dinsdag 22 juli 2014

21.Het sprookjesachtige begin.




          2.2.    Het sprookjesachtige begin.

 

          Van speciaal deze vroege oudheid zijn niet altijd genoeg feitelijke

          bronnen beschikbaar om geheel en al de geschiedenis van de lotgevallen

          van de Feniciërs te kunnen reconstrueren. Vaak helpt het dan om kennis

          te nemen van de vele legenden en sagen, die meestal toch een grond van

          waarheid in zich bergen. Het is opmerkelijk hoezeer de grote en de

          kleine staten van het Nabije Oosten zich eigenlijk gericht hebben in hun

          handel en expansie op het westelijke onbekende.

 

          2.2.1.  De sage van Europa.

 

          "Aan de kust van Fenicië woonde een bijzonder mooie prinses met een

          blanke huid. Ze heette Europa en was de dochter van koning Agenoor. Toen

          Zeus de opperste god van de Grieken, haar op zekere dag in het oog

          kreeg, ontstak hij in liefde. In de gedaante van een sneeuwwitte stier

          naderde hij de jonge vrouw op het ogenblik, dat zij met haar vriendinnen

          op het strand was. Het lukte hem om haar vertrouwen te winnen. Niets

          vermoedend ging zij op zijn rug zitten. Zeus sprong echter samen met

          haar in de golven en zwom naar Kreta toe. Daar veranderde hij zich in

          een adelaar en verwekte bij Europa een viertal zonen. De eerstgeborene

          kreeg de naam Minos."

 

          2.2.2.  De "geschiedenis" van Ioo.

 

          Het is typerend, dat de Griek Herodotus zijn boeken begint met de

          Feniciërs. Na de Kretenzers waren het de Feniciërs, die de Egeïsche

          zee bevoeren en er op de kusten hun handel gingen bedrijven. Ook de

          Grieken van Argos en Mycene gingen de zee op. Dat leidt op den duur tot

          fricties met de Feniciërs. Het voorval met de prinses Ioo is daar een

          van de (imaginaire?) voorbeelden van. Mogelijk is het niet eens zo

          gebeurd, maar in ieder geval is het verhaal aangegrepen als motief om de

          vijandschap tussen Grieken en Feniciërs op te wekken dan wel om die te

          verklaren. Herodotus vertelt hierover het volgende:

          "De Perzische onderzoekers beweren, dat de Phoinikiërs aanleiding tot het

          geschil zijn geweest. Dezen zouden namelijk vanuit het gebied van de

          Rode zee gekomen zijn en zich gevestigd hebben in een streek, die zij

          ook nu nog bewonen en terstond grote tochten overzee ondernomen hebben,

          waarbij vrachten uit Egypte en Assyrië vervoerden; zo zouden zij dan ook

          in Argos gekomen zijn. Argos had in die tijd een leidende positie onder

          alle landen in het gebied, dat nu Hellas heet. Op de vijfde of zesde dag

          na hun aankomst, toen reeds bijna al hun waren uitverkocht waren, kwamen

          er vele vrouwen naar de zeekust, waaronder ook de koningsdochter , die

          (en daarmee zijn de Grieken het eens) Ioo heette, dochter van Inachos."

              RAMSES III

              Deze farao van Egypte slaagt er in om in de eerste helft van de 12e

              eeuw de Zeevolken e.a. op te vangen bij de toegangen van de Nijl‑

              delta. Wel gaat de controle geheel verloren over de Aziatische pro‑

              vincies. Slechts korte tijd wordt de macht over Zuid‑Kanaän her‑

              steld. Via de Feniciërs zend hij naar de koning van Assyrië als

              geschenk enkele nijldieren. Kennelijk wil hij op goede voet komen

              met een nieuwe opkomende macht in het oosten als eventuele bondge‑

              noot tegen de Zeevolken.

 

 

              SANCHUNIATHON

              Philo van Byblos geeft wellicht een "fenicisch" beeld van het begin

              in zijn PHOINIKIKA.

              -THE PHOENICIAN HISTORY OF PHILO OF BYBLOS, A.I.BAUMGARTEN, BRILL,

               LEIDEN, 1981.

