woensdag 23 juli 2014

23.De eerste kolonisaties.

 
 
          2.4.    De eerste periode van kolonisatie.
 
          Na de turbulente periode van de invasies door o.a. de Zeevolken komt Fenicië tot zijn eerste koloniale ontwikkeling. Vooral de steden Sidon en Tyrus dragen aan deze ontwikkeling bij. Daarnaast komen de steden Akko, Beryt en Arvad tot ontwikkeling. Per gebied wordt hierna de eerste           kolonisatieperiode belicht.
 
          2.4.1.  Cilicië.
 
          Deze streek in Klein‑Azië staat onder veel andere namen bekend. Qué of
          Kizzuwatna 1) komt ook voor. Deze kusstreek ligt direct ten noorden van
          Oegarit. De Feniciërs stichten of bewonen er verder Myriandros en
          Rhossos. De laatste naam betekent in het Fenicisch:kaap of
          voorgebergte (Ras). Andere nederzettingen zijn Adana en Issus, maar
          daarvan is niet zeker, of zij door de Feniciërs zijn beheerd. Wat (
          zuidelijker liggen o.a. Gabala en Paltos, die tot de invloedsfeer van Arvad
          gerekend kunnen worden.
          1) : De tweetalige inscriptie van Karatepe (Hethietische tekens in de
              Fenicische taal) laten vermoeden, dat in ieder geval in de 8e eeuw
              de Cilicische kust druk door de Feniciërs werd bezocht.
                  De Israëlitische stam Asher slaagt er niet in om de Fenicische
                  steden Akko, Sidon, Akhzib, Ahlab, Helbah, Aprik of Rehob te be‑
                  machtigen. Later assimileert de stam van Asher zich met de Kana‑
                  änieten o.l.v. Zebulon.
 
                  ARVAD
                  De streek Cilicië moet alleen al door de ligging van Arvad in de
                  belangstelling hebben gestaan bij die stad. Zie ook:"ARVAD, Zijn
                  geschiedenis in de oudheid voornamelijk als Fenicische stad met
                  zijn vastelandsbezit.", H.R.van Diessen, Apeldoorn 1998.
 
                  Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN:
                      Kaart 13.De noordflank van Fenicië.
 
                  Zie:OLA 22, LEUVEN 1987:
                      - L'Anatolie et le monde phénicien du Xe-IVe siècle, R.Lebrun.
 
          2.4.2.  Cyprus.
 
          Cilicië was desnoods nog over land te bereiken. De eerste echte overzeesche steunpunten hebben de Feniciërs waarschijnlijk gesticht op Cyprus. Op dat eiland was men al lang geen onbekende, want Cyprus (ofwel Alasiya) functioneerde al geruime tijd als tussenstation tussen de Kretenzische en Egeïsche wereld enerzijds en die van Egypte en de Levantlanden anderszijds. Aan de zuidzijde van het eiland nemen de Feniciërs Amathos 1), Kition 2), Kurion en Paphos in bezit of stichten ze als nieuwe stad. Aan de oostzijde vinden we Enkomi en Salamis, dat later een belangrijke Griekse stad zal worden. Aan de noordzijde worden Ayia Irimi, Marion en Lapethos gekoloniseerd. Daarbij blijft het niet, want in het binnenland worden ware mijnbouwsteden ontwikkeld:Tamassos, Idalion en Golgoi. In de mijnen werd het zo belangrijke koper gewonnen. Belangrijk, omdat dat product samen met tin het begerenswaardige brons geeft. Op een gegeven moment beheersen de Feniciërs het grootste deel van het eiland in handen. De alhier gegeven namen zijn over het algemeen de latere Griekse.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          1) Amathus blijft wel in hoofdzaak Eteo-Cyprisch van karakter.
          2) Kition is de belangrijkste Fenicische plaats geworden en komt mogelijk 
            overeen met Qartihadashti vanuit de Assyrische overlevering, maar hier
            is nog veel discussie over.(Zie o.a.:Harden, blz 53).
 
Zie: Map 40.7.Kition. V.Karageorghis 1976 Gustav Lubbe Verlag (boek 166).
              Omstreeks 1100 zijn de Feniciërs nog niet zo ver, dat zij op
              Cyprus al volwaardige eigen kolonies hebben. Uit het reisverslag
              van Wen Amon blijkt zelfs, dat de koning van Byblos niet eens in
              staat is om de schepen van de Tjekers of Zakkari's van de kust te
              verdrijven. Met Cyprus drijven de Feniciërs wel uitgebreid handel.
              Pas na 1000 zullen zij overgaan tot semi‑permanente nederzettingen
              en pas omstreeks 850 zal, volgens de tot dusver beschikbare archeo‑
              logische bewijsvoering, bijvoorbeeld Kition volwaardig hersticht worden.
 
              Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN:
                  Kaart 15A.Cyprus in de late bronstijd.
                  Kaart 15B.Cyprus in de vroege ijzertijd.
                  Kaart 15C.Veranderende naamgeving door de eeuwen heen.
                  Kaart 15D.Kition: de oudste Fenicische kolonie op Cyprus.
 
              Zie:OLA 22, LEUVEN 1987.
                  - La royaume de Kition, Epoque archaïque, M.Yon.
                  - Repercussions on the Phoenician Presence in Cyprus, I.Michaelidou-
                    Nicolaou.
 
              Zie:BASOR 308, BALTIMORE 1997:
                  - The City-kingdoms of Early Iron Age Cyprus in Their Eastern
                    Mediterranean Context, E.Herscher.
                  - Kition in the Tenth to Fourth Centuries BC, M.Yon.
                  - Amathus During the First Iron Age, P.Aupert.
                  - Kourion:The Evidence for the Kingdom from the 11th to the 6th
                    Century BC, D.Bouiltron-Oliver.
                  - The Iron Age Kingdom of Marion, W.A.P.Childs.
                  - The Kingdom of Idalion in the Light of New Evidence, M.Hadjicosti.
                  - Notes on the Iron Age Kingdoms of Cyprus, A.T.Reyes.
                  - Constructing the Cypriot Iron Age:Present Praxis;Future  
                    Possibilities, D.W.Rupp.
 
 
Zie Boek 166.KITION. Mycenaean and Phoenician Discoveries in Cyprus, Vassos  Karageorghis. New Aspects of Antiquity. Book Club  Associates, 1976 Thames & Hudson, Ltd, London. De oudste kolonie van de Fenici? Opgraving 1959. vestigingskenmerk: zoutmeer. Belos, koning van de Sidoniërs, sticht Kition. Fenici bouwen eerste inheemse tempel weer op. Hareninscriptie. 4 opeenvolgende tempels. De rol van Demonikos? inscriptie KITI bij Larnaka van BD voor zoon KLKY in 42e jaar PMYTN.
 
 
Map 39.4.4.Salamine de Chypre. Colloquium CNRS Paris 1980 OA XXI 1982
Map 39.4.7.Fouilles de Kition. G.Clerc e.a. Nicosia 1976 OA XXI 1982
 
          2.4.3.  De Egeïsche zee.
 
          Herodotus vermeldt in zijn "Historiën", dat in Milete (aan de Turkse
          kant dus) toen het al lang Ionisch geworden was, nog Fenicische
          families woonden, zoals Thalès van Milete, die ervoor pleitte, dat
          de Ioniërs één bestuurscentrum zouden stichten op Teos.
          Ook op Rhodos, Kreta, Thasos, Thera en in Beoetië zijn aanwijzingen te vinden van vroege Fenicische aanwezigheid dan wel provisorische kolonisaties. Deze Fenicische aanwezigheid is aanleiding geweest voor
de Grieken om er legenden en mythen over te verspreiden. Nochtans bevatten deze legenden wellicht een grond van waarheid. Zo is er het verhaal van de vier zonen van Agenoor van Tyrus, die op zoek gaan naar de geschaakte koningsdochter Europa. Twee van die zonen blijven in Griekenland, namelijk Kadmos in Thebe en Thasos op het gelijknamige eiland.
          ......................................................................
          Tabel 3.Stamboom van Agenoor.
 
                              POSEIDON X nimf LIBYA
                                       |
                                   AGENOOR(v Tyrus)
                                       |
          _____________________________|______________________________
          |           |                |              |              |
          dochter   zoon             zoon           zoon           zoon
          EUROPA    PHOENIX          THASOS         CILIX          KADMOS
          geschaakt naar             naar           naar           naar
          door      LIBYA            OLYMPIA        CILICIE        RHODOS
          Zeus      en               (beeld         en terug       (tempel)
          en komt   weer              Melqart)      naar           door naar
          bij Gortyn terug           en door        TYRUS          DELPHI
          op Kreta  naar             naar het                      en stichting
          aan land  TYRUS            eiland                        van THEBE
                                     THASOS
          ......................................................................
         
