vrijdag 8 augustus 2014

40.Strijd met de Grieken.

                  HERODOTUS vertelt:
                  "Na de zeeslag om Milètos brachten de Phoinikiërs op bevel van
                  de Perzen Aiakès, de zoon van Sylosoon, naar Samos terug, omdat
                  hij voor hen van grote waarde geweest was en grote dingen tot
                  stand had gebracht. Van degenen, die tegen Dareios in opstand
                  waren gekomen, waren de Samiërs de enigen, van wie noch de stad
                  noch de tempels in brand gestoken werden, omdat hun schepen in
                  de zeeslag waren gedeserteerd."
                  Boek VI,25 i.e.v.v.O Damsté.
 
                  en:
                  ".....,maar nadat de Perzische vloot na de winter bij Milètos te
                  hebben doorgebracht in het volgende jaar weer in zee gestoken
                  was, werden de eilanden, die voor het vasteland lagen, Chios,
                  Lesbos en Tenedos, gemakkelijk veroverd. Telkens als de vloot
                  weer een eiland veroverd had, trachten de barbaren op elk
                  eiland, dat ze in handen kregen, de bewoners als met een net te
                  vangen. Dat 'afvissen' doen ze op de volgende wijze:de mannen
                  pakken elkaar bij de hand en in een rij van de noord‑ tot de
                  zuidkust gaan ze voort en lopen dan zo het hele eiland over,
                  terwijl ze de mensen opjagen.
                  Boek VI,31 i.e.v.v.O. Damsté.
 
 
                Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                    Kaart 47C.Zeeslag bij Ladè (494 v.C).
 
          3.4.8.4.De strijd aan de Hellespont (493 v.C).
 
          Na de herovering van Ionië ging de Fenicische vloot naar  het  noorden
          en veroverde de gehele kust van  de  Hellespont.  De  Byzantiërs  en  de
          Kalchedoniërs vluchten naar de Zwarte zee, alwaar zij zich  vestigen  in
          de stad Mesambria(?). De Feniciërs zorgden  met  hun  vloot  voor  een
          permanent bruggehoofd naar Europa toe. De Pers  Mardonius  vestigt  voor
          Darius een satrapie in Thracië. Xerxes zou daar later  dankbaar  gebruik
          van maken.
          Hiermee is de Ionische opstand bedwongen.  Vele  Ioniërs  vluchten  naar
          elders. Zo ook de Samiërs en de Phokeëers. De strijd  tussen  Perzen  en
          Grieken is echter nog lang niet voorbij.  De  Fenicische  vloot  keert
          slechts korte tijd naar huis, want Darius I was namelijk niet  vergeten,
          dat Athene en Eretria een aantal schepen naar Milete hadden gezonden ter
          ondersteuning van de opstand. Een strafexpeditie zou snel volgen.
 
          3.4.9.  De Perzische oorlogen.
 
          Zo noemen de Grieken deze oorlogen. De Perzen en de  Feniciërs  zullen
          ze wel de Griekse oorlogen genoemd hebben. Deze in feite voor  die  tijd
          te noemen wereldoorlog in drie delen woedde door heel het middendeel van
          de Middellandse zee, namelijk van Sicilië tot  aan  Klein‑Azië.  In  dit
          deel wordt in principe alleen de  oorlog  behandeld  in  Griekenland  en
          omgeving. In de jaren na  de  Ionische  opstand  zend  Darius  aan  alle
          Griekse steden gezanten, die om aarde en water komen vragen als  tekenen
          van onderwerping aan het Perzische rijk. De meeste  steden  ten  noorden
          van de Peloponnesos doen dat. Athene en Sparta weigeren.
 
          3.4.9.1.De eerste Perzische oorlog.
 
