maandag 21 juli 2014

4.Onderzoek.





          BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET ONDERZOEK NAAR DE Feniciërs

 

          De eerste, waarvan bekend is, dat hij een alles omvattend boek over een

          tak van Feniciërs schreef, is nota bene een Romeins keizer Claudius,

          die over de Carthagers het boek maakte:"Karchedonakia". Helaas is dit

          verloren gegaan.

 

          Pas vele eeuwen later in de 18e eeuw na Chr schrijft W Bötticher (1798‑

          1850 n.C) als eerste een allesomvattende geschiedenis der Carthagers.

          O.Meltzer(1846‑1909 n.C) en U.Kahrstedt(1888‑1962 n.C) volgen. Meltzer

          schrijft de eerste twee delen en Kahrstedt het derde deel.

          Het voorwerk hiervoor werd door een reeks anderen opgeleverd:

          ‑S.Bochart (1599‑1667 n.C) met een studie over Semietische philologie

           [Geographiae sacrae pars prior. Phaleq seu de dispersione gentium et

           terrarum divisione factor in credificatione turris Babel; Geographiae

           sacrae pars altera. Chanaan seu de coloniis et sermone Phoenicium."

          ‑F C Movers (1806‑1856 n.C) "Die Phönizer." Een studie, die wel erg pro‑

           Phoenicisch uitvalt (Panphoinikismos).

          ‑J.J.Barthélemy (1716‑1795 n.C) met epigrafische studie.

          ‑W Gesenius (1786‑1842 n.C) met epigrafische studie.

           [Scripturae linguaeque Phoeniciae monumenta quotquot supersunt].

          ‑E.Renan (1823‑1892 n.C) met epigrafische studie en reisverslagen uit de

           Libanon.

 

          De eerste opgravingen te Carthago vonden plaats door Ch.E.Beulé

          (1826‑1874 n.C), C.T.Falbe (1791‑1849 n.C) en A.L.Delattre (1850‑1932 n.C).

          In het begin van de 20e eeuw verricht S.Gsell veel onderzoek op velerlei

          gebied (1864‑1932 n.C). Op de vele onderzoeken en onderzoekers in

          20e eeuw na Chr. wordt later veelvuldig ingegaan.

 ncfps