maandag 21 juli 2014

12.Het tijdperk van 3000 tot 2000 v.C.

 
 
          1.5.    Het tijdperk van 3000 tot 2000.
 
          Deze tijd werd in het begin gekenmerkt door een tamelijk grote mate van rust en constant blijvende verhoudingen. Lange tijd waagden de Kanaänieten en/of proto‑Feniciërs zich namelijk niet verder dan de direct nabijgelegen kusten. Zij werden enerzijds geblokkeerd door de Kretenzers, die de hegemonie hadden in het oostelijk deel van de Middellandse zee. Anderzijds bestond er ook geen bijzonder grote
noodzaak om grotere tochten te gaan ondernemen. Naast de grote bloei van Byblos en Oegarit ontwikkelden zich langzaam ook andere kleinere havenplaatsen. Bekende handelswaren zijn in die tijd purpur, glas en vooral het cederhout. Zo liet reeds farao Snefroe tussen 2650 en 2600 veertig scheepslasten cederhout overkomen uit het plateau van de ceders, zoals Libanon toen genoemd werd. Pepi I (2289-2255 v.C) legt opnieuw contact. Hij laat Ouni een expeditie uitrusten naar Byblos. De bevolking van de Levantkust wordt door de Egyptenaren 'Fenkhu' genoemd.
KBNT:   Hiermee geven de Egyptenaren de schepen van de bovenzee aan, die waarschijnlijk hoofdzakelijk de schepen van Byblos waren.
                                                                      2 5  0 0
          1.5.1.  Ebla en de Eblieten.
 
          Omstreeks 2500 moet er ook een groot Syrisch rijk geweest zijn, waarmee
          Oegarit en Byblos onvermijdelijk te maken hebben gehad. Het rijk had als
          hoofdstad Ebla en bezat ook een eigen taal. Uit opgravingen uit de 1)
          zeventiger jaren van deze eeuw is gebleken, dat Ebla (Tell Mardich) zeer
          omvangrijk moet zijn geweest. Volgens schattingen van Chaïm Bermant en
          Michaël Weitzman zouden er in de stad en directe omgeving zo'n 260.000
          mensen gewoond moeten hebben. Ebla moet zeer machtig geweest zijn, zeker
          na de overwinning op Iblul‑Il, de koning van Mari. Ook de noordelijke
          Levantkust moet de invloed van Ebla gevoeld hebben.
          De macht van Ebla is illustrerend voor de betekenis, die de Syrische
          staten (zoals ook Yamchad, Haran,Qatna en Alalakh 2)) in deze tijd gehad hebben.
 
     XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
1).Zie:"Ebla, Syria - Bakermat van de Aartsvaders", C.Bermant/M.Weitzman, waarin overigens te lichtvaardig t.a.v. de 'Aartsvaders' conclusies worden getrokken dan wel gesuggereerd (Map12.2).
2)Zie Boek  161.A FORGOTTEN KINGDOM. Sir Leonard Woolley. Being a record of the results obtained from the excavations of two mounds Atchana and Al Mina in  the Turkish Hatay. Van belang door de ligging aan de noordoost flank van Fenicië.  Max Parrish, London, 1959. 2e editie. Z.g.?Fenicisch glas al in niveau VI van Atchana (1750-1595) en nog wel een van de mooiste exemplaren. Paleis Yarim-Lim in Kretenzische stijl is ouder dan die paleizen op Kreta zelf. Idri-mi vindt onderdak in een Hebreeuwse stad in Noord-Kanaan bij Apiru krijgers. Al-Mina is de haven: Aradus daar genoemd. Connecties tot aan Delos toe. Fenicisch glas.
3.Zie Boek 285.NATIONAL GEOGRAPHIC febr.2005. Geheimen uit een Syrisch koningsgraf. Eer aan de doden. Oude Syrische dodencultus. Karen E.Lange. National Geographic. Het gaat over de laatste dagen van Idanda van Qatna c.1340 v.C. Graftombe is vrijwel intact teruggevonden. Te Tell Mishrife hebben Peter Pfälzner en Mirko Novak sind 1999 opgravingen verricht, alsmede Anne Porter (Univ.of Southern California). Na het puinruimen van Graaf Du Mesnil du Buisson uit de jaren ’20 kwam men tenslotte bij het herdenkingsfeest van de voorouders.
 
          De Eblieten lijken verdraagzaam te zijn in godsdienstzaken. In de stad
          zijn tempels aangetroffen van goden en godinnen van verschillende
          godsdiensten. We vinden er tempels van Dagan, Eshtar, Karmisch en Rasap.
          Ebla functioneerde als intermediair tussen met name Oegarit aan de
          Middellandse zeekust en aan de andere kant Mesopotamië. In feite is het
          een voorloper van Palmyra.
          Handel was een belangrijke bestaansbron voor de stad. Er zijn
          Soemerisch/Eblitische woordenboeken gevonden, waardoor mede de taal van
          Ebla ontcijferd kon worden.door Prof.Giovanni Pettinato. Bermant en
          Weitzman poneren de mogelijkheid, dat (Ebla in) Syrië de bakermat van de
          aartsvaders zou kunnen zijn. Het is niet onmogelijk, dat Abraham vanuit
          deze stad zijn tocht naar Kanaän is begonnen of tenminste er langs
          getrokken is.
          Omstreeks 2350 heeft Ebla al een grote verwoesting moeten doorstaan. Het
          is waarschijnlijk Sargon van Akkad geweest, die zijn rijk tot en met
          Ebla heeft uitgebreid. Drie eeuwen later zijn het de Amorieten, die 
          bezit nemen van de stad. 1)
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
1) Zie:WHO WERE THE AMORITES? van A Haldar, Leiden 1971.
ncfps