              -WELTENTSTEHUNG UND KULTURENTWICKLUNG BEI PHILO VON BYBLOS, J.EBACH,

               KOHLHAMMER, 1979.

              -DIE PHÖNIKISCHE RELIGION NACH PHILO VON BYBLOS, C.CLEMEN, LEIPZIG, 1939.

              -PHILO OF BYBLOS. THE PHOENICIAN HISTORY. H.W.ATTRIDGE & R.A.ODEN,

               WASHINGTON, 1981.

 


          "De vrouwen kwamen bij het achtersteven van het schip en boden op de
          waren, waar zij bijzonder veel zin in hadden en toen gaven de
          Phoinikiërs elkaar plotseling een seintje en stormden op hen af. De
          meeste vrouwen wisten te ontsnappen, Ioo en enkele anderen werden
          geschaakt en de Phoinikiërs wierpen hen in hun schip en voeren weg in de
          richting van Egypte.
          Zo zou dan volgens de Perzen (maar de Grieken denken er anders over) Ioo
          in Egypte terecht gekomen zijn en dit was de eerste van een reeks
          gewelddaden geweest. Hierna zouden volgens hen enkele Grieken (hun naam
          weten ze niet te vermelden) na een landing in het Phoinikische Tyros de
          koningsdochter Euroopa geschaakt hebben. Dit zouden dan wel Kretensers
          geweest kunnen zijn.
          Zo was dat leer om leer. Hierna namen evenwel Grieken het initiatief tot
          de tweede gewelddaad. Met een oorlogsschip voeren zij namelijk naar Aia
          in Kolchis en de rivier de Phasis en na de andere doeleinden, waarom zij
          gekomen waren, bereikt te hebben, schaakten zij vandaar de
          koningsdochter Mèdeia. De Kolchische vorst zond daarop een gezant naar
          Hellas en eiste genoegdoening voor de roof en teruggave van zijn
          dochter. De Grieken antwoorden echter, dat zij ook geen genoegdoening
          hadden gegeven (moet dat niet "gekregen" zijn, schr) voor de roof van
          Ioo uit Argos en dat zij zelf dat dus ook niet zouden doen.
          Een generatie later zou volgens hen Alexandros, de zoon van Priamos,
          toen hij hiervan gehoord had, de wens hebben opgevat een vrouw uit
          Hellas door schaking te verkrijgen, vastbesloten daarvoor geen
          genoegdoening te geven, omdat zij dat ook niet deden. Zo had hij dan
          Helena geschaakt en de Grieken besloten aanvankelijk een gezantschap te
          zenden om teruggave van Helena en schadevergoeding voor de roof te
          eisen. Maar toen zij hiermee aankwamen, hielden de anderen de roof van
          Mèdeia voor en betoogden, dat zij zelf geen schadevergoeding hadden
          betaald en ondanks de eis haar niet teruggegeven hadden, maar nu wel van
          anderen schadevergoeding wilden hebben.
          Tot dusverre was het gebleven bij schakingen over en weer, maar toen
          zouden de Grieken een zware schuld op zich hebben geladen. Zij immers
          hadden het eerst een veldtocht tegen Azië ondernomen, voordat de Perzen
          naar europa waren gekomen. Volgens de Perzen was het roven van vrouwen
          het werk van baldadige mannen, maar het ernst maken met de vergelding
          voor vrouwenroof het werk van dwazen en generlei aandacht er aan
          schenken het werk van verstandige mensen; want vrouwen zouden niet
          geroofd worden, als zij dat zelf niet wilden. Wij Azaten‑zo zeggen de
          Perzen‑hebben ons om geschaakte vrouwen helemaal niet druk gemaakt, maar
          de Grieken hebben om een Lakedaimonische vrouw een groot leger op de
          been gebracht, zijn daarmee naar Azië gekomen en hebben het rijk van
          Priamos vernietigd."
 
              RAMSES IV
              Onder deze Egyptische farao verliest Egypte geheel de controle
              over de voormalige Aziatische provincies. Hij regeerde rond 1150.
 
 
              ZIE:HERODOTUS HISTORIëN
                  DR O.DAMSTÉ
                  FIBULA VAN DISHOECK
                  HAARLEM 1978
 
 
              Zie:LA MISSION D'OUNAMON EN PHéNICIE, POINT DE VUE D'UN NON-éGYPTOLOQUE,
                  G.BUNNENS, BRUXELLES, RSF 6, 1978.
                  => berichtgevers zijn slechts instrumenten. Zo moet Wen Amon
                     29 dagen wachten. De lengte van de wachttijd bepaalt de (on)be-
                     langrijkheid van de berichtgever.
                  => Wen Amon vertegenwoordigt slechts Zuid-Egypte. Met Noord-
                     Egypte heeft Byblos al, of nog steeds, relaties.
 
              Zie:PHOENICIA AND THE BIBLE, OLA 44, LEUVEN 1990,
                  STUDIA PHOENICIA XI:
                  - Anthroponymes et toponymes du récit d'Ounamon, A.Scheepers.
                  - Phoenicians, Sikils and Israëlites in the Light of Recent
                    Excavations at Tel Dor, E.Stern.
 
 
Zie:"Phoenicians, Sikils and Israëlites in the Light of Recent Excavations at Tel Dor, E.Stern, OLA 44, Leuven 1990        
 
          "Sindsdien hadden de Perzen in het Griekendom altijd iets vijandigs
          gezien. Want de Perzen rekenden Azië tot hun domein, maar Europa en
          alles wat Grieks is, beschouwen zij als iets afzonderlijks. Dit is de
          lezing der Perzen en volgens hen is de verovering van Troje het begin
          van hun vete met de Grieken. Omtrent Ioo zijn de Phoinikiërs een andere
          zienswijze toegedaan dan de Perzen. Zij beweren namelijk haar niet met
          geweld naar Egypte te hebben meegenomen, maar zij zou in Argos omgang
          hebben gehad met de kapitein van het schip en toen ze merkte, dat zij
          een kind verwachtte, uit vrees voor haar ouders en dus vrijwillig met de
          Phoinikiërs zijn meegevaren om niet ontdekt te worden."
          ......................................................................
 
          Tot zover Herodotus in zijn Historiën, die in bovenstaande vertaling is
          gegeven door Dr.O.Damsté. De al dan niet waarheidsgetrouwe verhalen
          typeren het begin van de confrontatie tussen Grieken en Feniciërs,
          maar daar boven uit nog meer het begin van de botsing tussen Azië en
          Europa.
 
          2.2.3.  Wen Amon's reis.
          Alhier past nog een derde avontuurlijk verhaal, wat goeddeels op
          waarheid berust, of wat althans goed te traceren valt op betrouwbaar‑
          heid. Ondanks het feit, dat Egypte niet meer heerste over de Levantkust,
          waren er toch wel betrekkingen. De reis van Wen Amon omstreeks 1075
          geeft een redelijk goed inzicht in de verhoudingen van die tijd.
         
          Wen Amon was een Egyptische afgezant van de farao, die naar de Libanon
          werd gestuurd om een lading cederhout te halen. Hij vaart met een
          Fenicisch schip mee, dat onder commamdo staat van kapitein Mengabut.
          Onderweg wordt de haven Dôr aangedaan, alwaar hij door een matroos wordt
          beroofd van 455 gram goud en 2820 gram zilver. Daarmee had hij het
          cederhout moeten kopen. Desalniettemin zet hij zijn reis voort en komt
          tenslotte in Byblos aan, alwaar hij echter zonder betalingsmogelijkheid
          niet erg welkom is. Onderweg ontmoette Wen Amon nog de Philistijnse
          Zakkari's, die hem nog een keer beroven van 30 "deben" zilver[ongeveer
          2800 gram zilver]. Dat de Egyptische religie nog erg sterk leeft bij de
          Feniciërs, bewijst het feit, dat Zakar‑Baäl tijdens een offering aan
          de Goden door een page toch nog bewogen wordt om de Egyptenaar te
          ontvangen.
 
              DE ARAMEEëN
              Omstreeks 1100 dringen de Arameeën in steeds grotere getale
              Assyrië, Babylonië en Syrië binnen. De koning van Assyrië (Tiglath‑
              Pileser) heeft maar liefst 28 veldtochten nodig om deze vloedgolf in
              te dammen.
 
                  VAN PROTOFeniciërs TOT Feniciërs
                  ====================================
                  DOORDAT DE ARAMEEëN, HEBREEëRS VAN DE LANDZIJDE EN DE ZEEVOLKEN
                  VAN DE ZEEZIJDE DE PROTOFeniciërs STEEDS OPSLOTEN OP HUN "EI‑
                  LANDEN" OP DE KUST VAN DE LIBANON WAREN ZIJ OOK STEEDS MEER OP
                  ELKAAR AANGEWEZEN EN KWAMEN DE VERBINDINGEN MINDER OVER LAND,
                  MAAR MEER OVER DE ZEE TOT STAND. DE MINDER GEMAKKELIJKE TOEGAN‑
                  KELIJKHEID VAN HET ACHTERLAND LEIDT OOK TOT DE EERSTE KOLONI‑
                  SATIEGOLF.
 
 
                  Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN:
                      Kaart 7A.Plattegrond Byblos.
                      Kaart 7B.De reis van Wenamon.
 
                  Zie:BYBLOS THROUGH THE AGES, N.JIDEJIAN, BEIROET.
                      SEMITICA XXVII, PARIS 1977:
                      -Une inscription champlevée des environs de Byblos, P.Bordreuil.
                      SEMITICA XXXV, PARIS 1985:
                      -Statuette fragmentaire portant le nom de la Baalat Gubal,
                       E.Gubel/P.Bordreuil.
                      BYBLOS, M.DUNAND, BEYROUTH 1963.
 
          Hoe het nu precies verder gegaan is tijdens deze audiëntie, is niet
          precies bekend, maar vast staat wel, dat Zakar‑Baäl zich vrij onaf‑
          hankelijk van de farao opstelde. Waarschijnlijk ging Wen Amon eerst
          terug naar Egypte om een aanbetaling te gaan vragen. Dat wordt gegeven
          en pas dan komt de handel op gang. De Zakkari's hebben echter lucht van
          de zaak gekregen en blokkeren  met 11 schepen de haven van Byblos.
          Daarop sommeert Zakar‑Baäl de Philistijnen om alleen op open zee
          handelend op te treden. Wen Amon weet op een of andere manier aan de
          zeerovers te ontkomen met zijn houtlading, maar strandt door een storm
          op het eiland Cyprus. Daar komt hij terecht bij koningin Hateb.
 
          Het reisverslag breekt hier verder af. We weten dus niet of Wen Amon
          ooit weer in Egypte is teruggekeerd. Niettemin toont zijn reisverslag
          overduidelijk de zwakke positie van Egypte aan in het omringende
          buitenland. Het geeft ook weer de vrij zelfstandige positie van Byblos
          en waarschijnlijk van alle Fenicische steden.
          PIRATERIJ
                  Het is een tijd van grootscheepse zeeroverij tussen 1200 en
                  1100. De Tjeker hebben hun basis in Dor. Verder horen we van
                  Kretenzische piraten en ook de Feniciërs in hun "zwarte
                  schepen" beginnen zich te roeren. De Filistijnen in de zuidoost
                  hoek van de Middellandse zee hebben stevige bases in handen om
                  van daaruit de zee onveilig te maken.
 
          Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN:
              Kaart 8.De zuidflank van Fenicië (1150-950 v.C).
 
          TYRUS:
          Herodotos hoort in de 5e eeuw v.C. van Tyrische priesters, dat de stad
         al meer dan 2000 jaar oud was. Een overlevering van Flavius Josephus houdt het
         wat bescheidener op ca.240 jaar voor de tempelbouw te Jeruzalem (dus ca.
         1200 v.C.
 
 
Zie Map 9.2.The History of Tyre. H.J.Katzenstein. Jerusalem 1973.
ncfps