dinsdag 22 juli 2014

19.Twistappel tussen Egypte en de Hettieten.

 
          1.9.    Twistappel tussen Egypte en de Hethieten.
 
          De sinds 1900 in Klein‑Azië wonende Hethieten breiden omstreeks 1350
          tijdens de regering van koning Sjoepiloelioemas (1375‑1335) hun invloed
          over Noord‑Syrië en een deel van Fenicië uit. Dit leidt onvermijdelijk
          tot een botsing met Egypte.
 
          1.9.1.  De opkomst van het Hethietenrijk.*
 
          Vanaf ca.1700 begint de uitbreiding van het kleine koninkrijk rond de
          hoofdstad Hattusa. Vooral koning Labarna I en II verenigen in deze tijd
          de naijverige stadsstaten aan hun grenzen. Na de strooptocht van Mursili
          I tot aan Babylon toe omstreeks 1600, treedt er een kortstondig verval
          in. Gebieden aan de zuidgrens van het Hethietische rijk gaan verloren.
          Met koning Telipinu begint er een grootscheepse "revival" totdat tegen
          het einde van de 14e eeuw Egypte ingrijpt en de Hethietische opmars tot
          staan brengt.
 
          1.9.2.  De veldslag bij Kadesj.
 
          Deze veldslag in Syrië is in details overgeleverd. Op een reliëf te
          Luxor staat het grote gevecht (overigens nogal ten gunste van
          Egyptenaren) afgebeeld. Kadesj is een dorp in Syrië, waar de legers van
          Ramses II en Moewatallisj elkaar ontmoet hebben. De beide
          legeraanvoerders eisen de overwinning voor zich op. De waarheid is, dat
          het een onbesliste strijd was, want sindsdien ligt de grens tussen het
          Egyptische en het Hethietische rijk langs of in de nabijheid van de
          Orontesrivier, die langs het dorp Kadesj stroomt.
          Feit is, dat na de slag Noord‑Fenicië bij het Hethietenrijk hoort en
          Midden en Zuid‑Fenicië nog Egyptisch blijft.
          Het verloop van de veldslag in 1287 v.C. is min of meer als volgt: **
          Het Egyptische leger schijnt een omvang van 20.000 man gehad te hebben,
          die verdeeld waren in vier eenheden,n.l.:Amon, Re, Ptah en Sutekh.
          Ramses II verkeerde in de mening, dat Moewatallisj met zijn eveneens
          20.000 man sterke leger bij Aleppo verkeerde. In werkelijkheid hadden de
          Hethieten zich achter Kadesj verborgen.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
* Zie Boek 192.CAPPADOCIë ömer Demir, i.e.v.v.Geert de Vos. Internationale vereniging voor het onderzoek van oude beschavingen, 3e herziene uitgave. Ankara 1990. Wieg der geschiedenis (göreme). Van belang vanwege de nabijheid bij Karatepe en Cilicië. Het nederlands houdt niet over. Het gaat over de Hittieten blz 14 + 78 + 88 Kayserli en Nigde. Foto's, plattegronden, kaarten.
 
**.Op de muren van de rotstempel te Abu Simbel staat in hiëroglyphen het gekleurde verslag van de veldslag door de berichtgever van Ramses II.
   Zie:ZIJ ZAGEN HET GEBEUREN, hoogtepunten uit de geschiedenis opgetekend door ooggetuigen, H.Pleticha, Van Goor Zonen, Den Haag, 1977, hoofdstuk:Farao's en veroveraars, De list van de Hettieten, blz 14.
                  KAMID EL‑LOZ
                  De eerste Fenicische nederzettingen moeten niet alleen
                  aan de kust van de Levant gezocht worden. Ook in het binnenland
                  tot in de Be'Ka vallei zijn sporen teruggevonden. Daar moet toen
                  ook een meer gelegen hebben en moerasland.  Wellicht is Kamid
                  el‑Loz identiek aan Kumida, dat in de el‑Amarna brieven naar
                  voren komt. In ieder geval zijn daar spijkerschrift tabletten
                  gevonden, die een correspondentie weergeven tussen de farao
                  en een plaatselijk heerser. Ook is een ostraka bekend geworden
                  met een "oudfenicisch" letterschrift, dat stamt uit de 13e
                  en 12e eeuw.
 
 
                      ZIE: Boek FRÜHE PHÖNIKER IM LIBANON (boek 46)
                          20 JAHRE DEUTSCHE AUSGRABUNGEN IN KAMID EL‑LOZ
                          1983 Institut für Vor‑ und Frühgeschichte und
                          Vorderasiatische Archäologie der Universität des
                          Saarlandes, Saarbrücken. Catalogus.
Groet-voorwoord van de ambassadeur Mahmoud Hammoud: "Sie umsegelten den afrikanischen und vielleicht sogar den amerikanische Erdteil"???
blz 28: EA 198: Arahattu man van Kumudi t.t.v. Amenophis III (1390-1352)
blz 39: Nefertem godheid van de parfum ! -> zie ook Baal Hammon
spijkerschriftvondsten spreken van Hapiru, Zalaja man van Damascus, land Kasja, land Meta, Biridija, mensen van Mahla.
blz 44: oud-fenisch op scherven van 13e-12e eeuw
blz 45: 2 oegaritische spijkerschrift inscripties
blz 47: kruikhandvat met fenicisch stempel
VOORWERPEN TEMPEL MYCEENSE ZAKEN
blz 79: vroeg fenicisch ivoor spelletjesdoos
blz 95: harnas onderdelen
Catalogus met 112 voorwerpen, tijdtabel
 
                          GLI AVORI KAMID EL LOZ
                          S Moscati, Roma RSF XVII, 1989 (paleofenicisch c.1400 v.C)
 
Zie Boek 192. Cappadocië. à Hethieten op blz 14,77,88.
 
Een andere plaats aan de rand van het oude Fenicië:
Map 1.20.Tell Arqa. J.P.Thalmann. Irqatu 20 km noord van Tripoli. Opgraving 1972-1974. Vooral bekend van het 2e millennium.
 

          TUDHALIJA van het Hethietenrijk (1250‑1220).
          Gedurende een groot deel van de regering van Tudhalija en Ramses II
          bestaat er een tamelijke rust in het gebied, waarin de proto‑
          Fenicische steden zich bevinden. Oegarit en Arvad bevinden zich in de
          Hethietische invloedssfeer en de andere proto‑Fenicische steden zijn
          tribuutplichtig aan Egypte. Tudhalija of Toedchaliasj moet echter wel in
          het noorden en westen van zijn rijk zware strijd voeren.
 
          Zie Boek 66.DAS ALTERTUM                                 
Weltgeschichte. F.Busigny. Eugen Rentsch Verlag. Zurich/Stuttgart 1965. 54 afbeeldingen, 9 kaarten. Complete beschrijving van de oude geschiedenis, waarin o.a. hoofdstuk B.III. Phönikien und Palästina en hoofdstuk E.V. Die Unterwerfung der Mittelmeerländer van belang zijn in dit kader. Ugarit.
Merkwaardige uitspraken op de volgende blz:
90            De kanaänieten worden al op 4000 v.C gesteld (?!)
92            "Ugarit, wo das Phönikische Element die Oberhand gewonnen hatte."
94            "Isebel.... ein Verderbliche Rolle gespielt"
 
 
          RICHTEREN
          De Israëlieten weten niet tot de vlakten van Kanaän door te dringen,
          omdat ze de "ijzeren wagen" niet hebben. Komen ze wel in de vlakte, dan
          als onderworpen volk. Zo meldt Genesis 49,15, dat sommige "Joodse"
          stammen in de vlakte tribuutplichtig waren en dwangarbeid verrichten.
 
          Ramses denkt met zijn legereenheid Amon snel Kadesj te kunnen bezetten.
          De legereenheid Re volgt op enige afstand. terwijl de andere twee
          legereenheden Ptah en Sutekh juist ver achterblijven.
          Muwatallisj weet met vooral zijn 10.500 man in maar liefst 3500
          strijdwagens onbespied rond Kadesj te trekken en valt de legereenheid Re
          met groot geweld in de flank aan. Daarop vallen de Hethieten het kamp
          van de farao te Kadesj zelf aan, dat zij ook nog weten binnen te
          dringen. Ramses laat daarop tegenaanvallen uitvoeren en alarmeert zoveel
          mogelijk troepen in de achterhoede. Het zijn tenslotte de "recruten uit
          het land Amurru", die de farao uit zijn netelige positie bevrijden. Zij
          worden daartoe in de gelegenheid gesteld, omdat de Hethieten het niet
          kunnen laten om op grote schaal te gaan plunderen.
          De Hethieten trekken zich tenslotte terug op Kadesj, dat Ramses
          kennelijk niet weet te veroveren, ondanks de aankomst van de Ptah‑
          eenheid.
          Het was dus een onbesliste strijd. Beide partijen hadden veel verliezen
          moeten incasseren. Pas 15‑20 jaar later schijnt er een vredesverdrag tot
          stand te zijn gekomen. Een groot deel van Syrië blijft onder de
          Hethieten.
 
          1.9.3   Algemene situatie in de 13e eeuw.
 
          Verhoudingsgewijs is het toch een tijdperk van enige welvaart en
          vooruitgang. En dat hing ten nauwste samen met het machtsevenwicht
          tussen de Egyptenaren en de Hethieten. Een machtsevenwicht, wat
          feitelijk tot stand kwam door de onbesliste slag bij Kadesj. Vooral de
          machtige positie van het Hethietenrijk bewaart Egypte en de Levant
          voorlopig voor de latere chaos.
          Chattoesilis III volgde Muwatallisj op en regeerde in tamelijke rust het
          volk van de Hatti (zoals het ook wel genoemd wordt) tot 1250. Zijn zoon
          Toedchaliasj IV had heel wat meer moeite  om de stabiliteit in zijn
          gebied te bewaren. Hij moest zware oorlogen voeren tegen Assyrië in
          oosten en tegen Arzawa in het westen. Op een gegeven moment komt zelfs
          Alasiya onder de Hethieten.
          Onder Arnoewanda IV begint omstreeks 1200 het Hatti‑rijk uiteen te
          vallen. Dan ook krijgen de zeevolken hun kans. Reeds bij de slag bij
          Kadesj spelen de zeevolken een rol. Ramses wordt daar namelijk
          ondersteunt door de Sjerden (Sjardana) en de Hethieten door de Loekkos
          en de Dardany.
 
     XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 
 
                              MERNEPTAH 1224‑1214
                              Deze Egyptische farao moet het begin van de
                              aanvallen van de Zeevolken zien in te dammen. Hij
                              weet ook een Lybische inval te keren en ook een
                              opstand in Kanaän in 1219 te dempen. Nog steeds is
                              Tyrus Egyptisch volgens een dagboek van een
                              Egyptische grensbeambte.
 
                              Zie:ATLAS OF THE BIBLICAL WORLD
                                  J RHYMER, AMSTERDAM 1983
 
 
Zie:STUDI PHOENICIA XI, OLA 44, Leuven 1990
-Asher et le royaume de Tyr, A Lemaire
-The Territory of Tyre and the Tribe of Asher
 
 
Zie Map 43.7.Altsyrien. H.Th.Bossert. Tubingen.
 
          Het evenwicht tussen de grote rijken in het Midden‑Oosten stelt de
          kleinere volken in staat om een meer onafhankelijke houding in te nemen.
          De Feniciërs of nog steeds de voorvaderen daarvan buiten hun
          evenwichtspositie als handelaren en diplomaten zeer gewiekst uit. Dat
          komt later vooral tot uiting in het typerende verhaal van de Egyptenaar
          Wen‑Amon, die moest ondervinden, dat Zakar‑Baäl van Byblos het zich kon
          permiteren om te gaan onderhandelen met de farao Nesubanebded. Dat was
          tot dan toe ongehoord. Er werd voordien aan de farao geleverd. De nu
          langzaam opdringende zeevolken zullen bij dit onafhankelijkheidsproces
          sterk bijdragen.

                              SETHOS II
                              Onder deze Egyptische farao breekt er aan de
                              Kanaänietische kust een complete anarchie uit.
                              Het Egyptische gezag vervalt zienderogen. Zelfs doet
                              ene Aram‑Naharajim van Amurru een overigens mis‑
                              lukte poging om Egypte te veroveren.
 
 
 
 
 
          ......................................................................
                              SCHEMA:WAT WE LEZEN UIT DE EL AMARNA BRIEVEN
 
                              Arvad
                              V                  Sa.Gaz volk?
                              Milim‑volk‑‑‑‑> Irqata & Ardata.
 
                              Simyra [belegering]
                              ^
                              ^ Yapa‑addu?
                              ^
                              Beryt         Abd‑Ashirta
                                               Aziru        AMURRU
              Rib‑Addi        Gebal(byblos)[belegering]        ^
                              ^                                ^
                              ^                                ^
                              Sidon Zimrida{in verbond met}‑‑‑‑‑
                                                               ^
                                                               ^
              Abi‑Milki       Tyrus Usju                    HABIRI
                                           Hazor‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑^
          ......................................................................
 
                              GELIDONYA
                              In 1958/1959 na Chr werd aan de zuidkust van Turkije
                              bij Kaap Gelidonya een schip gevonden vanuit de 12e
                              eeuw. Dit schip was beladen met koperen staven en
                              platen, die de vorm van ossehuiden hebben. Hun
                              grootte:60 x 45 cm. Daarnaast werden rechthoekige
                              tinstaven, 60 verschillende gewichten, glaskralen,
                              gereedschap, scarabeëen en keramiek gevonden. Het
                              geeft een indruk van de soort handel, die in deze
                              streken werd bedreven. Kaap Gelidonya ligt vlak bij
                              Finike=Phoenikous, een aanlegplaats, waar fris water
                              ingenomen kon worden door de schepen.