vrijdag 22 augustus 2014

51.De Romeinse ordening.


          3.6.3.  De Romeinse ordening.

 

          Voordat de Romeinen in 63 ordening brachten, heersten in het  binnenland

          vooral rondom Baälbek de Ityreërs o.l.v.Ptolemeus Mennaos, die het bevel

          voerde over een keurkorps van 8000  ruiters.  De  Ityraërs  schijnen  de

          voorlopers te zijn van de huidige Druzen. *

          In Tripolis heerste de  condottière  Dionysios  en  te  Byblos  was  dat

          Kinyras. Verder in het achterland had de Jood Silias  nabij  Apamea  een

          rijkje gesticht. Het geheel gaf  dus  een  zeer  wanordelijke  toestand,

          waarbij de heersers van toen vergeleken  kunnen  worden  met  de  latere

          roofridders in Middeleeuwen. De Romeinen hielden grote  opruiming  onder

          de lokale despoten. Alleen Ptolemeus Mennaos wist het eigen leven en  de

          vrijheid te redden door zich voor 1000 talenten vrij te kopen.

          Na de toestand in Syrië en Fenicië geregeld te hebben, waren de  Joden

          aan  de  beurt,  die  zich  echter  niet  goedschiks  bij  de   Romeinse

          aanwijzingen neerlegden. Ze kwamen in opstand, maar werden verslagen. De

          Nabateërs ten zuidoosten van de Dode Zee konden vrij  blijven.  Via  hun

          havens aan de golf van Aqaba en via hun hoofdstad Petra  verzorgden  zij

          een Indische handel.

          3.6.4.  Fenicië onder het keizerrijk

 

          Hoe langer de  periode  duurt,  dat  de  Feniciërs  onder  Griekse  of

          Romeinse regimes verkeren, des te  minder  er  over  hen  verder  is  te

          melden. We kunnen nu  ook  beter  over  "Libanum"  gaan  spreken  i.p.v.

          Fenicië, want de Feniciërs worden steeds minder herkenbaar.

          Hiermee zou ook eigenlijk dit boek kunnen  worden  beëindigd.  ware  het

          niet, dat, ondanks het verdwijnen van de eigen taal  en  identiteit,  nu

          nog steeds in de twintigste eeuw n C trekken in  het  Libanese  volk  en

          omstandigheden in Libanon zijn aan te wijzen,  die  duidelijk  terug  te

          voeren zijn op de vroegere Feniciërs en hun leefwijze.

          Net zoals de Romeinen omarmen de Feniciërs de Griekse cultuur. Ondanks

          de politieke en  economische  eenheid,  die  in  het  Romeinse  rijk  is

          ontstaan, blijft toch een  verscheidenheid  in  menig  opzicht  bestaan.

          Berbers,  Joden,  Grieken   en   Germanen   bijvoorbeeld   blijven   als

          afzonderlijke segmenten nawijsbaar.  Zo  ook  blijft  de  bevolking  van

          "Libanum" hetzelfde zeevarende en handeldrijvende volk,  maar  de  eigen

          identiteit gaat verloren. Dat is  niet  het  geval  bij  de  Joden,  die

          omstreeks 70 n C in opstand komen. Titus verwoest Jeruzalem grondig.

 

          DE  HIERNA  VOLGENDE  EEUWEN  WORDEN  WELHAAST  ONVERANTWOORDELIJK  KORT

          BEHANDELD. TOCH IS IN VOGELVLUCHT EEN  KORT  INZICHT  PER  PERIODE  VAN

          OVERHEERSING NODIG OM TENSLOTTE DE SITUATIE IN LIBANON NU TE BEGRIJPEN.

 

          Grote schokkende zaken gebeuren niet of nauwelijks aan de kusten van  de

          Levant. Het wereldgebeuren geschiedt aan de randen ervan.  In  130  n  C

          komen nog een keer de Joden in  opstand(Bar  Kochba).  Het  Christelijke

          geloof begint zich te verspreiden. In eerste  instantie  naar  Damascus,

          maar later ook naar Libanon. Rond 250 n  C  worden  Christenvervolgingen

          algemeen. In het oosten wordt het rijk der Parthen afgelost door dat van

          de Sassanieden (Nieuw‑Perzen). In de keizerlijke provincie Syria  blijft

          het relatief rustig. Aan de einder in de Syrische  woestijn  en  aan  de

          bovenloop van de Eufraat  vinden  grensoorlogen  plaats  met  de  Nieuw‑

          Perzen. "Libanum" wordt slechts indirect daarmee  geconfronteerd,  omdat

          dan natuurlijk weer de handel stokt, tenminste van de normale producten.

          De slavenhandel komt juist in die perioden op gang.

          Tegen het eind van de 5e eeuw n C is het Christelijke geloof  overal  in

          het rijk doorgedrongen. Uit deze tijd stammen de huidige Maronieten, die

          nu nog voor een deel in de Libanon wonen.

         XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX