maandag 21 juli 2014

2.Voorwoord.

 

          VOORWOORD

 
          De Feniciërs waren eigenlijk een heel vredelievend volk. Een handjevol
          bedoeïnen aan de kusten van de Middellandse Zee, die zich tegen alle hen
          omringende grotere mogendheden bleven verzetten en dat lange tijd met
          succes.
          Alleen de laatste en tevens grootste mogendheid van de oudheid werd hen
          noodlottig. De kleine David, die zoveel Goliath's om de tuin leidde.
          Daar gaat veelal de symphatie naar uit. Er ligt een paralel met de
          Hollanders uit de 16e en 17e eeuw. Ook dat waren slechts een handjevol
          boeren (geworden), die de zeeën gingen bevaren, de grootste handelsnatie
          van hun tijd werden en en passant grote mogendheden als Engeland,
          Frankrijk en Spanje wisten te weerstaan totdat een consul Bonaparte als
          een ware Scipio het kleine landje degradeerde tot een wingewest. De
          Hollanders zijn in vele opzichten vergelijkbaar met de Feniciërs, maar
          zij halen het toch niet bij de grootheid van de Feniciërs, die voor
          hun tijd gigantische prestaties hebben geleverd. Er zijn ook duidelijke
          verschillen. Zo gingen de Hollanders ook niet ten onder. Zij overleefden
          de aanslag door de grote mogendheden door zich te schikken in het lot
          van een kleine mogendheid. De Feniciërs gaven echter nooit geheel op.
          Zij stierven voor een goed deel met hun steden Tyrus, Sidon en Carthago.
          De geschiedenis van de Feniciërs breekt vrijwel plotseling af, als zij
          nog een macht van betekenis vertegenwoordigen.
          Hollanders en Feniciërs waren beiden kooplieden, die voor alles voor
          vredige rustige tijden waren, maar als zij zelf werden aangevallen toch
          geweldig van zich af konden bijten. Wie kent niet de tocht van de
          Hollandse vloot o.l.v.M.A.de Ruyter naar Chatham en wie kent niet
          Hannibal's tocht over de Alpen naar Italië?
          Zijn het o.a. deze overwegingen geweest, die mij als 20e eeuwse
          Nederlander de impuls gaven om alle beschikbare kennis der Feniciërs
          te vergaren en te bundelen in één groot boekwerk? Overigens, de bewoners
          van de lage landen hebben zelfs hun naam gemeen met de Feniciërs,die
          zichzelf waarschijnlijk laaglanders noemden, maar dat is een bijkomstige toevalligheid.
          Achter dit in wezen te romantische voorwoord, gaat een tragische
          geschiedenis schuil, die tot op heden nog erg verward overkomt.
          Om met S.Moscati te spreken: Naast de Grieken en de Romeinen als pijlers
          van onze Europese beschaving, waren er nog de "anderen" in de antieke
          historie, die daaraan een wezenlijke bijdrage hebben geleverd.
          Dit boekwerk geeft de fascinatie weer, die de schrijver ondervond bij de
          herontdekking van een beschaving, waarvan de vruchten schier onopgemerkt
          in onze samenleving zijn opgenomen.
          Vele discussiepunten over wat er werkelijk met de Feniciërs gebeurd
          is, staan nog open. Niettemin tracht dit boekwerk een zo compleet
          mogelijk beeld te geven van wat er in zijn totaliteit nu (2000 na Chr.)
          bekend is over de Feniciërs en tracht tevens in alle objectiviteit een
          reeël beeld te geven tussen de vele romantische interpretaties van de
          niet minder omvangrijke onbekendheid met en dus vaak onderschatting
          van de Feniciërs. Daarbij is getracht om zorgvuldig niet te vervallen
          in Feniciofobie noch Feniciomanie, waarop later zal worden ingegaan.
ncfps