donderdag 24 juli 2014

24.naar het jaartal 1000 v.C.

 
 
          2.5.    Naar het jaartal 1000.
 
          Zo ontwikkelde Fenicië zich in de elfde eeuw tot een belangrijke
          handels‑ en zeevarende bundeling van stadsnaties. In het oosten pakken
          zich echter al weer donkere wolken samen. Het oude Babylonië verliest de
          controle over het noordelijke deel van Mesopotamië, dat zich vanaf 1100
          als een zelfstandige roofstaat ging ontwikkelen. Onder Tiglath‑Pileser
          (1112‑1074) dringen de Assyriërs voor het eerst daadwerkelijk op naar de
          Middellandse zeekust. Op een tempel te Assoer staat een inscriptie
          hierover (ARAB I, 302):
          "Ik ging naar de Libanon. Ik haalde cederhout voor de tempel van Anoe en
          Adad, de grote goden, mijn gebieders en voerde het naar Azor. Ik voer op
          de schepen, die tot Arvad behoren en vanuit Arvad, dat voor de zeekust
          ligt naar de stad van Samoeri, dat in Amoerroe (ligt)(op een afstand
          van) drie dubbelmijlen over land." 1)
          De Fenicische steden Arvad, Sidon en Tyrus kregen een schatting
          opgelegd. Daar bleef het ditmaal nog bij. De Arameëen hadden heel wat
          meer te stellen met de Assyriërs.
 
          2.5.1.  Kanaän in het nauw.
 
          Naast de eenmalige strooptocht van Tiglath‑Pileser I had Kanaän ook te
          leiden van de invallen van de Arameëen en Israëlieten. De Kanaänietische
          cultuur bleef eigenlijk alleen in het middendeel van Kanaän overeind.
          Daar lag Fenicië verscholen achter de hoge bergen van de Libanon. In
          het zuiden namen de Israëlieten bezit van Palestina en geraakten in
          heftige strijd met de Philistijnen. De Arameëen vestigen zich aan de
          oostzijde van de Anti‑Libanon in Coele‑Syrië. Dit alles droeg ertoe bij,
          dat de Feniciërs het welhaast onder dwang steeds meer op zee moesten
          zoeken. Opeengepakt in hun kleine veilige kuststeden in tijden van
          gevaar, zien we daar op de kust van de Libanon de Fenicische stammen
          met als enige uitweg de sprong over de zee naar veiliger oorden.
          De drang om veiliger oorden te vinden was natuurlijk maar één van de
          redenen van de overzeesche expansie. De andere redenen hebben we al de
          revue laten passeren, n.l: de handelsgeest in het algemeen en de drang
          om delfstoffen en grondstoffen op te halen, die dan weer in de
          Fenicische steden bewerkt werden en gereed gemaakt voor doorvoer dan
          wel ten eigen nutte aangewend konden worden.
 
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          1).Zie:Ancient Records of Assyria and Babylonia, D.D.Luckenbill, Univ.
                 of Chicago, Illinois (ARAB I,302).
 
              HET KONINKRIJK ISRAëL
              In 1004 wordt David koning van Israël en verdrijft de Philistijnen.
              Daarna worden de Kanaänietische enclaves als Megiddo, Taanach en
              Bet‑Schean geannexeerd. Dat belemmert de steden Tyrus en Sidon 
              overigens niet om een hecht verbond met het Israël van David te
              sluiten.
Bijvoorbeeld: Samuel 24,6-7: Census David o.a. t/m Tyrus en Sidon.
                    2 5,11: Hiram stuurt ambachtslieden en hout naar David.
 
              TYRUS <<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<<< olie, graan
              &                                                         ISRAëL
              SIDON >>>>>>>>>>>>> hout,koper,luxe goederen >>>>>>>>>>>>>>
 
              Zie:STUDIA PHOENICIA XI, PHOENICIA AND THE BIBLE, OLA 44, LEUVEN 1990:
                 - King Solomon's Copper Supply, E.Knauf.
                 - Phoenician Deities Worshipped in Israël and Juda during the time
                   of the First Temple, H.J.Katzenstein.
 
              Zie:STUDIA PHOENICIA V, OLA 22, LEUVEN 1987:
                 - Les Phéniciens et le commerce entre la Mer Rouge et la Mer
                   Méditerranée, A.Lemaire.
 
              Zie:ASPECTS OF THE FOREIGN POLICIES OF DAVID AND SLAOMON, A.MALAMAT,
                  HEBREW UNIV., JEUSALEM 1963, JNES 22.
 
              Zie:STUDIA PHOENICIA XII, OLA 46, LEUVEN 1992:
                 -Les relations entre les cités de la côte phénicienne et les royaumes
                  d'Israël et de Juda, F.Briquel-Chatonnet.
 
              Zie:JOURNAL OF NORTHWEST SEMITIC LANGUAGES, STELLENBOSCH 1982:
                 -Israël and Tyrus im Zeitalter Davids und Salomons, H.Donner.
 
 
          Zie Boek 49.ATLAS VAN DE BIJBEL                                    
          The new Atlas of the Bible. J.Rogerson. i.e.v.v.E.W.van der Poll Equinox book, Elsevier Amsterdam 1985.
          Literatuur, geschiedenis en geografie van de bijbel. Artikelen over Tyrus en Sidon. Chronologisch overzicht.
          Veel kaarten, foto's en afbeeldingen. Ook diverse interressante thema's, zoals Andere godsdiensten uit de
          bijbelse tijd. Van speciaal belang is de kustvlakte ten noorden van de Karmelberg.
Het voorkomen van Baal in:
Baala
Baalat
Baal-Gad
Baal-Hasor
Baal-Peor
Baal-Perazim
Baal-Salisa
Baal-Sefon
Het voorkomen van Asjtarte:
Astarot (Beestera)
Astarot-Karnaïm
          2.5.2.  De Fenicische verscheidenheid.
 
          In feite is er nooit, zelfs niet in de tijden van het grootste gevaar,
          een enkele Fenicische mogendheid geweest. Het waren duidelijk van
          elkaar verschillende stadsstaten met hun eigen koningen of rechters aan
          het hoofd. Grofweg valt de 250 kilometer lange kustzône der Feniciërs
          uiteen in drie delen. Het noordelijk deel met Oegarit, Arvad, Shukshu,
          Marathus en Simyra was de oudste streek, die vooral op Cilicië en Syrië
          de handel en scheepvaart richtte. In dit noordelijk deel van Fenicië
          is de Kanaänietische grondslag voor een goed deel verdwenen door een
          grondige vermenging met Amorieten, Hethieten, Luviërs en Choerrieten
          bijvoorbeeld. Na de verwoesting van Oegarit zal Arvad in deze
          noordelijke streek de eerste plaats gaan innemen. In deze streek zien we
          ook de eerste Grieken verschijnen in eigen factorijen, zoals te Shukshu
          en te Al Mina.
          Het middendeel van Fenicië met Byblos als centrale plaats heeft iets
          mystieks. Het lijkt het heiligdom te zijn van de Feniciërs met vele
          altaren hoog in de bergen (Afka) en met tempels aan de rand van de zee.
          Later zal er door andere Fenicische steden gezamenlijk een nieuwe stad
          Tripolis gesticht worden als symbool van het besef, dat men toch tot
          eenzelfde volk behoort. Byblos doet hier vreemd genoeg niet aan mee.
          Het zuidelijk deel van Fenicië strekt zich uit van de rivier de
          Asklepios tot voorbij de berg Karmel in Palestina. Sidon en Tyrus zijn
          de voortrekkers in dit gebied. Het zijn vooral deze steden, die ook de
          grootste rol spelen bij de overzeesche reizen en kolonisaties in het
          westelijk deel van de Middellandse zee. Andere steden zijn Sarepta,
          Acco, Dôr, Akhziv en zelfs het ver zuidelijk gelegen Joppe.
          In de tijd zien we een verschuiving van het zwaartepunt van noord naar
          zuid. Het begon met Oegarit en het eindigt tenslotte met Sidon en Tyrus.
          Iedere stad blijft echter een staatje op zich. Men had ook zo zijn
          verschillende bestuurssystemen. In Arvad zien we bij toerbeurt twee
          dynastiëen elkaar constant afwisselen uit de families Amiel en
          Jerostratus. In Sidon vinden we een koninklijke familie, die bijna even
          oud is als de stad zelf, terwijl in Tyrus op het laatst het suffetensysteem,
          afgewisseld met (priester)koningen opgeld doet. De Fenicische
          stadsstaten waren eigenlijk de eerste republieken in de oudheid. Er was
          een sterke aristocratisch/oligarchische inslag, waardoor toch kan gezegd
          worden, dat het absolute monarchistische systeem er niet of nauwelijks voorkwam.
 
              SCHEMA VAN EENHEID NAAR DIFFERENTIATIE
 
                           _____________________________________________
                          [_______________                
                           _______________|   EENHEID     
                          [_______________                
                           _______________|   ÉÉN KANAÄN  
                          [_______________                
                           _______________|               
                          [_______________                
                           _______________|               
                          [_____________________________________________
 
                          Zee‑Kanaänieten   VERSCHEIDENHEID
                          _____________    ____________________________
                         [_____________]  |                            |
                          _____________   |  Arameëen                  |
                         [_____________]  |                            |
                          _____________   |                            |
                         [_____________]  |____________________________|
                          _____________   |                            |
                         [_____________]  |  Israëlieten               |
                          _____________   |                            |
                         [_____________]  |____________________________|
                          Feniciërs
 
 
 
 
 
 
          Zie:Topographie historique de la Syrie Antique et Medievale
              R Dussaud, Librairie Orientaliste Paul Geuthier 1927
              Who were the Phoenicians? S Moscati in THE PHOENICIANS/Biompani.
              blz 24.
 
