maandag 21 juli 2014

13.Terug naar het nomadisme.

 
 
          1.5.2.  Terug naar het nomadisme.
 
          Na ongeveer 2500 verdwijnen in Kanaän de grotere steden, behalve de
          kuststeden. Het is een tijd van verhoogde chaos. Er wordt steeds meer
          weer nomadisch geleefd. De infiltratie vanuit de steppezone wisselt
          voortdurend. We zien in deze tijd ook een achteruitgang van de landbouw
          en een uitbreiding van de veeteelt. De bedoeïnenstammen worden groter,
          terwijl de koningen en hun vazallen in diverse staatjes steeds meer
          greep krijgen op hun onderdanen, die meer en meer een zwervend bestaan
          gaan leiden.
          Tussen 2100 en 2000 is Byblos het toneel van verwoesting. Na of tijdens
          de storm van de Amorieten dringen deze dieper door in wat we nu Libanon
          noemen. Niettemin bloeit de stad Byblos na deze catastrofe weer snel op.
          De Amorieten en de Kanaänieten zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden.
          Het verschil ligt er waarschijnlijk daarin, dat de Amorieten in het
          noorden en oosten te plaatsen zijn. De Soemeriërs noemen hen dan ook
          'westerlingen'. De Kanaänieten zitten meer in westen en zuiden en hun naam
          duidt op 'laaglanders' of 'purperververs'. De Kanaänieten ondergaan meer
          de Egyptische invloed.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
Zie: Map 2.10.Nomaden en sedentairen in het oude Midden Oosten, C.H.J.de Geus.
          Opmerking:  P K Hitti is van mening, dat er etnisch weinig verschil is
                      tussen de proto‑Feniciërs en de Amorieten, maar die stelling
valt zeer te betwijfelen.
 
 
          SINOUHIT = Egyptische prins in de Bekaa vallei.
          AMENUHET I (1991-1962 v.C) >>> ceder-expeditie.
          ABI-CHEMOU + IP-CHEMOU-ABI = Koningen van Byblos.
 
 
          Zie Boek 48.CANAÄNITE TOPONYMS IN ANCIENT EGYPTIAN DOCUMENTS
Shmuel Ahituv. The Magnes Press, Hebrew University Jeruzalem E.J.Brill Leiden 1984. O.a. fenicische plaatsnamen als Acco, Aphek, Dor, Hadasjt, Jaffa, Lebanon, Qedem, Sidon, Tyre, Usju, Astarte, Abel, Achshaph, Be'eroth, Beth-Anat, Beth-Dagan, Beth-Shemesh, Carmel, Kumidi, Laban, jamsjuna,Zarepath. Enige duidelijke kaarten. Hebreeuwse en geografische index. Enige foto's. Zie ook Atlas kaart 4A. De Egyptische periode. Opname van de hiëroglyphen-tekens! Zie ook blz 46a.
 
         Zie Boek  174.PREHISTORY AND THE FIRST CIVILIZATIONS.          
J.M.Roberts. TIME‑LIVE BOOKS, Alexandria, Virginia. 1998. The Illustrated History of the World. Gevarieerd algemeen  beeld van het begin van de beschavingen. Ook enige aandacht  voor de Feniciërs. Veel mooie prenten. Met name hoofdstuk 4: Intruders and Invaders, blz 132.
 
       Zie Boek 195.NATIONAL GEOGRAPHIC NR.154.6
o.a.: ‑ Ancient Ebla opens a new History. Splendor of an unknown Empire. Howard La Fay, James L.Stanfield, Louis S.Glanzman. blz 730‑759. December 1978. Opgraving door Paolo Matthiae. Foto's, kaartje. Mitchell Dahood geeft de relatie met de bijbel weer. Tell Mardikh. Het schrift wordt bestudeerd door Pettinato. Relaties met Oegarit en Mari.