maandag 21 juli 2014

16.De situatie rond 2000 v.C

 
 
 
          1.6.    De situatie rond 2000.
 
          Omstreeks 2000 moet er een verandering hebben plaats gevonden in de
          toenmalige maatschappij, die voornamelijk draaide op agrarische middelen
          van bestaan. In de archieven van tempels worden omstreeks deze tijd
          namelijk verrassend veel rekeningen van zelfstandige (groepen van) koop‑
          lieden aangetroffen. M.a.w.de handel komt sterk opzetten en het vroegere
          systeem van gemeenschappelijk bezit van land, voedsel en goederen wordt
          doorbroken. In onze huidige terminologie zouden we kunnen zeggen, dat er
          een overgang plaats vond van een communistisch getinte maatschappij naar
          een meer kapitalistisch systeem.
 
          1.6.1.  De scheepvaart rond 2000. 1)
 
          Zo'n 4000 jaar geleden voeren er op de Middellandse zee reeds schepen.
          Voor het merendeel waren dat kleine brede schepen, die 's‑nachts het
          strand op werden getrokken. De zeevaart is naast de visserij een
          handelsscheepvaart langs zeeroutes, die verder liepen, dan tot voor kort
          werd aangenomen. Vast staat nu in ieder geval, dat ook de Rode zee en de
          Perzische golf werden bevaren. In de Perzische golf staat de wind (ook
          in die tijd) vanuit het noorden en het was daarom verhoudingsgewijs
          gemakkelijk om vanuit het Ur naar het zuiden te varen. Het duurde zo'n
          drie dagen voordat men een kust bereikte, die later bekend zou worden
          als Dilmoen in de bocht van Bahrein. De handel geschiedt aan de hand van
          kleitafeltjes, die in de tempel van Ishtar (Astarte) bewaard werden. De
          ladingen bestonden uit textielproducten en mijnbouwproducten (koper uit
          Makan). Maar ook goud, jade, kornalijn en ivoor werden verscheept. De
          reis naar het noorden ging heel wat moeilijker en duurde ook veel
          langer. Men moest immers constant tegen de wind in laveren totdat het
          eiland Failaka in de bocht van Koeweit werd bereikt.
          Ook op de Rode zee was de ontwikkeling van de scheepvaart reeds op gang
          gekomen en dat gebeurde voornamelijk door de Egyptenaren. Doordat die
          hun transacties op papyrus optekenden, weten wij niet veel van deze
          scheepvaart. Immers, papyrus is vergankelijk en kleitabletten
          nauwelijks. Daarom weten wij o.a. ook niet zeker waar het land Poent ligt.
          Op 150 kilometer van Thebe ligt de Egyptische oostkust en vandaar uit
          vertrokken de Egyptische schepen in zuidelijke richting. Uit de landen
          van de Rode zee brachten zij goud, ivoor, ebbehout, wierook, apen,
          slaven e.d., terwijl Egypte zelf linnen en bewerkte waren en goederen
          leverde.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
                                                           800 v Z
          1).Zie:"The Ships of the Ancient Near East c.2000-c.500 v.C",
                 M.C.de Graeve, Dep.Orient.,Leuven, OLA 44, Studi Phoenicia XI.
 
              Zie:voor deze periode speciaal het boek (36) van Geoffrey Bibby:
                  VIERDUIZEND JAAR GELEDEN (Het leven van 2000‑1000 v C),
                  Amsterdam 1962/1980 (sfeertekening).
 
              DILMOEN:Het kustgebied tussen het huidige Bahrein en de Kuweitgolf.
              MAKAN  :Het huidige Oman en Hadremaut.
              POENT  :Het huidige Yemen en/of Eritrea.
 
              Voor wat betreft de scheepvaart in het algemeen dient verwezen te
              worden naar DIE SEEFAHRER DER ANTIKE, L.Casson, Prestel Verlag,
              München, 1979.
 
          Zie voor achtereenvolgens mythologie, inbreng bijbel, nederzettingen,
          topografie en het begin van Tyrus:
 
                  NEAR EASTERN MYTHOLOGIE
                  JOHN GRAY
                  LONDON 1969/1982
 
                  GEOGRAFISCHE GIDS BIJ DE BIJBEL
                  J NEGENMAN
 
                  CITIES AND NATIONS OF ANCIENT SYRIA
                  G BUCCELLATI
                  UNIVERSITA DI ROMA 1967
 
                  TOPOGRAPHIE HISTORIQUE DE LA SYRIE ANTIQUE ET MEDIEVALE
                  R DUSSAUD
                  LIBRAIRIE ORIENTALISTE PAUL GEUTHIER 1927
 
                  THE HISTORY OF TYRE FROM THE BEGINNING OF THE SECOND MILLENIUM
                  UNTILL THE FALL OF THE NEO BABYLONIAN EMPIRE 538 BC
                  THE SHOKEN INSTITUTE FOR JEWISH RESEARCH
                  JERUSALEM 1973
 
 
Zie Boek 36.VIERDUIZEND JAAR GELEDEN. Four Thousand Years Ago. G.Bibby. i.e.v.v.G.Rasch. Meulenhoff Amsterdam 1962/1980. Het betreft de periode 2000‑1000 v.C. Aanzienlijke historische vrijheid tot aan fantasie toe. Niettemin een bijzonder beeld hoe het geweest zou kunnen zijn. Het boek eindigt daar waar de Feniciërs pas goed beginnen. Van belang voor de Proto‑Fenicische periode. Het moeilijk om de historie van de vertellerij te onderscheiden. Daarvoor moeten de passages aan het eind van elk hoofdstuk goed worden gelezen. Toch is het de moeite waard, omdat in veel gevallen het echt zo wel eens geweest zou kunnen zijn.
Blz 264    "Dit is geen geschiedenisboek, zelfs geen poging tot geschiedschrijving"
Blz 312    Feniciërs zijn "gemengde bevolking van de Libanese steden"
laatste alinea: Feniciërs gaan op weg.

          In de Middellandse zee zelf was de handel en scheepvaart voor een goed
          deel in het tweede millenium in handen van de Kretenzers. Hun zeeroutes
          liepen reeds tot aan Sicilië en de Zwarte zee toe. Onzeker is, of zij
          ook al Spanje of de Atlantische oceaan hebben bereikt.
          De zeevaarders van Oegarit en Byblos beperken zich vooralsnog tot de
          kusten van de Levant, Egypte, Cyprus en Cilicië. De relaties met Egypte
          blijken zeer uitgebreid te zijn. 1)
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          *:Zie:"Relations entre l'Egypte et la Phénicie des origines à Oun‑Amon"
                van M Chebab in WARD.
              BEKAA VALLEI:   Uit deze tijd is in de Bekaa vallei een beeld ge‑
                              vonden van Hapi te Tell Hizzin op 11 km van Baalbek.
                              Hapi was een bekend persoon uit het Egyptische
                              Nubië. Het tekent de reeds toen verre betrekkingen,
                              die mogelijk waren over duizenden kilometers
                              afstand. Ook de prins Sinouhit brengt een bezoek aan
                              de Bekaa vallei t.t.v. de farao Amenemhat I. De
                              Egyptische invloed beperkt zich niet tot Byblos,
                              maar reikt ver het binnenland in.
 
 
 
          Zie:    DAS HEILIGE LAND
                  DUMONT KUNST REISE FÜHRER
                  E GORYS
 
                  LIBANON (Map 17.5)
                  EEUWIGE SCHOONHEID
                  ALFONS VANHYFTE
 
 
 
 
 
 
 
 
 
              GEOFFRY BIBBY:  Hij wijst er op, dat reeds in deze tijd in Spanje
                              een belangrijk handelscentrum aanwezig was:
                              LOS MILLARES.
                              Hij gaat er tevens van uit, dat de Kretenzers met
                              dit handelscentrum in contact hebben gestaan. Ook
                              zouden zij de Atlantische oceaan hebben bevaren.
                              De bewijzen daarvoor zijn vooralsnog te mager. Het
                              voorkomen van eenzelfde type grafmonument in Malta,
                              Sardinië, Spanje, Wales en Ierland is ten hoogste
                              een indicatie. De (Proto-)Feniciërs hebben hierin
                              zeker nog geen rol gespeeld.
 
ncfps