          2.5.3.  De ontwikkeling van Tyrus.
          Voorheen heette Tyrus waarschijnlijk Avatha (Aldoun) of Zor (rots). In
          oude Egyptische geschriften komt de naam Su/aru naar voren. Na de reeds
          geschetste mogelijke vlucht van mensen uit Sidon na een aanval door de
          Zeevolken, breidt Avatha of Zor zich sterk uit. De eilanden voor de kust
          worden steeds dichter bebouwd. De huizen worden hoger. Het benodigde
          drinkwater wordt in kommen opgevangen of per schip naar de rotsen in de
          zee gebracht. Tegenwoordig wordt Tyrus Sour genoemd (Tsor=rots). In de
          loop van de 11e eeuw wordt Tyrus net zo belangrijk als Sidon, dat tot
          ca.1000 de belangrijkste stad in Zuid‑Fenicië was. De eerste enigszins
          bekende koning van Tyrus is Baäl-remeg, maar zijn naam is zowat het
          enige wat we van hem weten. Bekender wordt Abibaäl, die omstreeks
          1000 v.C leefde. Zijn zoon is Hiram, die een belangrijke rol zal gaan
          spelen in de Fenicische geschiedenis. 1)
         
          2.5.4.  Sidon bekleedt de eerste plaats. 2)
          In de 11e eeuw was Sidon de "primus inter paris" in Fenicië. De
          Feniciërs worden door de andere volken dan ook aangesproken als
          Sidoniërs. Lange tijd noemen de koningen van Tyrus zich ook nog koning
          van de Sidoniërs en later zal in enige gevallen ook werkelijk sprake
          zijn van een dubbel‑koningsschap. Over de grote zee speelt Sidon in eerste
            instantie een belangrijke rol in de lange afstandsexploratie.
          Sidon zelf ligt gewoon aan de kust aan twee baaien. Er is slechts sprake
          van een zeer klein eilandje en enige riffen. De hoofdgod van de stad is
          Esjmoen. De Sidoniërs maken gebruik van koopvaardijschepen van allerlei
          afmetingen. Allen hadden zij een typisch ronde constructie met hoge
          boegen en achterstevens. De beplanking was volledig bedekt met pek om de
          schepen waterdicht te maken. De oorlogsschepen (nog zeer weinig in
          aantal) waren veel smaller en veelal langer.
          Ondanks de belangrijke positie, die Sidon in deze tijd inneemt is toch
          geen naam van een of meerdere koningen bekend. Wellicht was die ook niet
          aanwezig en was er toen al sprake van een oligarchisch/aristocratisch
          bestuur.
 
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
     1).Voor de Tyrische koningen wordt verwezen naar "De Regeerders van Tyrus", H van Diessen, Apeldoorn, 1999.
          2). Zie Boek 140.SAIDA ‑ SIDON. Conseil national du Tourisme au Liban. Georges Borgi. Ongedateerd. Eigenlijk meer een folder, maar wel goed qua informatie en uitvoering.
 
                  Bij de stichting van Saul's koninkrijk, staat Tyrus
                  nog vijandig tegenover de Israëlieten. Als echter David
                  ook nog de Philistijnen overwint, verandert die houding.
                  In Sam.(II 5:11) en Kronieken (I 14:1) lezen we dan ook:
                  "Hiram, koning van Tyrus, zond een delegatie naar David;
                   hij zond hem cederhout en daarmee ook de timmerlui en
                   steenbewerkers, die voor David een huis bouwden."
 
                  In HELLENOSEMITICA van     Zie Boek 48.In CANANAATE TOPONYMES IN
                  A.C.Astour worden voor     ANCIENT EGYPTIAN DOCUMENTS
                  deze tijd de volgende      Shmuel Ahituv worden de
                  plaatsen genoemd           volgende plaatsen genoemd
                  [alleen  binnen  het  gebied  van  de  Feniciërs]
 
                  Himulli
                  Ugarit
                  Birzihe
                  Gib'ala
                  Siyannu
                  Arwada
                  Sumura
                  Irqata
                  Ambi
                  Ammia
                  Sigata                     Samsuna
                  Busruna                    Busruna
                                             Qedem
                  Gubla                      Afqa
                  Gaddasuna                  Gaddsuna
                  Beruta                     Be'eroth
                                             Magar(a)
                                             Hasi
                  Siduna                     Siduna
                  Kumudi                     Kumidi
                                             Zarephath
                  Surri                      Su/aru
                                             Usu
                                             Kana'
                                             'Ain
                                             Mish'al
                                             Achshaph
                  Akka                       Akko
                                             Aphek
                                             Rehob
                                             Maacha
                                             Libnath
                                             Du'ra