          Eigenlijk is  dit  een  compleet  mislukte  expeditie  zonder  veld‑  of
          zeeslagen. Mardonius voert het Perzische  landleger  tot  in  Macedonië,
          maar de ondersteunende vloot gaat in een storm  voor  het  Athosgebergte
          ten onder. Volgens Herodotus (boek VI,44) gingen  300  schepen  verloren
          met 20.000 mensen aan boord. Het enige pluspunt voor de  daar  aanwezige
          Feniciërs was, dat ze  tenminste  nog  het  eiland  van  een  van  hun
          voorvaderen terugzagen,n.l.het eiland Thasos voor Abdera.  Hier  hadden
          waarschijnlijk de Feniciërs eeuwen terug intensief diverse mijnen geëxploiteerd.
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
              HERODOTUS vertelt:
              "De Byzantiërs en de Kalchedoniërs aan de overzijde wachtten niet
              eens de aanval der Phoinikiërs af, maar gaven hun gebied prijs en
              gingen er vandoor de Pontos Euxeinos in en daar vestigden zij zich
              in de stad Mesambria. De Phoinikiërs echter brandden de genoemde
              gebieden plat en keerden zich ook toen tegen Prokonnèsos en Aretakè
              en nadat ze ook die aan het vuur hadden prijsgegeven, voeren ze
              terug naar de Chersonèsos om alle overige steden te veroveren, die
              ze bij  hun vorige landing niet verwoest hadden.
              Op Kyzikos deden ze in het geheel geen aanval, want de Kyzikenen
              hadden zich nog voor de nadering der Phoinikiërs aan de koning
              onderworpen door tot een vergelijk te komen met Oibarès, de zoon van
              Megabazos, de stadhouder in Daskyleion. Op de Chersonèsos overwel‑
              digden de Phoinikiërs alle steden behalve Kardia."
              Boek VI,33 i.e.v.v.O Damsté.
 
 
                Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                    Kaart 47D.Einde Ionische opstand (494/493 v.C).
 
              HERODOTUS vertelt:
              "Van Thasos staken zij over en voeren vlak onder de kust van het
              vasteland tot aan Akanthos en van Akanthos voeren zij verder om de
              Athoos heen. Tijdens deze passage overviel hen een zeer krachtige
              omstuimige noordenwind, die danig huishield onder schepen en er vele
              tegen de Athoos wierp. Er wordt namelijk beweerd, dat er ongeveer
              300 schepen zijn vergaan en meer dan 20.000 mensen zijn omgekomen."
              Boek IV,44 i.e.v.v.O Damsté.
 
              Volgens H T Wallinga in "De 'volken aan de zee' en het Perzische
              rijk onder Cyrus en Cambyses en de Perzische zeemacht", bestaat de
              Perzische vloot  uit Perzische schepen en worden door de 'volken van
              de zee' slechts de roeiers en scheepsbemanningen geleverd. De door
              Herodotus genoemde contingenten zouden dan slechts slaan op de ge‑
              leverde bemanningen.
              Het is echter niet goed voorstelbaar, dat Tyrus, Sidon en Arvad
              ondanks "onderworpenheid" afstand zouden hebben gedaan van hun eigen
              oorlogsvloot. Het strookt ook niet met de wetenschap, dat de Perzen
              de Fenicische steden meer als verbondenen dan als onderworpenen
              beschouwden.
          3.4.9.2.De tweede Perzische oorlog.
 
          Na het échèque bij Athos proberen de Perzen  het  op  een  meer  directe
          manier en nu niet meer via de Hellespont. Om ook van Athene en Sparta de
          onderdanigheid te verwerven, laat Darius daarom Datis en Artaphrenes met
          een vloot naar  Hellas  gaan.  In  Delos  wordt  aan  Apollo  een  offer
          gebracht, waarna de vloot koers  zet  naar  Euboea.  De  op  dat  eiland
          gelegen stad Eretria  krijgt  de  rekening  gepresenteerd  voor  het  zo
          lichtzinnig ondersteunen van de Mileters. Eretria wordt  platgebrand  en
          de bewoners gedeporteerd naar Susa!
          Het volgende doel is Athene en de Feniciërs e.a. zetten het  Perzische
          leger af bij Marathon op de kust van Attica. Maar daar laat nu het land‑
          leger van de Perzen het afweten. Beide Perzische expedities  hebben  hun
          doel niet bereikt,  doordat  of  de  vloot,  of  het  leger  het  in  de
          beslissende fase erbij lieten zitten. Dit alles  geeft  de  Grieken  een
          aantal jaren de tijd om zich beter te  bewapenen  teneinde  de  volgende
          stormloop te kunnen opvangen.
 
          3.4.9.3.De derde Perzische oorlog.
 
          Een opstand in Egypte en de dood van Darius vertraagt  deze  voorgenomen
          derde expeditie tegen de Grieken. Xerxes is de opvolger  van  Darius  en
          hij moet zich eerst met Egypte bezig houden. Hij brengt dat land in  nog
          grotere afhankelijkheid van het Perzische rijk en dan in 480 is  de  weg
          vrij voor de volgende expeditie tegen de Grieken,  die  overigens  samen
          valt met de  aanval  van  de  Carthagers  op  Sicilië  tegen  de  aldaar
          gevestigde Griekse kolonies. Vier jaar  lang  worden  de  voorbereidende
          werkzaamheden verricht. Uit alle delen van  het  Perzische  rijk  werden
          lichtingen opgeroepen. De Feniciërs werden natuurlijk ingeschakeld bij
          de vorming van de vloot, maar ook moesten zij bijdragen bij  het  graven
          van een kanaal door de engte van Athos. Een nieuwe stroom zou  de  vloot
          niet meer mogen verwoesten op dit punt. De  meeste  opgeroepen  volkeren
          groeven het kanaal gewoon  kaarsrecht  naar  beneden  toe,  waardoor  er
          steeds weer aarde en steen naar beneden viel, hetgeen het werk aanzien‑
          lijk vertraagde. De, volgens Herodotus,  "slimme"  Feniciërs  begonnen
          hun deel van het kanaal met het twee keer zo breed te graven  als  nodig
          zou zijn,  waardoor  een  grote  V  ontstond.  Hun  werk  vlotte  echter
          aanzienlijk sneller dan dat van de anderen, omdat ze  veel  minder  last
          hadden van vallend gesteente en ook kon het afgegraven  materiaal  beter
          naar boven gebracht worden. Het was niet zo verwonderlijk, dat juist  de
          Feniciërs de goede methode toepasten, want die hadden met  het  kanaal
          van Necho al ervaring opgedaan. Het kanaal door de engte van Athos  komt
          er tenslotte en zal lange tijd als monument  van  de  macht  van  Xerxes
          functioneren. De Grieken verwaarlozen  het  op  den  duur en  nu  is  er
          nauwelijks iets meer van over.
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
              Dat de Feniciërs aanwezig waren bij Marathon, weten wij via een
              door Pausanius beschreven schildering in de stoa Poikilê. De Per‑
              zische vloot verloor overigens tijdens deze expeditie slechts 7
              schepen (Herodotus, boek VI,115).
 
 
                Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                    Kaart 49A.De Fenicische bijdrage aan de Perzisch-Griekse oorlogen.
                    Kaart 49B.Het Athos-kanaal.
                    Kaart 49C.De Hellespontbrug.
 
          a.De overtocht over de hellespont.
            ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Een andere grote klus, waarmee vooral de Feniciërs belast worden,  was
          het slaan van  een  immense  brug  over  de  Hellespont.  Het  werd  een
          schipbrug, die door kabels aan elkaar werden gehouden. De kabels  werden
          door Egyptenaren en Feniciërs gemaakt van papyros  en  wit  vlas.  Een
          storm gooit nog roet in het eten, waardoor  de  Hellespont  de  beroemde
          geseling van Xerxes krijgt. De tweede poging lukt echter. Een combinatie
          van twee zware vlaskabels en vier lichte papyruskabels blijkt  voldoende
          sterk. Bij Abydos wordt eerst nog een enorme parade en  vlootschouw  met
          een wedstrijd gehouden. Uit die wedstrijd komen de Feniciërs van Sidon
          als overwinnaars te voorschijn.
 
