maandag 21 juli 2014

10.Fysisch-geografische gesteldheid.

 
 

 
 
          1.3.De fysisch‑geografische gesteldheid van de Levant.
 
          Deze verschilde nogal van de huidige. Allereerst waren er veel meer
          bossen. Het cederwoud van de Libanon was beroemd om zijn uitgestrektheid
          en zijn kwalitatief goede houtsoorten. Nu is er nog maar een heel klein
          relict over. Het cultuurland had bij benadering dezelfde omvang als
          tegenwoordig. De steppegordel was echter veel uitgebreider en de
          woestijn was nog lang niet zover voortgeschreden als nu. Ook waren er
          meer en uitgebreidere oases en was het klimaat minder droog. De
          subtropische invloeden reikten verder het binnenland in, mede door de
          uitgebreidere vegetatie.
          Wat min of meer hetzelfde is gebleven, is natuurlijk het reliëf. De
          bergen reiken op de meeste plaatsen tot aan de zee. Er zijn kleine
          kustvlaktes met uitzondering van die bij Arqa. Het geheel maakte het
          verkeer over land langs de kust tamelijk moeilijk, maar ook het verkeer
          het binnenland in had zijn moeilijkheden, want na het Libanongebergte
          kwam nog een tweede bergketen, n.l. de Antilibanon.Deze twee gebergtes
          worden gescheiden door de Bekaa‑vallei, die ca.130 km lang is en 5 tot
          30 km breed. Na de Antilibanon kwam de steppezone en vervolgens de
          woestijn. De meest logische weg bleef in feite de zeeroute.
          Naar het zuiden toe krijgt de Levantijnse kust een wat ander karakter.
          Meer vlaktes verschijnen en na de berg Karmel zien we een lange brede
          kustvlakte. Hier liggen de kuststeden veelal een paar kilometer het
          binnenland in en worden van de zee gescheiden door duinen en  moerassen.
          De havens in het noorden van Levant liggen direct aan zee en meestal aan
          beschutte baaien. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat juist in het
          midden en noorden van dit deel van de Levant in eerste instantie grotere
          havenplaatsen tot ontwikkeling kwamen, alhoewel ook tijdelijk de
          Philistijnse steden van belang zijn geweest voor de scheepvaart aan de
          kusten van de Levant.
          Tegenwoordig is de gemiddelde zomertemperatuur 27(C.te Beiroet en daalt
          de temperatuur in de winter nauwelijks onder het vriespunt. In de tijd
          van de Feniciërs heeft de temperatuur waarschijnlijk iets lager gelegen.
          De huidige neerslag bedraagt 700‑900 mm aan de kust. In de oudheid moet
          de neerslag groter zijn geweest. De hoogste bergen zijn de Mt Sannin
          (=2630m) en de Kornet es Saouda (=3080m).
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          Zie:Diercke Weltatlas.
              Topographie historique de la Syrie Antique et Medievale,
              van:R Dussaud, Librairie Orientaliste Paul Geuthier 1927.
          Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN
              Kaart 2.Fysisch-geografische gesteldheid Levant en occupatie-
              geschiedenis (2500-1900 v.C).
ncfps