            Van de elfde tot de achtste eeuw nemen de Grieken veel over van de
          Feniciërs en dan ook worden ze in de Ilias nog afgeschilderd als
          bekwame handelaars en ambachtslieden. Tegen de tijd. dat de Grieken zelf
          het ruime sop kiezen. dan slaat de bewondering om in vijandschap en dan
          worden ze in de Odyssee ook beschreven als schurken en dieven. De
          Grieken en de Feniciërs moeten in een vroeg stadium nauw met elkaar
          verbonden zijn geweest. beide volken namen de cultuur van de Kretenzers
          en de Myceners over. Met de opkomst van de Griekse zeilvaart wordt men
          concurrenten van elkaar. Dan ook komt het tot conflicten en de
          Feniciërs verwijderen zich gedeeltelijk uit de Egeïsche zee. Niettemin
          blijft hun alfabet nog erg lang in gebruik op Thera, Melos e.d. 1)
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
1).Zie:"Geschichte des Altertums" van E.Meyer, deel II,2.
       Map 12.21.Homeros Odyssee, O.Damsté, Spectrum, Utrecht/Antwerpen.
              Onderschatting en overschatting van de Fenicische kolonisaties.
              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
              Vooral auteurs, die werken over de Grieken publiceren, zijn vaak
              geneigd om de rol van de Feniciërs in de vroeg‑Griekse geschie‑
              denis te onderschatten. Het feit, dat de Grieken uit de oudheid
              zelf van mening waren, dat die rol belangrijk was, wordt afgedaan
              met o.a. de opvatting, dat die overleveringen echo's waren van de
              vroegste contacten tussen Myceners en Feniciërs. Nu is de archeo‑
              logische bewijsvoering van Fenicische kolonies in de Egeïsche
              zee inderdaad dun, hetgeen nog meer voeding geeft aan de neiging om
              de rol van de Feniciërs te onderschatten. Bij dit alles moet
              echter bedacht worden, dat de Fenicische kolonisaties een geheel
              ander karakter hadden dan de Griekse. De Fenicische nederzettingen
              overzee waren niet groter dan strict noodzakelijk voor de bevoor‑
              rading van de scheepvaart of voor de inscheping van gewonnen ertsen
              in het binnenland bjvoorbeeld.
              Gustav Glotz maakt in zijn HISTOIRE ANCIENNE deel II Histoire
              Grecque (Paris 1938) dan ook terecht een onderscheid tussen
              koloniserende Grieken en explorerende Feniciërs, waarbij de
              laatsten de wegbereiders zijn van de latere Griekse kolonisaties.
              Anderzijds zijn er vooral in de 19e eeuw n C publicisten geweest,
              die uitgingen van een te romantische voorstelling van zaken. De
              Feniciërs zouden volgens hen grote delen van de Atlantische en
              Indische oceaan hebben bevaren en de kusten gekoloniseerd. Dat is
              maar een heel klein beetje waar!
 
              Zie:-HELLENOSEMITICA, AN ETHNIC AND CULTURAL STUDY IN WEST SEMITIC
                   IMPACT ON MYCENAEAN GREECE, M.C.ASTOUR, LEIDEN 1965.
                  -THE DARK AGES OF GREECE, AN ARCHEOLOGICAL SURVEY OF THE ELEVENTH
                   TO THE EIGHT CENTURIES BC, A.M.SNODGRASS, EDINBURGH.
                  -THE GREEKS AND THEIR EASTERN NEIGHBOURS, T.J.DUNBABIN, CONNECTICUT.
                  -DIE PHÖNIZIER IN GRIECHENLAND, U.GEHRICH, MAINZ 1990.
 
              Zie: OLA 22, LEUVEN 1987:
                   -Le rôle et la place des Phéniciens dans la vie économique des
                    ports de l'égée, M.F.Baslez. > voor het einde
                   -Ateliers phénicien dans le monde égéen, A.M.Bisi. > voor het begin
 
          Zie Boek 47.DIE PHÖNIZIER IM ZEITALTER HOMERS
U.Gehrig + H.G.Niemeyer. Ph.von Zabern Mainz 1990. Bijdragen van .Gubel, J.Latacz, A.Rathje, W.Rollig, M.Aubet‑Semmler. Gefixeerde afgeronde onderwerpen, vele nederzettingen apart belicht, vindplaatsen, kaarten, maar liefst 261 foto's, citaten. Uitstekend verzorgd boekwerk! Catalogus met 257 voorwerpen. Voorwoord: ter gelegenheid van het 100 jarig jubileum van het Kestner Museum. Cultureel-catalysatorische werking op de Grieken, Etrusken, Italiërs en Grieken. [en op de Numidiërs en Iberiërs!!!]. De Geschiedkundige rol van de Feniciërs als cultuurdragers. Overschatting door Wolfgang Helbig.-> Myceense kunst=oudere Fenicische stijl. Onderschatting door Salomon Reinach.-> verdedigt Europa tegen het primaat van de Fenicische cultuur. Oudfiloloog Joachim Latacz uit Basel toont de negatieve vooroordelen t.o.v. de Feniciërs. Die Phönizier bei Homer: Waarom Homerus? De eigen leer- en papyrusrollen gingen verloren. Homerus bericht via de Ilias en Odyseus, dankzij het alfabet van de Feniciërs. Daarvoor al contact in de 14e en 13e eeuw bij Myceense Grieken, die zich Achaiërs noemden. Dan al bekend door handwerk (purperververij en ornamentering op metaalproducten). Sidoniërs zijn de vervaardigers. Feniciërs zijn de brengers. Een begin van anti-semietisme in de Odyseus. De haven Phoinike wordt genoemd. De Griekse boeren beginnen de slimme zeehandelaren te haten. Voor de Sidoniërs als ambachtslieden had men respect. Voor de Feniciërs had men het woord schurk.
Die Phönizier in Griechenland: Herodotos noemt de plaatsen: Rhodos, Thera, Melos, Kythera, Kreta, Methone (Messenië), Athene. Corinthe is van belang door de overgeleverde cultus van de bewapende Afrodite en de tempelprostitutie van Asjtarte. De archeologie wijst op de periode 9e-7e eeuw = Geometrische tijd. c.800 v.C verschijnen waardevolle voorwerpen, die ook ter plaatse te Tekke bvb bij Knossos werden gemaakt (Tholosgraf).  Het vrouwengraf van Eleusis. Rhodos was niet alleen een steunpunt (J.N.Coldstream), maar er was ook een nederzetting. Volgens Imma Kilian-Dilmeier kennen de Heratempels wijdingen van vreemdelingen te Perachora (74%) bij Corinthe en te Samos (10%). De strenge geometrische stijl wordt in de 7e eeuw afgewisseld met de oriëntaliserende stijl.
          De Feniciërs behouden grote invloed op de Grieken, ondanks de opgave
          van hun permanente nederzettingen. Dat moge op religieus en
          scheepvaartkundig gebied nog uitgebreid blijken. Een enkel voorbeeld; zo
          hebben de Grieken het over de "Kabiren" (de Groten), waarmee ze goden
          aanduiden, die met "Achten" de scheepvaart uitvonden te Berytos. Het
          eiland Melos heeft zijn naam te danken aan de Feniciërs. Stefanus van
          Byzantium vermeldt, dat de Feniciërs haar eerste bewoners waren.
          Het werd toen Bylbis genoemd, omdat zij van Byblos kwamen. Daarna is de
          naam verbasterd tot Mimblis, Mimallis en tenslotte Melos.
              T J DUNBABIN geeft in zijn "The Greeks and their eastern neighbours"
              de oosterse bijdrage aan de vroeg‑Griekse beschaving weer. De oudste
              voorwerpen, die niet‑Grieks zijn en een oostelijke herkomst hebben
              zijn Syrische bronzen figuren. Kenmerkend zijn de brede diepe oog‑
              kassen en de scherpe neus en kin. Zij stammen uit de 9e eeuw.
              Amnisos op Kreta, Ithaka, Samos, Kronos, Corinthe en Olympia zijn
              de vindplaatsen. Ivoren voorwerpen met Aziatische trekken komen
              voor op Rhodos, Kreta, Athene, Samos, Ephesos, Perachora en Sparta.
              Die van Kreta stammen eerst uit de 8e eeuw. T J Dunbabin gaat er
              van uit, dat de Feniciërs te Kronos bijvoorbeeld deze voorwerpen
              geproduceerd hebben. Op Rhodos moet een Fenicische nederzetting
              geweest zijn. Daar werden duizenden voorwerpen gevonden met veel
              Egyptische motieven. In de 8e en 7e eeuw kan er gesproken worden
              van de oriëntaalse periode in de Griekse kunst. Het wemelt van
              sfinxen, leeuwen, mensvogels en pantervogels. Op Samos zijn de
              Cyprioten actief geweest, die hun handwerkkunde aan de Grieken
              doorgaven. Maar ook daar zijn enige Fenicische vondsten gedaan.
 
 
              Zie:OLA 22, LEUVEN 1987, STUDIA PHOENICIA V:
                 - Aspects orientaux du culte d'Aphrodite à Athènes, V.Pirenne.
                 - La coupe phénicienne de Fortetsa, Crète. Une reconsidération.
                   G.Falsone.
 
              Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN:
                  Kaart 16.Feniciërs in de Egeïsche wereld.
                  Kaart 17.Feniciërs op Rhodos (XIe-IXe eeuw v.C).
                  Kaart 18A.Thasos.
                  Kaart 18B.Thera.
                  Kaart 18C.Kreta.
 
                  HERODOTUS boek IV [147]
                  Kadmos laat op Thèra Feniciërs achter, waaronder een
                  bloedverwant Membliaros (>>Melos?), die de zoon van
                  Poikilès is. Thèra werd vroeger Kallistè genoemd.
                  Op het moment, dat Thèras van Lakedaimoon op Thèra aan‑
                  komt, woonden de Fenicische nakomelingen er gedurende
                  acht generaties (=>300 jaren?).
                  Aangezien deze Thèras omstreeks 500 daar aankomt, moeten
                  de Feniciërs er in ieder geval in de 9e eeuw reeds
                  woonachtig geweest zijn, als de overlevering juist is!
 
          2.4.4.  Nog verder weg.
 
Via Kreta, Kythera (en wellicht Corcyra) geraakten de Feniciërs tenslotte bij Sicilië.  Ook Melita (Malta) kreeg een Fenicisch steunpunt en op de noordkust van Afrika vestigden zij de belangrijke stad Utica. Omstreeks 1100 worden al betrekkingen aangeknoopt met Tartessië; een land, dat waarschijnlijk voorbij de straat van Gibraltar ligt. De zuilen van Hercules ofwel Melkart zijn gepasseerd. Voor het eerst vaart een zeevarende natie de Atlantische oceaan op vanuit het antieke Midden‑Oosten. Dwars over de gehele lengte van de Middellandse zee hebben de Feniciërs hun schepen duizenden mijlen laten afleggen.
          Daarbij werd gebruik gemaakt van typische ronde schepen, die tot 3 à 4
          maal zolang als breed waren. Meestal hadden deze schepen één mast,
          waarin de ra hing. Aan de ra hing een vierkant zeil. Het sturen gebeurde
          door twee grote riemen aan de achterzijde, terwijl het zeil door een
          aantal touwen bijgesteld kon worden.
          Deze schepen brachten vanuit Tartessië zilver en tin mee. Het tin werd
          in het begin door de Tartessiërs waarschijnlijk zelf opgehaald uit
          Bretagne (of Cornwall?). Later gingen de Feniciërs onder leiding van
          Himilco dat zelf doen.
          Langs de kusten van de Middellandse zee en vooral op de eilanden daarin
          verrijst nu een netwerk van factorijen en steunpunten om vooral de
          verbinding met Tartessië te beveiligen en in stand te houden.
                  Op hun weg naar het westelijke deel van de Middellandse zee
                  moeten de Feniciërs gebruik gemaakt hebben van veilige anker‑
                  plaatsen langs de Griekse zuid‑ en westkust. De baai van Navarin
                  is er zo een, voordat de oversteek over de Ionische zee gemaakt
                  kan worden. Als ankerplaats moet deze baai zeker benut zijn
                  geweest, maar voor een Fenicische facorij of semi‑permanente
                  nederzetting zijn tot dusver geen aanwijzingen gevonden.
 
                  SPHACTERIE
        Zie:-L'ESPANSIONE FENICIA, COLLOQUIO ROMA 4-5 MAGGIO 1970.
            -L'EXPANSION PHÉNICIENNE EN MÉDITERRANNÉE, ESSAI D'INTERPRÉTATION
             FONDÉ SUR UNE ANALYSE DES TRADTIONS LITTÉRAIRES, G.BUNNENS,
             INSTITUT HISTORIQUE BELGE DE ROME 1979 DEEL XVII.
            -DER WEG DER PHÖNIKER NACH TARSIS IN LITERARISCHER UND
             ARCHÄOLOGISCHER SICHT, K.GALLING, WIESBADEN 1972, ZEITSCHRIFT
             DES DEUTSCHEN PALÄSTINA VEREINS, BAND 88, HEFT 1.