          b.Samenstelling en sterkte van het leger.
            ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Nog steeds volgens Herodotus moet het leger 1.700.000 man geteld hebben.
          Een  immens  groot  aantal,  waaraan   Perzen, Meden, Assyriërs, Baktriërs,
          Indiërs, Ariërs, Kaspiërs, Arabieren, Libyërs, Skythen, Parthen, Ethiopiërs
          e.d. bijdragen. Waarschijnlijk is 10%‑20% van dit enorme aantal  dichter
          bij de waarheid. In dit leger werden strijdwagens, kamelen en paarden in
          grote getale meegevoerd. Elk volk had zo zijn eigen strijdwijze  en  ook
          specifieke bewapening.
 
          c.Samenstelling en sterkte van de vloot.
            ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Diverse volken leveren maar liefst 1207 oorlogsschepen. Dit zijn  vooral
          triëren, d.w.z.erg snelle oorlogsschepen met aan beide zijden drie rijen
          roeiers naast en schuin boven elkaar. In de lijst zijn niet opgenomen de
          schepen, die Xerxes vorderde van de Thracische kust. Dat zouden  er  120
          geweest kunnen zijn. Bovendien had de vloot de beschikking over nog 3000
          transportschepen van allerlei kaliber.
 
          tabel 6.Samenstelling en sterkte van de vloot.
 
          Feniciërs en Syriërs   300                        Egyptenaren    200
          Cyprioten              150                        Ciliciërs      100
          Ioniërs                100                        Pontiërs       100
          Cariërs                 70                        Aioliers        60
          Lyciërs                 50                        Doriërs(Azië)   30
          Overigen                17                        Pamphyliërs     30
                                   TOTAAL       1207
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
PRIVILEGES
              De Feniciërs bekleden een bevoorrechte positie binnen het
              Perzische rijk. Dat blijkt o.a. uit het relatief geringe tribuut.
              Het blijkt ook uit het feit, dat zij hun eigen koningen konden
              behouden. Wellicht is dat dan ook de reden, waarom de Fenicische
              vloot in handen van de Feniciërs bleef. Niet voor niets worden de
              aanvoerders van de Fenicische contingenten bij naam genoemd door
              Herodotus.
 
 
 
              HERODOTUS vertelt:
              "Zelf heb ik ook die mijnen gezien en verreweg het wonderbaarlijkste
              daarvan was wat de Phoinikiërs hebben ontdekt, die samen met Thasos
              dat eiland hebben gekoloniseerd, dat nu nog zijn naam ontleent aan
              die Phoinikiër Thasos. De Phoinikische mijnen liggen op Thasos
              tussen de plaats, die Ainyra heet en Koinyra tegenover Samothrakè
              en het is een berg, die bij het speuren helemaal omgewoeld is."
              Boek VI,47.i.e.v.v.O Damsté.
 
          De echte oorlogsvloot, waarmee Xerxes naar het hartje van  Hellas  trok,
          was beduidend minder dan de 1200‑1300 vermelde  schepen.  Waarschijnlijk
          waren er vier vloten van ongeveer 200 schepen, zoals Richard B.Nelson in
          zijn boek "The battle of Salamis" betoogd. De overige  400‑500  zijn  er
          ofwel niet (overdrijving van de aantallen door Herodotus en  Aeschylus),
          ofwel ze zijn hoogstens als ondersteunende  en  bewakingsschepen  op  de
          reis naar Midden‑Griekenland her en  der  en  zeker  bij  de  Hellespont
          achtergelaten.
        XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
              HERODOTUS vertelt:
              "Het aantal triëren bedroeg 1207 en ze werden door de volgende
              volken geleverd: de Phoinikiërs samen met de Palestijnse Syriërs
              leverden er 300 en zij waren als volgt uitgerust: op het hoofd
              droegen zij helmen, die vrijwel geheel op de Griekse wijze waren
              vervaardigd, ze hebben linnen pantserhemden aan en droegen schilden
              zonder rand en speren. De Phoinkiërs woonden volgens henzelf
              oudtijds aan de Rode zee, maar vandaar verhuisden zij en wonen nu
              aan de kust van Syria. De streek van Syria en het gehele gebied tot
              Egypte toe heet Palaistinè."
              Boek VII,89.i.e.v.v.O Damsté.
 
              en:
              "Op alle schepen voeren Perzen mee en Meden en Saken. De best
              varende schepen van al dezen werden geleverd door de Phoinikiërs en
              in het bijzonder door de Sidooniërs. Zij allen ....stonden onder
              leiding van eigen landgenoten....
              Boek VII,96.i.e.v.v.O Damsté.
 
 
              VLOOTCOMMANDANTEN:
              Sidon:Tetramnèstos, zoon van Anysos.
              Arvad:Merbalos, zoon van Agbalos.
              Tyrus:Mapèn, zoon van Siroomos.
 
          Het eerste grote treffen tussen de Perzen en de  Grieken  vindt  op  zee
          plaats bij Artemision. De Grieken hadden er 271 schepen  verzameld,  die
          in twee afzonderlijke slagen de Perzische vloot trachtte op te houden.
          ......................................................................
 
          d.Zeeslagen bij Artemision.
            ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Het plan is schitterend. Een vloot van 200 Perzische schepen moet om het
          eiland Euboea heenvaren en zo  de  Grieken  bij  Artemision  in  de  rug
          aanvallen. De Grieken wachten  echter  niet  af  en  vallen  brutaal  de
          Perzische vloot aan, waarbij ze een verrassingssuccesje behalen.
          Even later wordt een Cilicisch smaldeel nog door  hen  gehavend.  De  om
          Euboea heengezonden andere Perzische schepen gaan in een storm verloren,
          waardoor weer een plan van Xerxes in duigen valt.
          De tweede zeeslag bij Artemision schijnt een gelijkspel geweest te zijn.
          De Grieken verliezen echter dermate veel, dat zij hun positie niet  meer
          kunnen houden. In deze tweede zeeslag weren de Egyptenaren zich nog  het
          best. Van de Feniciërs horen we niets.
          ......................................................................
 
          e.Zeeslag bij Salamis.
            ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Na de eliminatie van Leonidas met zijn Spartanen te Termopylae is de weg
          vrij naar Attica. Athene wordt  ingenomen  en  Xerxes  besluit  met  een
          laatste zeeslag bij het eiland  Salamis  de  Grieken  definitief  op  de
          knieën te brengen. De Grieken vechten daar zeer  doelmatig,  terwijl  de
          vloot van Xerxes nauwelijks enige samenhang en  enthousiasme  vertoont.
          De Grieken vechten ook voor hun huis en haard. Het heilige vuur  bij  de
          vloot van Xerxes ontbreekt. Bovendien  schijnen  de  Ioniërs  niet  zo'n
          fatsoenlijke rol gespeeld te hebben. Sommige eskaders daarvan lopen naar
          de Grieken over en eigenlijk  is  dat  niet  zo  verwonderlijk.  Diverse
          Fenicische kapiteins, die daardoor in de verdrukking kwamen,  beroepen
          zich daarop. Xerxes overziet  de  situatie  niet  goed,  wordt  mogelijk
          verkeerd voorgelicht en laat nota bene zijn beste zeelieden  onthoofden,
          omdat ze niet goed genoeg gevochten zouden hebben.
          De Grieken gaan met de overwinning strijken, mede, omdat  de  Perzen  de
          Fenicische en Ionische schepen in te nauwe wateren laten  opereren  en
          doordat de Egyptische vloot in het geheel niet aan de zeeslag deelneemt.
          Bij de Feniciërs dreigt dan ook muiterij. Xerxes laat ze  daarom  maar
          na enige tijd met de Egyptenaren vertrekken.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
                Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                    Kaart 49D.Zeegevechten bij Artemision (480 v.C).
                    Kaart 49E.Salamis (480 v.C).
 
