dinsdag 22 juli 2014

20.De Zeevolken.

 

          2.      DE PERIODE VAN HET ONAFHANKELIJKE Fenicië.

 
          Na de overheersing door de Egyptenaren vooral, treedt de periode in,
          waarbij Fenicië langzamerhand volledig onafhankelijk wordt. We gaan nu
          ook definitief spreken over de Feniciërs in Fenicië. Voordat dat
          helemaal een feit is, krijgt Fenicië eerst nog te maken met de
          invasies van de zeevolken.
 
          2.1.    Invasies der zeevolken.
 
          Omstreeks 1200, maar vooral daarna krijgt o.a. Syrië te maken met de
          zeevolken, die onder meer deze streek brandschatten. Het rijk van de
          Hethieten krijgt een abrupt einde, wanneer het vooral door de bewoners
          van de Kaska landen in het noorden wordt aangevallen. Ramses III van
          Egypte weet nog stand te houden tegen de onstuimige aanvallen van de
          Zeevolken, maar niettemin boet het Nieuwe Rijk van Egypte snel aan
          betekenis in. Grootste slachtoffer van de rooftochten door de Zeevolken
          in Fenicië is de oude stad Oegarit, dat grotendeels verwoest wordt.
          Ook Byblos moet er aan geloven. Arvad wordt ingenomen, maar kennelijk,
          gespaard, want haar geschiedenis wordt niet afgebroken.
          Volgens Justinius (XVIII 3,5) zouden Aradus en Sidon echter verwoest worden.
          Met Tyrus en Sidon gooien de Zeevolken het op een accoord. Een deel der
          Zeevolken vestigt zich aan de zuid‑Palestijnse kust bij Gaza. Het zijn
          de Phleti, die door de Egyptenaren eerder waren verslagen. Later worden
          zij de Philistijnen genoemd. Het zeevolk der Danoeda vestigt zich vooral
          in en om Tyrus.
          Door het verval der grote rijken en na de turbulentie door de invasies
          der Zeevolken, is de weg vrijgemaakt voor de kleinere staten om het juk
          van de grote broers af te werpen en zich zelf te ontwikkelen tot
          weliswaar kleine, maar levenskrachtige staten.
 
          2.1.1.  Wie waren de Zeevolken? 1)
 
          Het is nog niet geheel en al duidelijk, wie dat nu precies zijn en waar
          zij vandaan komen. De farao’s hebben in de periode 1220-1180 v.C vele name genoemd.           Opmerkelijk is, dat Ramses III daarbij de vreemde god Baal noemt in relatie met zijn eigen god
            Montu.
            Van enige volken heeft men een idee, of althans de namen:
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          1). Zie o.a:
    "De Zeevolken" van N K Sanders.(map 17.4 + boek 2).
    "The origin of the sea-peoples and their settlement on the coast of Canaan",I.Singer, OLA 23.
    "Some aspects of the 'Seapeoples' settlement", A.Mazar, OLA 23.
    "The Constructive maritime role of the Seapeoples in the Levant",A.Raban, OLA 23.
 
              OEGARIT EN DE ZEEVOLKEN
              De laatste dagen van Oegarit zijn ons min of meer nagebleven door
              een serie kleitabletten, die vermoedelijk een correspondentie voor‑
              stellen tussen een bevriende vorst van Cyprus en de Oegaritische
              vorst zelf. Op één van deze kleitabletten staat dan ook te lezen:
 
              "Daarnet zijn zeven schepen hier aangekomen, die ons grote schade
               hebben toegebracht. Als nog meer vijandelijke schepen opduiken,
               laat het mij dan weten, zodat ik op de hoogte ben."
 
 
          Zie Boek 24.RAS SJAMRA      
          Ugarit en het Oude Testament. E.Jacob. i.e.v.v.C.Golterman‑Van Dijk. G.F.Callenbach Nijkerk 1962. Deel 11 van serie Bijbel en Archeologie. Foto's, figuren, plattegronden, legenden. Van belang vanwege de relatie van de Kanaänietische godsdienst met die van de bijbel. Blz 6. citaat J.Gray:"dat Israël soms bij Kanaän in de leer is gegaan en zijn erfenis in bezit heeft genomen."
 
          Zie Boek 92.RAS SJAMRA EN HET OUDE TESTAMENT    
Openbare les. C.H.W.Brekelmans. Universiteit Nijmegen. Dekker & van de Vegt. Nijmegen ‑ Utrecht 1962. Van belang vanwege de besproken taal ‑ relaties. De betekenis van de taal van Oegarit voor de studie van het hebreeuws. Oegaritisch is een onderdeel van de NW semietische taalgroep. Een reconstructie van de voorgeschiedenis van het hebreeuwse systeem aan de hand van diverse voorbeelden: een nadere precisering. Net zoals Qumran voor de nageschiedenis dat is. EL = bnj bnwt: de bouwer/maker/schepper van al het gebouwde/gemaakte/geschapene.
 
 
          Zie:    De 23e opgravingscampagne te Ras Shamra in 1973.(boek 108)
                  Tijdschrift SYRIA 1974 ‑ R A Stucky.
                  OEGARIT, Een nieuwe Phoenicische stad. J.P.Lettinga,
                  Servire, 1948 (Vondsten 1928-1939).(boek 22)
                  Boek 24.RAS SJAMRA, Ugarit en het Oude Testament. E.Jacob,
                  G.F.Callenbach, Nijkerk, 1962.
                  Boek 92.RAS SJAMRA EN HET OUDE TESTAMENT. C.H.Brekelmans,
                  Dekker & van de Vegt, Nijmegen/Utrecht, 1962.
                  Boek 99.ZUR BESICHTIGUNG VON RAS SHAMRAH - UGARIT. G.Saadé,
                  Lattakia, 1967. (gids langs de belangrijkste plaatsen).
                  Boek 108.OVERZICHTEN VAN DE GESCHIEDENIS EN DE OPGRAVINGEN IN HET  NABIJE
                  OOSTEN ‑ RAS ES SAMRA & MINET EL‑BEIDA J.P.Lettinga, Leiden, E.J.Brill, 1942.
 
          Tabel 2. Namen van Zeevolken
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          A n t i e k e  n a m e n         Modernere naam
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Teresj      Toersja                Etrusken?
          Mesjwesj    Wesjwesj  Maxya's    Mas(h)aus(h)a
          Sherden/Sjardana                    Sarden?
          Sjekelesj                           Sikelen
          Ekwesj/Akajwasj    Akawasja         Achaërs?
          Dainjoena   Danoeda                 Danaërs
          Peleset     Phleti    Zakkari's   Philistijnen
          Loekkoe                                ?
          Tjekers                           Kretenzers?
          Luviërs                          neo‑Hethieten?
          Kasjka      Kesjkesj                   ?
          Dardany     Dardanoi
          Denyen       Danoi?
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Overigens waren het niet allemaal volken van de zee, die de antieke
          staten op hun grondvesten deden schudden. Ook de Libyërs deden,
          ondersteund door enige volken van de zee, reeds in 1220 een serieuze
          inval in Egypte. Zij werden nog door farao Merneptah tegengehouden.
          Een ander landvolk in de aanval is dat van de Phrygiërs, dat vanuit de
          Balkan aan de Hethieten de doodsteek gaf.
 
Ramses III pocht op de afbeeldingen te Medinet Habu over zijn prestaties tegen de Zeevolken ca.1180 v.C. Hierop is o.a. sprake van een veldslag en een zeeslag tegen de Tjeker, Shekelesh, Denyen en Weshwesh. Voorts zou hij strafexpedities hebben uitgevoerd in het land van Djahi tegen de Meswesh en de stammen van de Shasu. *
 
          Verder zijn er nog de Hoebsjoe; een soort plunderbenden uit de steppen
          en de woestijn, die we eigenlijk het gehele tweede millenium tegenkomen.
          Nochtans zijn het de Zeevolken vanuit waarschijnlijk zuid‑Italië en de
          Balkan, die hun stempel drukken op deze turbulente tijd.
          Cyprus, Oegarit en Byblos moeten in de Levant de zwaarste tol betalen.
          Beroemd hieromtrent is de briefwisseling tussen de laatste koning van
          Oegarit en de koning van Alasiya(Cyprus). Zie hiervoor met name blz 138
          en 139 van de "Zeevolken" door N.K.Sanders.
 
          2.1.2.  De smeltkroes.
          Wanneer culturen elkaar ontmoeten in plaatsen van handel en communicatie
          ontstaat meestal een nog grotere cultuur. Bundeling van kennis en
          technieken leidt tot een doorbraak, in dit geval op het gebied van
          scheepvaart, nijverheid en schrift  bij de Feniciërs. De ontwikkeling
          in kunstuitingen blijft bij de Feniciërs wat ten achter. Ook bij de
          Carthagers komen we dat later tegen. Het schijnt samen te hangen met hun
          fatalistisch aandoende religie en hun over het algemeen sobere
          levenshouding (Zie deel DRIE:Religie).
 
     XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
       * Zie M79.5.Medinet Habu: Oxcarts, ships and migration theories, Robert Drews, JNES 59
             nr 3 (2001).
 
 
              FILISTIJNEN
              Volgens de bijbel komen de Filistijnen van het eiland Kaftor
              (=Kreta). Zij stichten de steden Gaza(opnieuw), As(h)kalon,
              As(h)dod, Gat en Ekron. Vanuit die bases dringen zij door tot Geber
              en Bet‑S(h)emes(h). Daar worden de Israëlieten verslagen (Saul+).
              De zoon van Saul trekt zich terug in de bergen (Es(h)baäl!). De
              Filistijnen van As(h)kalon zijn ook overzee expansief en schijnen
              volgens Justinius vanuit Sidon op hun beurt Tyrus (her?)stichten.
 
 
              Zie:SYRIA LXI, RAOA, Paris, 1984.
                 -Arrou Gourou et Sapanou:circonscriptions administratives et
                  géographie mithique du royaume d'Ougarit, P.Bordreuil.
                 -Le sceau nominal d'Ammiyidtamrou, roi  d'Ougarit,
 D.Pardee/P.Bordreuil.
                 -La lettre Hani 81/4 et l'identification du site de ras ibn Hani,
                  D.Arnaud.
                 -Rémarques sur des ouvrages de soutènement et de défense à ras Shamra
                  et à ras ibn Hani, J.Lagarce.
 
              Zie:SYRIA LX, RAOA, Paris, 1983.
                 -Les céramiques de fabrication locale à Ougarit à la fin du
                  bronze récent, J.Y.Mouchambert.
 
              Zie:SYRIA LXVI, RAOA, Paris, 1989.
                 -à propos de la topographie économique de l'Ougarit: Jardins du
                  midi et pâturages du nord, P.Bordreuil.
 
              Zie:SYRIA LXVII, RAOA, Paris, 1990.
                 -Fouilles de la 48e campagne à Ras Shamra-Ougarit.
                 -Yabninu et le palais sud d'Ougarit, J-C.Courtois.
 
 Zie: Boek 2.DE ZEEVOLKEN
          Egypte en Voor‑Azië bedreigd., N.K.Sanders. Thames & Hudson, London 1978.
          Een geschiedenis van de invallen van de zeevolken omstreeks 1200 v.C. Fibula van Dishoeck, Haarlem,
     1980 Unieboek  Bussum. Chronologie, illustraties, diverse kaarten.Oegarit is in beeld.
                                 De ondergang tegemoet
                   Het gebied van de Egeïsche zee in de 13e eeuw
                       De crisis in het oostelijk bekken der
                     Middellandse zee I: Egypte en het Noorden
                       De crisis in het oostelijk bekken der
                 Middellandse zee II: Anatolië,Oegarit en Cyprus
                       De crisis in het oostelijk bekken der
                 Middellandse zee III: Noordelingen in de Levant
                             Crisis in het Egeïsch gebied
 
Met name de kaart op blz 14/15 en de chronologie op blz 195-199.
blz 191: Van Cyprus trokken de Sjardana (of een deel ervan) dan naar het westen en vestigden zich op Sardinië, het eiland, dat aan de Sjardana zijn naam dankt, die het in de 9e eeuw v.C had verkregen, zoals ons bekend is uit een te Nora gevonden inscriptie, die blijkbaar betrekking heeft op een expeditie van Tyrus om de Fenicische mijnbouwbelangen op Sardinië veilig te stellen. In dit beeld past dan heel goed de Fenicische aanwezigheid op Cyprus in diezelfde tijd, zomede de vroegere en zijdelingse betrekking tussen Fenicië en Oegarit. Althans: dit is de gevestigde mening, waarmee Maspero begon. Maar het is achterhaald > zie: M79.5.Medinet Habu, Robert Drews, JNES 59 nr.3 (2001). Het ligt allemaal wat ingewikkelder!
              HET HETHIETENRIJK GAAT TEN ONDER.
              Tekenender kan de ondergang van de Hethieten als zelfstandig groot
              rijk niet geweest zijn, zoals spreekt uit een bericht aan de koning
              van Oegarit. Hierin vraagt de Hethietenkoning om voedsel voor zijn
              volk, omdat de vijand het land geplunderd heeft, zodat zijn volk nu
              honger lijdt. Oegarit zelf is echter ook al ten dode opgeschreven en
              zal niet veel hulp meer hebben kunnen bieden. De Hethieten worden
              definitief door o.a. de Phrygiërs, Kaska en Moski verslagen.
              Niettemin weten groepen Hethieten de stadstaten van Syrië te berei‑
              ken en stichten daar kleinere neo‑Hethietische staten.
 
              Zie:RIVISTA DI STUDI FENICI XV, Roma, 1987.
                 -Su alcuni antroponimi da Ugarit, P.Xella/S.Ribichini.
 
              Zie:ORIENTALIA, vol.55, 1986.
                 -Mytos y leyendas de Canaan segun la traduciòn de Ugarit,
                  G.del Olmo Lete.
 
              Zie:SYRIA LXIII, Paris, 1986.
                 -Bassit, P.Courbin.
                 -Le céramique à engobe rouge de l'âge de fer à Bassit, F.Braemer.
 
              ZIE:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                  Kaart 5A.De wereld van Ugarit
                  Kaart 5B.Het vorstendom Ugarit
                  Kaart 5C.Plattegrond Ugarit
 
          Zie Boek 123.PHOENIX 39,1
          Ex Oriente Lux, Leiden, 1993.  Actualiteiten met o.a.: Mesopotamië en Syrië, W.H.van Soldt.
          Van belang door nieuwe tekstpublicaties.
- Nami ligt halverwege Dor en Haifa. van 1900-1200 in gebruik met een kunstmatige haven, pier en sluizen; opgave in 1200 v.C. Een bronsverwerkingscentrum. Kruikjes en lampjes. Identiek aan Atlit?
- een nieuw archief uit Oegarit: teksten van de 34e campagne (1973) waarschijnlijk rept Amurapi over het land Sjikila (=Sicilië?) in Oegarit was een contingent (te oude) schepen van Karkemisj
 
          Het was vooral de smalle kuststrook tussen het Libanongebergte en de
          zee ter hoogte van Tyrus en Sidon, waar na de ongeregeldheden tijdens
          de invallen van de Zeevolken, de Kanaänietische culturele en politieke
          tradities intact bleven. Toen het land zo ingeperkt werd door de aan‑
          vallen van de Zeevolken, maar ook door het opdringen van de Hebreërs,
          gingen de Kanaänieten het meer en meer op zee zoeken en vanaf deze tijd
          kunnen we pas met recht van Feniciërs gaan spreken.
          Menige koopman en vrachtvaarder uit de Libanon had nu ook nieuwe
          compagnons. Velen van de Zeevolken vermengden zich met dit reeds aan‑
          wezige rijke mengsel van volken langs de Levantkusten.
          Waaruit bestond die enorme smeltkroes van volken en stammen dan wel? Er
          zijn er minstens 20 traceerbaar. De mate, waarin ieder voor zich
          bijdroeg aan het "Fenicische volk", is nauwelijks na te gaan. Sommige
          meerdere naamgevingen gelden voor mogelijk een hetzelfde volk of stam.
 
          NEGEVSEMIETEN PROTOFENICIëRS KANAÄNIETEN HEBREëERS HETHIETEN LUVIëRS
          AMORIETEN DANOEDA KRETENZERS KHRETI LOEKKOE PELESET TJEKERS SJARDANA
          TERESJ ASSYRIëRS AKAJWASJ ACHAëRS MYCENERS KASJKA DARDANOI HOEBSJOE
          SJEKELESJ CHOERRIETEN CYPRIOTEN HYKSOS GIBLIETEN ARVADIETEN ARAMEëEN 1)
 
          Het meest waarschijnlijk lijkt, dat de Negevsemieten, Kanaänieten en
          Zeevolken het sterkste qua aantallen hebben bijgedragen qua aantallen
          aan het omstreeks deze tijd tot stand gekomen "Fenicische volk".
          Vanaf 1150 zijn de Feniciërs vrijwel gevrijwaard van elke vorm van
          serieuze bedreiging of concurrentie en indeze tijd leggen zij de
          grondslag voor hun bestaan van minstens een vol millennium.

          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          1):Antieke en moderne namen worden met opzet door elkaar gebruikt,
            omdat lang niet altijd zeker is, of een bepaalde moderne naam ook
            werkelijk correspondeert met de gedachte antieke naam voor dat
            bepaalde volk.
              DE TROJAANSE OORLOG.
              Tussen 1193‑1183 vindt de Trojaanse oorlog plaats. Waarschijnlijk
              is het ook een vete tussen de verschillende Zeevolken?
 
             Zie:Boek 135.ILIAS Homerus. i.e.v.v.M.A.Schwartz, Salamander Klassiek/Querido, Amsterdam, 1998.
                               Van belang op o.a. blz 137.
 
                  ZO LEEFDEN DE GRIEKEN T.T.V.HOMERUS, E.MIREAUX, HOLLANDIA,
                  BAARN, 1958/1979, hoofdstuk XI.De wereld der dolenden en
                  ontwortelden.
 
              Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                  Kaart 6A.Bij de inval van de zeevolken en Libysche stammen
                  Kaart 6B.Na de inval van de zeevolken
 
              Zie:STUDIA PHOENICIA, OLA 22, LEUVEN 1987.
                 -Ateliers phénicien dans le monde égéen, A.M.Bisi.
                 -Le rôle et la place des Phéniciens dans le vie économique des
                  ports de l'égée, M.F.Baslez.
 
              Zie:DIE PHÖNIZIER IM ZEITALTER HOMERS, PH.VON ZABERN, MAINZ, 1990.
                  DIE PHÖNIZIER IN GRIECHENLAND, U.GEHRIG, MAINZ, 1990.
                  DIE PHÖNIZIER BEI HOMER, J.LATACZ, MAINZ, 1990.
 
              DEFINITIE "VOLK":
              Een verzameling personen van eventueel verschillend ras of origine,
              maar op één woongebied met één taal en met dezelfde historische en
              culturele achtergrond.
 
              Zie:"Prehistoric Greece and Cyprus"‑an archeological handbook,
                  H G Buchholz/V Karageorghis, PHAIDON VERLAG.
 
 
          Zie Boek 37.PHOENICIA AND THE PHOENICIANS             
D.Baramki. Khayats Beiroet 1961. Gericht op Oost‑Fenicië. Aandacht voor de begintijd. Veel Numismatiek. Foto's. Anat en Keret op blz 48. Afbeeldingen. Gedegen boekwerk! Assimilatie tussen proto Feniciërs/Semieten en de indo-europese Aegeërs. Door de Aegeese injectie pas de zee op. Hypothese Keftiu in conclusie. De Egyptenaren noemen het gehele oostelijke bekken van de Middellandse zee zo en in het bijzonder de Aegeïsche wereld. De primitieve Hellenen noemden de Aegeïsche wereld en daaromheen Fenicië en op hun tocht naar het oosten namen ze diezelfde naam mee. Kanaän komt van het Hoerrietische woord Kenaggi (=rood) en is een equivalent voor het griekse woord Fenicisch. Beheersen de Aegeërs nog lang Cyprus en komen we daarom de Feniciërs daar zo laat tegen? In Corinthe wordt de semietische godin Melikertes vereerd. Is het toeval, dat Carthago en Corinthe in 146 verwoest worden: moet dezelfde handelsgeest worden uitgeroeid? Voor de keramiek van Fenicië gebruikt men de volgende chronologie: neolithicum 5000-4000, chalcolithicum 4000-3100, vroeg brons 3100-2300, Intermediair 2300-1900, midden brons 1900-1500, laat brons 1500-1150,vroeg ijzer 1150-900, midden ijzer 900-550, laat ijzer/perzisch 550-330, hellenistisch 330-64, romeins 64-330 na Chr, byzantijns    330-636 na Chr.  Baramki ziet de Aegeërs als de meesters en de Feniciërs als de leerlingen, zij het gedurende een vrij korte periode. Munten vanaf blz 80. Archeologische bevestiging van Salomo (en dus van Hiram) op blz 73.
 
          Zie Boek 40.DE FENICIëRS                     
          Het puperrijk uit de Oudheid. G.Herm. i.e.v.v.:  C.W.A.J.A.Walraven Meulenhoff Baarn 1974. Populair‑
          wetenschappelijk. Matige kaartjes. Enige foto's. 'Pakkende'  aanheffen. Eigenlijk alleen van belang om smeuiïge teksten
          te gebruiken. Diverse gewaagde stellingen en annames. Blz 61: Zeevolken+Zeekanaänieten=Feniciërs.
ncfps