maandag 21 juli 2014

17.Begin van het tweede millennium.

 
 
 
          1.7.    Begin van het tweede millenium.
 
          Babylonië heeft slechts kort een wezenlijke invloed gehad op een deel
          van de Levantkust. Ook Egypte had in deze tijd genoeg interne problemen. 1)
          De grootmachten in het Nabije Oosten hadden of konden geen directe
          belangen laten gelden aan de kusten van de Levant. Oegarit en Byblos en
          menige andere kleine haven had de tijd om zich in zelfstandigheid verder
          te ontwikkelen.
 
          1.7.1.  De Kretenzische thalassocratie.
 
          Reeds vele eeuwen domineert de Kretenzische handelsvaart op de
          Middellandse zee. Enorme paleizen van de Kretenzische koningen verrijzen
          o.a. te Knossus. Dan in de periode van zowat de grootste welvaart treft
          in ca.1900 een zware aardbeving het eiland. Ondanks het feit, dat de
          Kretenzers zich snel van deze ramp herstellen, luidt het toch reeds een
          periode van neergang in. Het zal echter nog tot ca.1400 duren, voordat
          het definitief gedaan is met de Kretenzische hegemonie. Blijft de
          situatie op zee tamelijk onveranderd; op het land vinden rumoerige
          veranderingen plaats.
 
          1.7.2.  De Indo‑Europese vloedgolf.
 
          In de eerste eeuwen van het tweede millenium storten zich vele Indo‑
          Europese volken met hun typerende strijdwagens op de vruchtbare halve
          maan van Voor‑Azië. Zo zijn er de Mitanni, de Kassieten en de Hethieten.
          Dit laatste volk dringt langzaam door in het huidige Klein‑Azië. De
          Kassieten bedreigen vanuit het Oosten het Babylonische rijk, terwijl de
          Mitanni zich aan de rand van Noord‑Mesopotamië vestigen. Met de komst
          van deze strijdwagenvolken komen de Amorieten in het nauw.
 
          1.7.3.  De Amorietische vorstendommen.
 
          Van west naar oost liggen er in Syrië o.a. de vorstendommen Oegarit,
          Qatana, Yamchad, Idamanaz, Mari en Esjnoenna. Het is omstreeks 1800, dat
          de koning van "Syrië" (Ila‑Kabkaboe) sterft en dat zijn zoon Samsi‑Adad
          een aggressieve veroveringspolitiek ter hand neemt. Binnen enkele jaren
          verenigt hij vele Amorietische vorstendommen en bedreigt zelfs Assyrië
          en Babylonië.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          1).In de tijd, dat Egypte wel een grote invloed had, werden de vorsten
             van Kanaän vaak aangeduid met de Egyptische titel HATY-A.
 
              INDO‑EUROPEANEN:Steunend op hun strijdbijl en strijdwagen komen de
                              Indo‑Europeanen via de Kaukasus, de Balkan en via
                              de Zuid‑Russische steppen naar het zuiden. Het is
                              een massale geleidelijke beweging, die meer infil‑
                              trerend, dan schoksgewijs gaat. Niettemin zullen de
                              Indo‑Europeanen door hun militair overwicht de lei‑
                              ding op zich nemen in de vele staatjes van het
                              Midden‑Oosten.
 
Map 13.36.Migrations and invasions in Greece and adjacent areas, N.G.L.Hammond, New Jersey, 1976.
 
 
              HIMYARIETEN?:   Ergens in de loop van het IIe millennium v.C? kan een
                             andere instroom tot stand gekomen zijn. De Himyarieten
                             ofwel 'het rode volk' zou vanuit Jemen/Hadremaut vanuit
                             het zuiden binnen gekomen zijn. De bepalende letters HMR
                             betekenen in het Arabisch 'rood'. Zie:J.Mazel in de
                             publicatie "Avec les Phéniciens à la poursuite du soleil
                             sur la route de l'or et de l'étain", 1971.
                           Wellicht moet dit veel later in de tijd geplaatst worden!
 
              TYRUS:          Niet alleen Oegarit en Byblus ontwikkelen zich in
                              deze tijd tot relatief welvarende havenplaatsen.
                              Ook van Tyrus zijn reeds vanuit 1900 enige leef‑
                              tekens bekend. Er is een Tyrische koning (h k 3 n
                              D j w 3 w j), die de stad onafhankelijk maakt.
                              Tyrus wordt op een Egyptische gedenkplaat D j 3 r
                              genoemd. In de legende van Keret komt de stad voor
                              als een offerplaats voor Asherah (17‑15e eeuw).
 