          Boek 117.THE BATTLE OF SALAMIS
Richard B.Nelson, London 1975. Teveel aannames in het begin,  waardoor de statistieken over de sterkte van de vloten aanvechtbaar worden. Veel cijferwerk. Xerxes gebruikte zijn oorlogsschepen verkeerd: ook voor de schipbrug.. Hij begint met 1327 schepen en houdt er nog 257 schepen van over. De Grieken hebben er vlg Herodotos 380 en vlg Aeschylus 310. Wargaming the battle. Zie mijn eigen artikel hierover!
 
                               Voor een nadere bestudering van de sterkte van de Griekse
                               en Perzische vloot in deze episode wordt verder verwezen naar:
                               DE STERKTE VAN DE GRIEKSE EN DE PERZISCHE VLOOT IN 480 V.C,
                               H.R.van Diessen, Apeldoorn, 2000.
                               Hieruit moge blijken, dat bij Salamis er 400 Griekse en 545
                               Perzische oorlogsschepen aanwezig waren en dat effectief aan
                               de strijd slechts 360 Griekse en 423 ‘Perzische’ schepen hebben
                               deelgenomen !!!!
 
          f.Een speculatie.
            ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-------
          Door de nederlaag bij Salamis valt het grootse plan  van  de  Aziatische
          volken der Perzen, Etrusken, Carthagers en Feniciërs in duigen.Ook  in
          Campanië en op Sicilië loopt het mis. De  van  drie  kanten  aangevallen
          Griekse wereld weerstaat alles. In de bestudering van de geschiedenis is
          het niet op zijn plaats om te speculatieve beschouwingen  op  te  nemen.
          Evenwel, de gevolgen van een eventuele overwinning der  Oosterse  volken
          bij Himera en Salamis zouden veelomvattend  geweest  zijn.  De  Etrusken
          zouden zich meester hebben gemaakt van het gehele Italiaanse  vasteland,
          terwijl de Carthagers Sicilië zouden hebben uitgeschakeld als basis voor
          Griekse kolonisaties. De Perzen zouden de dominantie over het oostelijke
          deel van de Middellandse zee hebben gekregen. De  Aziaten  zouden  Zuid‑
          Europa en Noord‑Afrika zijn gaan exploiteren. Salamis heeft  dat  verijdeld.
 
          g.De afloop van de Perzische oorlogen.
            ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-------------------
          De Perzen blijven onder Mardonius nog een tijd in Hellas met het  leger,
          maar stukje bij beetje het veld ruimen. Van de Perzische vloot is na het
          wegtrekken van de Feniciërs en de Egyptenaren niet veel meer  over  en
          het restant wordt bij Mykalè door de Grieken opgeruimd.
          In de tijd na 480 weten vele Griekse koloniën op de Aziatische kusten de
          vrijheid weer te herwinnen en sluiten zich aan bij het steeds  machtiger wordende Athene.
 
          Afbeelding 19. Plan van een Fenicische triëre.
 
 
                          ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
                      t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t
                       z z z z z z z z z z z z z z z z z z
                      t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t
                      ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          brug                middengang                    >>>> ram
                      ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                      t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t
                       z z z z z z z z z z z z z z z z z z
                      t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t t
                          ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
 
              t:25 buitenste roeiers z:middelste roeiers t:binNenste roeiers
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX