Al Mina.
 
ncfps