 
              Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN,
                  Kaart 3: De Levant in de periode 1850-1250 v.C. Een kruispunt
                  van invallers.
          Het groot‑Syrische rijk van Samsi‑Adad is geen lang leven beschoren,
          want de Indo‑Europeanen en vooral opnieuw ook de Choerrieten lopen over
          Syrië heen, waarna een periode van chaos aanbreekt. Daaraan wordt na
          1800 v.C kordaat door Hammoerabi van Babylonië een einde gemaakt.
 
          1.7.4.  Hammoerabi. 1)
 
          Omstreeks 1790 breidt Hammoerabi van Babylonië zijn macht uit ten
          noorden en ten zuiden van zijn koninkrijk. Dertig jaar later doet hij
          dat nog eens dunnetjes over door de verovering van Elam en Esjnoenna. In
          1757 volgen Mari en Assyrië. Ook de Choerrieten worden een halt toegeroe‑
          pen. Na de dood van Hammoerabi in 1750 zien de Kassieten hun kans schoon
          en veroveren Babylonië. Daarmee is de eenheid van Mesopotamië en Syrië
          opnieuw verbroken en weer breekt een periode van chaos aan.
 
          1.7.5.  De Hyksos.
 
          Rond 1700 verkeert ook Egypte in een toestand van chaos en burgeroorlog.
          Boven en Beneden‑Egypte bestrijden elkaar. Beneden‑Egypte roept op een
          gegeven moment waarschijnlijk de Kanaänieten, Amorieten en Arabieren te
          hulp. De Egyptenaren noemen hen "Heku‑Chasoet", dat zoveel wil zeggen
          als vorsten van de woestijn. De Grieken hebben dit "Heku‑Chasoet"
          verbasterd tot Hyksos. Zelfs enige Choerrietische legerafdelingen zijn
          mogelijk onder Kanaänietische vorsten meegekomen naar Egypte. Na als
          huursoldaten de strijd voor Beneden‑Egypte te hebben beslist, grijpen de
          Hyksos de complete macht over Beneden‑Egypte om die een eeuw lang niet
          meer af te staan. Avaris wordt in deze tijd de nieuwe hoofdstad van
          Beneden‑Egypte.
 
          Tot zover een blik over de grenzen van de Levant heen. De proto‑
          Feniciërs zijn omringd door Amorieten, Kanaänieten, Choerrieten e.d.,
          die gedeeltelijk zich ook vermengd hebben met diverse proto‑Fenicische
          stammen. De staten aan de Nijl, Eufraat/Tigris worden verscheurd door
          interne twisten of opgerold door binnenvallende stammen en volken.
 
 
 
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          1).Voor datering regering van Hammoerabi zie: "Alalakh and Chronology",
             S.Smith + "Antiquity of Iraq", S.A.Pallis.
 
                              DE SOCIAAL/BESTUURLIJKE SITUATIE IN DE
                              SYRISCHE EN KANAÄNIETISCHE STATEN.
 
                                        Heerser
                                            |
                                            |
              ______________________________|________________________
              |                             |                       |
          Priesters                      Marjannu      Grootgrondbezitters
              |                        Aristocratische              |
          Tempelpersoneel              klasse,steunend    __________|______
                                       op strijdwagens   |        |        |
                                                        Koop‑  Hand‑  Boeren
                                                         lui   werkers
 
 
          Langzamerhand gaat de Marjannu aan macht inboeten ten gunste van de
          middenklasse. De kooplieden, handwerkers en boeren zijn deels vrije
          burgers, maar voor een belangrijk deel ook koninklijke dienaren.
 
 
          HABIROE: In de nabijheid van Mari aan de Eufraat woont een nomadenstam
          met de naam Habiroe, Chabiroe of Apiroe. Zimri-lim de Amoriet, die over
          Mari heerste in de 18e eeuw v.C maakt melding van ze, maar ze komen ook
          voor in Egyptische documenten. Er wordt wel een verbinding gelegd met
          de Ibrim (Hebreeën). Mogelijk hebben delen van de Habiroe Fenicië bereikt,
          want Amenhotep II (1450-1425 v.C), Seti I (1308-1290 v.C) en Ramses II
          (1290-1224 v.C) melden deze stam in hun gevechtshandelingen.
 
 
 
 
 
 
 
 
          Zie:    TWO ARCHAïC INSCRIPTIONS ON CLAY FROM BYBLUS
                  F M CROSS / P K McCARTER
                  RSF 1973
 
                  TUSSEN NIJL EN EUFRAAT (Boek 51 + Map 34.1)
                  B.TADEMA SPORRY
                  1983