woensdag 6 augustus 2014

38.Onder de Perzen deel 2.

 

      
 
    3.4.4.  De relatie tussen Fenicië en Egypte.
 
          Vanaf 525 verkeren Fenicië en Egypte onder hetzelfde regime.  De  oude
          contacten, zoals die er vroeger lagen, worden zoveel mogelijk  hersteld.
          De grootkoning Darius laat nu het Fenicische  Suez‑kanaal  vervolmaken
          en eindelijk kunnen de Feniciërs weer voluit de Rode zee gaan bevaren.
          Het is vrij waarschijnlijk, dat in deze tijd het  Arabisch  schiereiland
          gerond werd, zodat de Perzische  golf  en  de  Rode  zee  door  o.a.  de
          Feniciërs in verbinding werd gezet. Vooral Byblos schijnt zijn oude relatie  met  Egypte, 
          die  voorheen  zo intensief was, weer volledig opgevat te hebben. Zo is er een  zuilvormig
          gedenkteken  van  Yehwamilk,  koning  van  Byblos,  waarvan  helaas  het
          rechteronderstuk is afgebroken. Het toont naast een  Fenicische  tekst
          de koning zelf met de godin Baälat gebal. De koning is  gekleed  in  een
          Perzische tiara, terwijl de godin op een typische Egyptische troon  zit.
          Baälat lijkt ook sterk op de Egyptische Hathor. In de komende strijd tegen de Grieken
         gaan beide landen voorlopig  onder Perzische vlag gezamenlijk optrekken,  maar  in 
         de  5e  eeuw  gaat  dat geleidelijk veranderen. Dan krijgen ook de Grieken weer vaste 
         voet  aan de grond in Egypte.
 
          3.4.5.  De algemene situatie rond 500.
 
          Het Perzische rijk is op het toppunt van zijn macht  en  ook  bijna  van
          omvang. De eerste tekenen van verval tekenen zich nu al aan. Toch  duurt
          het nog tot 333, wanneer Alexander de Grote de beslissende  slagen  gaat uitdelen.
          In deze tijd staan de Perzen nog aan de Egeïsche  zee,  bezetten  Ionië,
          Cyprus en Cyrene. Daarmee is een aanzienlijk deel van  de  Griekse  stam
          opgenomen in het Perzische rijk en dat zal zijn gevolgen hebben. In  het
          westelijke deel van de  Middellandse  zee  slaan  de  Carthagers  steeds
          resoluter de Griekse penetratie  af  en  bereiden  zich  zelfs  voor  op
          offensieve daden. De zeeslag bij Alalia had tot gevolg, dat  de  Grieken
          Corsica opgaven. Het Etruskische gebied is aan zijn grootste uitbreiding
          toe in Italië. Speciaal de stad Caere  der  Etrusken  heeft  een  sterke
          relatie met Carthago.
          Langzamerhand begint zich een machtige (al dan niet officiële)  coalitie
          af te tekenen tussen al de  Oosterse  volken  contra  de  Hellenen.  Een
          coalitie, die mogelijk door de Feniciërs  gesmeed  is  met  hun  grote
          vloot in zowel het  westen  als  oosten  als  trait  d'union.  Zekerheid
          daarover bestaat niet. De coalitie kan ook toevallig zo  gegroeid  zijn.
          Feit is wel, dat de landen aan  de  vooravond  staan  van  een  complete
          wereldoorlog, die op veel fronten (Hellas,  Cypus,  Ionië,  Sicilië  en
          Egypte) uitgevochten zal worden.
 
Map 17.6 Tyre in the Early Persian Period, H.J.Katzenstein, Biblical Archeolist, blz 23, 1979.
 
 XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
                  Herodotus vertelt:
                  Psammètichos had een zoon Nekoos, die na hem koning werd over
                  Egypte. Deze ondernam het eerst de aanleg van een kanaal naar
                  de Rode Zee, dat later door de Pers Dareios is voltooid. De
                  lengte ervan is vier dagen varen en het werd zo breed gemaakt,
                  dat twee triëren naast elkaar erdoor konden varen, als zij
                  geroeid werden. Van de Nijl uit werd het water erin geleid en
                  het begint even ten zuiden van Boubastis en loopt langs de
                  Arabische stad Patoumos en mondt uit in de Rode Zee. Eerst is
                  gegraven het stuk door de Egyptische vlakte in de richting van
                  Arabia, in het zuiden grenst aan deze vlakte het gebergte, dat
                  zich in zuidelijke richting Memphis uitstrekt en waarin de
                  steengroeven zijn. Langs de voet van dit gebergte loopt het
                  kanaal dan een lang stuk van west naar oost en vervolgens naar
                  rotskloven, waar het van het gebergte in zuidelijke richting
                  naar de Arabische golf voert. De kortste en snelste weg om
                  over te steken van de noordelijke naar de zuidelijke zee, die
                  ook wel de Rode zee wordt genoemd, namelijk van het Kasisch
                  gebergte af, dat de grens vormt tussen Egypte en Syria, bedraagt
                  van daar af tot de Arabische golf precies 1000 stadiën. Dat is
                  de kortste afstand, maar het kanaal is veel langer, omdat het
                  bochtiger is. Tijdens het graven van dit kanaal onder de rege‑
                  ring van Nekoos kwamen er 120.000 Egyptenaren om. Nekoos brak *
                  het graven af, omdat een orakel zich ertegen verzette; dat
                  luidde, dat hij werk verrichtte voor een barbaar. De Egyptenaren
                  noemen allen, die niet dezelfde taal als zij spreken, barbaren.
                  Boek II,158 i.e.v.v.O Damsté.
 
              *:  Reeds Sethos I en Ramses II waren met de aanleg van het kanaal
                  bezig. Darius zal het kanaal vervolmaken en met tussenpozen
                  blijft het tot de 8e eeuw na Chr! in gebruik.
 
 
                Zie:Oude scheepvaartkanalen in Egypte, A.Wegener-Sleeswijk,
                    PHOENIX 41,3, LEIDEN 1995.
 
MEMPHIS
              In het ook door de Perzen onderworpen Egypte onderhouden de
              Feniciërs nog steeds hun "Tyrische kamp" te Memphis. Zie o.a.
              de 6e eeuwse papyrus van Saqqara, die bij Memphis werd gevonden.
              Voor een vertaling zie DEEL DRIE, par.14.11.
 
          Boek 73.PHOENIX 27,2        
Bulletin uitgegeven door het Vooraziatisch‑Egyptisch Genootschap EX ORIENTE LUX 1981. Van belang:‑Babylon,Assur,Himrin en Haditha:Symposium te Baghdad W.F.Leemans. 14-26 nov 1981. Foto's en kaarten. Op blz 79 de opmerking: Zou Nederland kans zien ditmaal eens niet bij alle West-Europese landen en vele andere deelnemende landen achter te blijven? -Een lang uitgestelde benoeming bij de Chnoempriesters 491 v.C, S.P.Vleming. Apriès vertaalt een door Gonomeith opgesteld bericht, waarbij ook Ytbr, de Arameeër genoemd wordt. Pherendates is dan de satraap van Egypte.
Triple alliantie?: al of niet bewust.
De drie van oorsprong oosterse volken / staten omvatten de Grieken naar in ieder geval drie zijden.
Het verbond tussen Etrusken en Carthagers bestond van oudsher. De Perzen zien af van een aanval op Carthago. De Perzen schijnen wel een gezantschap naar Carthago gestuurd te jhebben. De Feniciërs doen dienst bij de Perzen met hun eskaders.
De aanloop naar een grote confrontatie ligt wel zeer voor de hand.
 
Map 36.2.5.The Phoenician Cities in the Persian Period, J.Elayi, Univ.of Paris, JANES vol 12, 1980, blz 13.
 
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
DORIEUS
                  Omstreeks deze tijd wordt een poging van de Spartaan Doriëus
                  teniet gedaan om zich te vestigen in Kinyps te Libyë en even‑
                  min lukt het op de westpunt van Sicilië.
 
 
                  Herodotus vertelt over Doriëus:
                  "Na zijn aankomst in Kinyps vestigde hij zich op het mooiste
                  plekje van heel Libya langs de rivier de Kinyps. Vandaar werd
                  hij twee jaar later verdreven door Maken, Libyërs en Karchedo‑
                  niërs en kwam weer terug in de Peloponnèsos."
                  Boek V,42. en even verder:
                  "Met Doorieus voeren nog andere Spartiaten mee om aan de
                  stichting deel te nemen, namelijk Thessalos, Paraibatès, Keleès
                  en Euryleoon. Toen dezen met hun hele vloot op Sicilia waren
                  aangekomen, werden zij in een gevecht door Phoinikiërs en
                  Egestaiers overwonnen en sneuvelden. Euryleoon was de enige
                  deelnemer, die de ramp overleefde. Hij verzamelde de
                  overlevenden van het leger en veroverde Minooè, de kolonie der
                  Selinousiërs en bevrijdde de Selinousiërs van de alleenheerser
                  Peithagoras."
                  Boek V,46 i.e.v.v.O Damsté.
 
          3.4.6.  Ontdekkingstochten.
 
          Onder het Perzische bewind vinden een aantal  opmerkelijke  ontdekkings‑
          tochten plaats, waarmee de Feniciërs zijdelings te maken hebben gehad.
          a.De Cariër* Skylax van Karyanda schijnt met een vloot vanaf  Kaspatyros
          (Kaboel?) over de rivieren Kophen  en  Indus  naar  de  Indische  oceaan
          geroeid te zijn en vandaar om het Arabisch schiereiland naar de Rode Zee
          om tenslotte in Egypte weer uit te komen. Een werkelijk  voor  die  tijd
          immense tocht, die best tot de mogelijkheden heeft  behoord.  We  weten,
          dat het Perzische rijk tot de Indus en tot in  Bactrië  reikte;  dus  de
          startplaats Kaboel zou mogelijk geweest kunnen zijn. Alleen moesten daar
          wel de schepen gebouwd worden (door Fenicische  scheepsbouwers,  zoals
          ze dat te Ninivé voor de Assyriërs deden?).
Bovendien is er de periplus van Ps.Skylax lang West-Europa en West-Afrika. Pseudo, omdat het waarschijnlijk niet berichten van Skylax zelf zijn, maar de schrijvers zitten wel in dezelfde omgeving.
          b.De Pers Sataspes kreeg de opdracht van de grote koning der  Perzen  om
          Afrika (Lybia dus) vanuit Gadir te omzeilen. Dit was eigenlijk een straf
          voor een grove misdaad, die hij In Perzië had begaan. De  tocht  mislukt
          en dat is eigenlijk niet  zo  verwonderlijk,  want  Carthagers  noch  de
          handelslui van Gadir zelf  zijn  er  bepaald  niet  happig  op  om,  dat
          vreemden hun geheime zeeroutes gingen bevaren.  Bovendien  was  het  een
          enorme klus om van deze kant uit  om  Afrika  te  komen.  De  Portugezen
          hebben er vele eeuwen later de grootst  mogelijke  moeite  mee.  Slechts
          Hanno de Zeevaarder van Carthago heeft omstreeks 450 een  reis  tot  aan
          Guinee of Nigeria gemaakt en dat nog met vooral een handelsoogmerk.
          De reis van Sataspes wijst wel op een contact, dat  tussen  Carthago  en
          Perzië bestaan moet hebben.
          c.Tylos en Arados zijn plaatsnamen, die we ook aantreffen in verband met
          het eiland Bahrein. Deze Fenicische namen wijzen op de waarschijnlijk‑
          heid, dat de Feniciërs in opdracht van de  Perzen  de  Perzische  golf
          bevaren hebben  en  er  zeeverbindingen  hebben  gelegd.  Ook  kan  deze
          overeenkomst in namen duiden op mogelijk het (ei)land van  herkomst  van
          de (Proto‑)Feniciërs.
 
          Dank zij deze en vroegere ontdekkingstochten is toch  langzamerhand  een
          flink stuk van de aarde aan in ieder geval de Feniciërs en het bestuur
          van het Perzische rijk bekend. De gehele Middellandse zee, een deel  van
          de Atlantische oceaan en Indische oceaan, de contouren van  Afrika(Libya
          dus) in grote lijnen, alsmede die van een deel van West‑Europa en  Zuid‑
          Azië moeten in ieder geval als bekend worden verondersteld.           **
         XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          *   Carië ligt aan de zuidkust van Turkije.
          **  Zie ook Deel Vier 5.7. en Deel Drie 2.4,2.5 en 3.3.3.
              HERODOTUS vertelt:
              "Uit heel Griekenland en ook uit Phoinikia wordt elk jaar tweemaal
              in Egypte met wijn gevuld vaatwerk ingevoerd en toch laat men er om
              zo te zeggen niet één wijnvat ongebruikt liggen. Waar worden ze dan
              voor gebruikt? zal men wellicht vragen. Dat wil ik ook uitleggen.Elk
              districtshoofd moet in zijn eigen stad al het vaatwerk verzamelen en
              dat naar Memphis brengen en uit Memphis brengt men het gevuld met
              water naar de Syrische woestijn. Op die manier wordt al het nieuw
              ingevoerde vaatwerk, nadat het in Egypte is geledigd, naar Syria *
              gebracht, waar het bij de oude voorraad komt."
              Boek III,6 i.e.v.v.O Damsté
 
              *:Later lag op een plaats in dit Syria de stad Ostrakinè, ofwel de
              schervenstad.
 
                Zie:Did Carthagian mariners reach the island of Corvo (Azoros)?, B.S.J.Isserlin,
                  Leeds, RSF XII, 1984.