donderdag 28 augustus 2014

55.De route naar het westen.


          1.3.    De route naar het Westen.

 

          1.3.1.  De noordelijke route.

 

De noordelijke route werd eerder verkend door de Minoërs, spoedig gevolgd door de Feniciërs, als de Minoërs als factor van betekenis wegvallen. Arvad* moet een belangrijke rol gespeeld hebben  in  de  explorering  van deze route. Deze plaats is het gunstigst gelegen als  uitvalbasis  langs de kusten naar de golf van Issus en verder langs de Cilicische kust naar de Egeïsche zee. Via Rhodos en Kreta werd de Peloponnessos  bereikt.  Na Corcyra (Korfoe) vond de moeilijke oversteek naar Apulië plaats,  waarna langs de kusten van Zuid‑Italië Sicilië werd aangedaan. Vanuit  Arvad  en  de  andere  Fenicische  steden  werd   ook   direct overgestoken naar  Kypros  (Cyprus).  Op  dit  eiland  kwamen  de  eerste Fenicische overzeesche steunpunten tot stand. Van Cyprus uit werd  dan weer snel de zuidkust van Klein‑Azië opgezocht. Dit is een beschrijving van de hoofdroute. Zeker  bij  de  Egeïsche  zee vonden veel schepen hun weg naar noordelijker havens en eilanden,  zoals naar Thasos en Thera. De noordelijke route zal in het begin in de meeste belangstelling hebben bestaan bij de Feniciërs  totdat  door  de  expansie  van  de  Griekse zeevaart noodgedwongen een andere route steeds  meer  benut  moest  gaan worden. Overiegsn volgen de Etrusken deze route ook op hun tocht naar Toscane.

 

Zie Map 49.1.11.Dimensione Tirrenica, S.Moscati, RSF XVI 1988.

 

          1.3.2.  De zuidelijke route.

 

          De zuidelijke route werd ook drukbevaren en dat lag voor  de  hand.  Het

          oudste vertrekpunt  is  hier  Byblos,  dat  nauwe  relaties  met  Egypte

          onderhield. Ofwel direct, ofwel voorzichtig varend langs de Philistijnse

          kust werden de ankerplaatsen in de Nijlarmen aangedaan. Vandaar ging het

          in westelijke richting langs de Libysche kust  rond  Cyrenaica  door  de

          Syrten naar Kerkenna (Cercina) of Djerba (Meninx) als tussenstation. Dan

          was het niet ver meer naar Utica.

          Deze  kust  langs  de  Saharawoestijn  was  toendertijd  nog   niet   zo

          onherbergzaam en  onvriendelijk  als  hij  dat  nu  is.  Er  waren  meer

          pleisterplaatsen en er was gemakkelijker drinkwater in te nemen.

          Belangrijke pleisterplaats zal Bomba (Aziris) geweest zijn.

          De zuidelijke route komt pas in gevaar, wanneer de Grieken zich in grote

          getale op Cyrenaica gaan vestigen.

          De hoofdroutes liepen van oost naar west en in principe zoveel  mogelijk

          langs de kusten. Dat wil niet  zeggen,  dat  er  geen  dwarsverbindingen

          waren; dus van zuid naar noord en  andersom.  Eén  daarvan  is  die  van

          Egypte naar de Egeïsche zee. Vanuit Aziris zal veelal de oversteek  naar

          Kreta gemaakt zijn over de open zee.

 

 

          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

                      OTTO MELZER in zijn "Geschichte der Karthager" gaat ook uit

                      van de noordelijke route als het begin van de verre over‑

                      zeesche tochten der Feniciërs naar het westelijke deel

                      van de Middellandse zee.

 

 

Map 45.1.1.Precollozziazione greca e precollozziazione fenicia, S.Moscati, RSF XI,2, 1983.

 

ZIE:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.

 

          38A.De kleine Syrte streek

          38B.Meninx/Djerba

          38C.De grote Syrte streek

          38D.Arae Philenorum

          38E.Omgeving Arae Philenorum

 

 

          Zie Boek 16.DE FENICIëRS                                          

 Avec les Phéniciens à la poursuite du soleil sur la route de l’0r et de l'étain. J.Mazel. i.e.v.v.R.J.Demarée. Deventer,

Uitg.N.Kluwer 1971. Een persoonlijk visie met veel veronderstellingen, die weinig onderbouwd zijn. Niet echt wetenschappelijk. Zo moet het dus niet! Mazel is zes jaar onderweg door zestien landen om de Feniciërs in zijn greep te krijgen. Hij slaagt daarin wel op een bepaalde manier: hij speurt gegevens op, die misschien wel eens waar kunnen zijn en hij leeft zich zeker goed in in de wereld van dit volk. Hij doet echter te gewaagde uitspraken, het is net over de rand. Er zijn teveel wilde hypotheses (Epidaurus blz 93) en ook in de chronologie gaat er het een en ander mis. Er staan ook duidelijke onwaarheden in. De Feniciërs zouden ons twee voorname boodschappen hebben meegegeven: het pragmatisme en de hoogste macht is het geestelijke.

 

          Naarmate de Grieken zich steeds meer  op  zee  waagden,  gingen  ook  de

          Feniciërs zich al dan niet gedwongen terugtrekken uit hun Egeïsche  en

          Zuid‑Italiaanse steunpunten. Van  levensbelang  werd  nu  de  meer zuidelijke

          route.

 

          1.3.3.  De Middenroute.

 

          De zeeverbinding tussen Fenicië en het westen werd op den duur,  zoals

          gezegd nog meer bedreigd door de vestiging van de Grieken  in  Cyrenaïca

          aan welk gebied zij deze naam gaven, want daar stichten  zij  Cyrene  en

          nog een aantal andere kolonies.  Weliswaar  kwam  dit  gebied  tijdelijk

          onder  Perzische  controle,  waardoor  de   Feniciërs   weer   veilige

          aanloophavens hadden halverwege de tocht naar het verre westen en terug.

          In ieder geval was daar Aziris halverwege Egypte en Cyrenaïca, dat  niet

          duidelijk  Grieks  of  Egyptisch  was.  Op  den  duur  gaan  echter   de

          tussenstations verloren. Dat betekent niet, dat de zeeverbinding  tussen

          Tyrus/Sidon en Carthago verloren ging, omdat de Feniciërs hadden leren

          varen op de sterren. De kleine beer was  het  sterrenbeeld,  waarop  zij

          zich  orienteerden.  Onafhankelijk  van  welk  tussenstation   dan   ook

          volbrachten de Fenicische zeelieden steeds meer de lange reis  in  één

          keer over de duizenden kilometers lange zee.  Vlak  voor  Carthago  werd

          meestal Melita, Lampas of Kerkenna aangedaan; eilanden in  de  hoge  zee

          voor Afrika.

          Vaak was er dan ook nog een tussenstop te  Neapolis  (Nabeul)  of  Aspis

          (Clupea) of Kerkouane op de kust van Afrika. Naar het  zuiden  toe  week

          men ook wel uit naar Lebda of Meninx om tropische producten in te nemen.