vrijdag 8 augustus 2014

41.Athene in de aanval.

          3.4.10. Sidon en Tyrus in het defensief.
 
          Vooral de derde Perzische expeditie naar Hellas  heeft  de  Fenicische
          scheepsmacht behoorlijk aangetast. Bij  Artemision  boeten  ze  mogelijk
          enige tientallen schepen in. Indien zij daar deelgenomen hebben  aan  de
          omtrekking van Euboea en daarbij in de gememoreerde storm terecht gekomen
          zijn, dan zal men nog  meer  verliezen  hebben  moeten  incasseren.  Bij
          Salamis raakten ze ook tientallen schepen kwijt, zodat aan het eind  van
          de oorlog hun totale sterkte wellicht gehalveerd was. Geen  wonder,  dat
          men eerst weer op verhaal wil komen. De Feniciërs gaan in  het  defen‑
          sief en zullen eerst weer in actie  komen,  als  de  Grieken  hun  eigen
          domein gaan aantasten. Ook in het westelijke deel  van  de  Middellandse
          zee gingen de Carthagers in het defensief.en vermeden het angstvallig om
          met de Siciliaanse Grieken in conflict te raken. Wanneer ook de Etrusken
          in 474 een rampzalige nederlaag lijden op zee  bij  Kyme  is  het  grote
          pleit ten voordele van de Grieken beslecht, zo lijkt het.
          Athene gaat zijn gouden tijd tegemoet. De  Feniciërs  worden  door  de
          Atheense expansie bijna afgesneden van de kolonies  in  het  westen.  De
          oude  verbindingsroute  via  Cyprus‑Rhodos‑Kreta‑Sicilië  is   al   lang
          opgegeven. De route via Egypte‑Libyë  naar  Carthago  functioneert  maar
          gebrekkig, omdat de Grieken van  Cyrene  zich  aan  de  Perzische  heer‑
          schappij weten te onttrekken. De reis naar Carthago wordt  steeds  vaker
          in een keer volbracht en is bovendien onveilig.
 
          3.4.11. De Atheense aanvallen.
 
          Reeds in 478 verschijnt de eerste Griekse vloot bij Cyprus om dat van de
          Perzen afhandig te maken. Deze Griekse vloot bestaat uit 30 Attische, 20
          Peloponnesische en een onbekend aantal andere schepen. Toch is de  vloot
          niet groot genoeg om doorslaggevend succes te  boeken.  De  Cypriotische
          Feniciërs blijven de Perzen trouw en de Griekse vloot onder  Pausanias
          keert onverrichterzake terug om het bij de Bosporus opnieuw te proberen.
          Daarna blijft het gedurende een tiental jaren tamelijk rustig. Athene is
          druk bezig om zijn thalassocratie in te richten.
 
 
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
                  DE NIEUWE WELVAART IN FENICIË
                  Aan het eind van de Fenicische beschaving onder vreemde
                  heerschappij komen de Fenicische steden nog een maal tot
                  grote bloei. Tekenen daarvan zijn de tempel van Amrit ofwel
                  Marathos, het podium en fort te Byblos, het vele geïmporteerde
                  Attische keramiek, het podium van Esjmoen bij Sidon en de
                  schilderingen van Haimon te Athlit.
          Pas in 466 komt de volgende serieuze aanval en wel aan de  zuidkust  van
          Klein‑Azië. Aan de kust van Pamphylië verschijnt een Griekse vloot onder
          Cimon. Een Perzische vloot van 200 schepen trekt zich terug op de rivier
          Eurymedon, terwijl vanuit Cyprus een ontzettingsvloot van  80  Fenici‑
          sche schepen zich naar het strijdtoneel rept.  Niettemin  schijnt  Cimon
          zowel een grote zee‑ als landzege bevochten te hebben.
 
          In 465 wordt  Xerxes  vermoord  door  Artabanos.  Na  enige  opvolgings‑
          perikelen volgt Artaxerxes hem op. Dat alles is aanleiding  voor  Egypte
          het Perzische juk voorlopig van zich af te schudden. Rond  460  verovert
          de Lbyër Inaros de Nijldelta op de Perzen en zoekt hulp bij  Athene.  De
          Delisch‑Attische zeebond reageert onmiddellijk en zendt een grote  vloot
          van 350 schepen naar de Nijldelta. In 459 gaat de vloot op weg  en  doet
          even Cyprus aan, waarbij in Soli en Paphos wordt geland.  Vandaar  wordt
          naar de Nijldelta  overgestoken.  Er  volgt  een  lange  belegering  van
          Memphis, want de Perzen zijn inmiddels weer teruggekeerd  met een  sterk
          leger in Egypte.
          Nu komen ook de Feniciërs  weer  volop  in  actie.  Reeds  bij  Cyprus
          wachten ze de Griekse vloot op en vervolgen die naar Egypte.  O.l.v.  de
          Perzische bevelhebber Megabazus weet de Perzische bezetting van  Memphis
          nog steeds stand te houden, terwijl  de  Feniciërs  de  Griekse  vloot
          nabij het eiland Prosopitis in de val laten lopen. Wat  gebeurt  er?  De
          Feniciërs spreken hun waterstaatkundige  kennis  weer  eens  aan.  Een
          Nijlarm wordt  eenvoudig  afgetapt  door  het  graven  van  een  kanaal,
          waardoor de Griekse schepen hopeloos  op  het  droge  komen  te  liggen,
          waarna ze een gemakkelijke prooi voor de landtroepen van Megabazus  zijn
          geworden. Ook een door Athene uitgezonden  hulpeskader  van  50  triëren
          vermocht niets te kunnen redden.  Bij  de  kaap  van  Mendes  worden  de
          Griekse  schepen  onderschept  en  tegen  het  strand  gedrukt  door  de
          Fenicische vloot. Een deel van  de  Atheners  op  Prosopitis  weet  te
          ontkomen en vlucht naar Cyrene. Dat alles gebeurde in de  jaren  456‑454
          Niet lang daarna moet er ook nog een zeeslag  hebben  plaatsgevonden  in
          het hartje van Fenicië. Ktesius heeft  het  over  een  zware  Atheense
          nederlaag voor Byblos. Na die ramp is de Fenicische  vloot  weer  voor
          een korte tijd heer en meester in  het  meest  oostelijke  deel  van  de
          Middelandse Zee.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
Zie:         ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN:
                H.R.van Diessen, Apeldoorn 2000.
                Kaart 53.De Atheense opmars (479-449 v.C).
          In 449 komt de laatste grote aanval van de Grieken. O.l.v Cimon komen ze
          met 200 oorlogsschepen opzetten. Daar  worden  140  van  naar  Kition  op
          Cyprus gestuurd, terwijl 60 schepen koers zetten naar Egypte,  waar  het
          nog steeds roerig  is.  Op  het  moment,  dat  Pericles  de  strijd  wil
          afbreken, vallen de Perzen en Feniciërs aan. Voor  Salamis  op Cyprus vindt  een
          zeeslag plaats, waarbij de Grieken 100 schepen zouden  hebben  veroverd.
          Ook vindt er een  veldslag  plaats,  waarvan  de  uitkomst  ongewis  is.
          Niettemin trekken de Grieken zich terug en komen er vredesonderhandelingen
          op gang te Susa, waarna de Kalliasvrede tot stand komt. Hierin wordt bepaald,
          dat Athene de kusten van Klein‑Azië  behoudt of krijgt. Grieken en Feniciërs
          kunnen weer een tijd lang in vrede met elkaar gaan leven.