maandag 21 juli 2014

7.Inleiding.





          INLEIDING.


 

          Ettelijke boeken en zelfs enkele films zijn verschenen over de 

          Feniciërs of Carthagers. Deze geschiedschrijving poogt alle bekende

          feiten, legenden en waarschijnlijkheden van dit kleine volk bijeen te

          zetten. Het is fascinerend te ontdekken hoeveel deze kleine stam uit het

          Oosten heeft bereikt en hoe machtig zij bij tijden waren. Zij omzeilden

          Afrika en stonden voor de poorten van Rome. Hedentendage zijn zij

          verdwenen als stam, als volk. De nakomelingen zijn opgegaan in andere

          volken, maar toch is er nog iets van hun (handels)geest overgebleven in

          het nog steeds innerlijk zo verdeelde Libanon.

          Net als het Joodse volk hebben zij zich verspreid over een groot deel

          van de aarde, maar zij hebben hun identiteit op den duur verloren.

          Nochtans waren het de Feniciërs, die de grenzen van de antieke wereld

          drastisch verruimden en het pad effenden voor de Grieken en Romeinen om

          de wereld te beheersen.

          De Feniciërs worden met veel namen aangeduid. Er wordt ook wel

          gesproken van Puniërs, Carthagers e.d. Voor de Feniciërs van de Levant

          wordt hier gewoon het woord Feniciër gebruikt. Deze Feniciërs

          treffen we in het begin vooral ook aan in het westelijk deel van de

          Middellandse zee, waar zij zich op den duur met inheemse stammen zullen

          vermengen(bijvoorbeeld=Liby‑Feniciërs). Later krijgen de Feniciërs

          in het westen benamingen als Puniërs (van de Romeinen) en Carthagers

          (bewoners van hun grootste stad).

          De Feniciërs zelf noemen zich Kanaänieten, hetgeen mogelijk "laaglanders"

          betekent. De naam Feniciër komt van het Griekse "Phoinix"(=dadelpalm).

          Dat woord nu wordt in verband gebracht met de rossige gelaatskleur van

          de Kanaänieten, ofwel met de door hen veelvuldig vervaardigde

          purperkleurige geverfde stoffen. Nog een andere verklaring, die in dit

          opzicht aangevoerd wordt, is, dat Kanaän niet alleen "laagland"

          betekent, maar ook "Kanahhi", ofwel de purpurrode kleur langs de kust

          van Libanon. De Egyptenaren hadden weer een andere naam bedacht:Fenkhu.

          Om de verwarring nog completer te maken; de Feniciërs in het oosten

          worden vaak (vooral door de Israëlieten) Sidoniërs genoemd naar een van

          de belangrijkste steden:Sidon. En hiernaast zijn er nog meer verklaringen

          te noemen (Zie Deel Drie onder Herkomst).1)

          De Middellandse zeekust van Egypte tot Turkije is eigenlijk nooit een

          eenheid geweest. Ook nu nog liggen er meerdere staten, waarvan enkelen

          intern sterk verbrokkeld. In de Oudheid was er meestal een driedeling.

 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          1).Zie:L'etymologie de Phoinix,<<Phénicien>>, C.Vandersleyen,OLA 22,
                 Leuven, 1987 (conferentie 16-11-1985).
          De Israëlieten en Filistijnen in het zuiden, de Feniciërs in het
          midden en het noordelijk deel van de Levantkust werd veelal gedomineerd
          door Syrische staten. We vinden daar vele kleine stadsstaten, die
          dan weer tot Babylonië, dan weer tot Assyrië, maar ook een tijd tot het
          Hethietenrijk behoorden. Volkenkundig is het een grote mengelmoes en
          mede daardoor is er ook nooit een grote staat ontstaan aan de Levant. De
          verdeeldheid leidde ertoe, dat het gebied meestal een of meerdere heren
          moest dienen. De Feniciërs droegen die last nog betrekkelijk weinig
          vergeleken met het binnenland, want zij hadden hun tamelijk veilige
          kuststeden, verscholen achter het Libanongebergte.
          Toch is de Levant ooit ook volkenkundig een eenheid geweest, namelijk 1)
          van het Kanaänietische volk uit het derde millenium v C. Daarna vallen
          de proto‑Feniciërs, Amorieten, Hyksos, Choerrieten, Hethieten,        2)
          Zeevolken e.d. het kustland van de Levant binnen. Samen met de
          tijdelijke overheersing door de Egyptenaren en het nauwe contact met
          Kretenzers en Myceners, is er tenslotte een enorme lappendeken van
          verschillende stammen en volken ontstaan, waarvan de Israëlieten en de
          Feniciërs het meest bekend en machtig geworden zijn. In het noorden
          was de verdeeldheid nog het sterkst, maar tevens was daar al in heel
          vroege tijden de culturele en economische uitwisseling tussen Europa,
          Afrika en Azië tot stand gekomen.
          De Libanese kust bestaat grotendeels uit bergen, die tot vlak aan de zee
          reiken en waartussen slechts kleine stukjes wat vlakker land aanwezig
          zijn om landbouw en veeteelt te bedrijven. Deze natuurlijke gesteldheid
          werkte ook de vorming van kleine stadsstaten in de hand. De weg overzee
          naar elkaar was gemakkelijker dan over het land en dat werkte weer een
          snelle ontwikkeling van de kustvaart in de hand. Geen wonder, dat de
          Libanese kust een prachtige broedplaats werd voor vele kleine zeevarende
          stadsstaten, die we gebundeld onder de naam Fenicië zullen gaan leren
          kennen.
          De geschiedenis van de Feniciërs strekt zich uit over enige duizenden
          jaren. Hun geschiedenis neemt een tijdsperiode in beslag, die veel
          langer duurt dan die van de Grieken en Romeinen bij elkaar. Helaas was
          (voor geschiedschrijvers althans) het handjevol Feniciërs niet zozeer
          uit op roem, eer en pracht en praal, waardoor zij vele ontdekkingen en
          culturele verworvenheden gewoon geheim hielden, teneinde uit zakelijk
          oogpunt een stap voor te blijven op de concurrentie.
 
     XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
     1).Zie:Der Alte Libanon, K.H.Bernhardt - Verlag Anton Schnell & Co,Wien/München, 1976.
       Map 14.2.
     2)....dan wel, dat de Feniciërs autochtoon waren(?).(Eusebius Preap.Ev.1,9,14-19)
Zie Boek 272.HET NABIJE OOSTEN J.Mellaart. Elsevier-Amsterdam/Brussel 1969. I.e.v.v.T.J.Jelgersma uit het Engels. De omgeving en vooral de tijd ervoor. Met name het hoofdstuk 4.De keramisch Neolithische periode in Syrië, Libanon en Palestina.
          Het is daarom erg moeilijk exact hun geschiedenis te reconstrueren.
          Afgegaan moet vaak worden op kronieken en bronnen van hun vijanden,
          waardoor er erg snel een minder florissant beeld van hen ontstaat dan in
          feite gerechtvaardigd is.
          De onzekerheid begint dus al met hun mogelijke afkomst en herkomst. Sommigen
          menen. dat hun stamland in de Levant zelf te vinden is. Anderen  1)
          vermoeden, dat kusten van de Perzische Golf 2) of de Rode Zee 3) hun plaats
          van herkomst is. De meeste onderzoekers houden het echter op de Negev‑
          woestijn of de Arabische woestijn, waarbij zij aantekenen, dat het
          werkelijke Fenicische volk pas gestalte kreeg na reeds zo'n duizend
          jaren aan de Levant te hebben vertoefd.
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          1):Zie bijvoorbeeld twee exponenten. De eerste van de min of meer populaire
            wetenschap; de tweede als de alom door de wetenschappelijke wereld
            gerespecteerde Fenicië-kenner bij uitstek.
            -De Feniciërs, Gerhard Herm‑1974/Meulenhoff, Baarn.
            -Die Phöniker, Sabatino Moscati‑1975/Magnus Verlag, Essen.(Boek 110, Mappen 2.17,
 5.1, 28.9
          2).Strabo XVI,3,4 + Plinius IV, 36
          3).Herodotos I,1 VII,89