dinsdag 19 augustus 2014

46.Onder de Seleuciden.


          3.5.6.  Onder de Seleuciden.

 

          Seleucos wil het grote rijk van Alexander herstellen. Een  sta‑in‑de‑weg

          is het machtige Egypte, dat geheel Palestina en het zuidelijk  deel  van

          Fenicië in handen heeft. Voorlopig moet Seleucos zich tevreden stellen

          met Syrië en het noordelijk deel van Fenicië, waar Aradus de belangrijkste stad is.

          De blik van Seleucos is naar de Middellandse zee gericht.

          Het oostelijk deel van het oude rijk  van  Alexander  heeft  hij  al  in

          handen. Voor een verder opdringen heeft hij een grote vloot nodig en die

          kunnen de bewoners van Aradus hem leveren. Vandaar, dat hij de stad zeer

          clement en voorkomend behandeld. De mensen van Aradus  hebben  inmiddels

          een levendige zeehandel opgebouwd en die moedigt hij nog verder aan.

          In de vlakte van Antiochië richt Seleucos zijn hoofdstad in  en  aan  de

          kust zo'n 10 mijlen bezuiden de ruïnes van Ugarit komt een nieuwe haven.

          Ugarit was in de (proto‑)Fenicische tijd naast Byblos de belangrijkste

          havenstad van de Levant. Sinds de vernietiging door  de  Zeevolken  rond

          1200 werd de stad niet meer ten volle opgebouwd. Daar was de ligging  te

          ongunstig voor. In de archaïsche tijd kon  het  nog  met  de  primitieve

          kustvaart, maar nu met de grotere schepen  bij  de  harde  noordenwinden

          juist op die plek werd het vrijwel onmogelijk. Toch tegen de  tijd,  dat

          de Grieken en Macedoniërs zich permanent in grote getale aan  deze  kust

          vertonen, was  de  technische  kennis  zover  voortgeschreden,  dat  die

          moeilijkheden overwonnen konden worden. De Feniciërs  hebben  de  kust

          lange tijd links laten liggen. De Grieken gaan hem eerst nu pas rond 300 goed in gebruik nemen.

          Het grote verschil in dit opzicht tussen Grieken en Feniciërs ligt  in

          het feit, dat de Feniciërs zich aanpasten aan het landschap, of  juist

          die landschappen uitzochten, die gunstig waren voor  hun  ondernemingen.

          De Grieken pasten zonodig  het  landschap  aan  aan  hun  behoeften,  of

          ontworpen technieken, waardoor ze toch in dat gebied konden wonen.        

 

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

          Zie tevens Deel Drie 12.7.

Map 13.19.Séleucus I et la fondation de la monarchie Syrienne, H.Seyrig, SYRIA XLVII blz 290.

                  BELEG TYRUS

                  Opnieuw moet Tyrus in 315/314 een zwaar beleg doorstaan. Maar

                  liefst 15 maanden doet Antigonos erover om de stad te veroveren,

                  waarna het garnizoen van Ptolemeus zich terug trok.

 

                  PHILOCLES

                  Koning van Sidon in het eerste kwart van de 3e eeuw. Vanaf 280

                  wordt hij koning genoemd. In het Nikouria‑decreet en het Delos‑

                  decreet komt Philocles als belangrijk persoon naar voren. Veelal

                  wordt hij opgevoerd als tussenpersoon. Waarschijnlijk bekleedde

                  hij ook een hoge rang op de vloot van Ptolemeus.

 

                               Zie:Philocles, King of the Sidonians and General of the Ptolemies,

                                   H.Hauben, OLA 22, Leuven 1987.

          Seleucus liet twee nieuwe kunstmatige havens graven nabij de monding van

          de rivier Orontes. Het werd  Laodicea  en  Seleucia.  De  gehele  streek

          onderging een grote economische opbloei en wel zodanig,  dat  Aradus  er

          niet eens nadeel van had. Het had er  weliswaar  twee  concurrenten  bij

          gekregen, maar de vraag naar productenverscheping  steeg  zo  snel,  dat

          elke haven genoeg werk had.

 

          3.5.7.  De algemene situatie rond 300.

 

          In deze tijd groeit Carthago uit tot de machtigste  stadsstaat  van  het

          westelijke deel van de Middellandse zee. Het heeft  net  een  rampzalige

          inval van Agathocles van Syracuse te  verduren  gehad,  maar  desondanks

          wordt de greep op het Libysche binnenland versterkt en worden de over‑

          zeese gebieden inniger met Carthago verankerd. Sardinië, Zuid‑Spanje, de

          Balearen en West‑Sicilië behoren daar o.a.  toe.  De  grote  strijd  van

          Carthago tegen de Grieken gedurende de vierde eeuw heeft de aandacht van

          de stad minder doen zijn voor het  Italiaanse  schiereiland  zelf.  Daar

          heeft Rome ten koste van de Etrusken en de Samnieten zich  een  leidende

          positie weten te verwerven.

          Carthago ziet, dat het moederland niet meer te redden is en kiest eieren

          voor zijn geld. Het laat stukje bij beetje de anti‑Griekse houding varen

          en knoopt juist in deze  na  300  steeds  meer  connecties  aan  het  de

          oostelijke Hellenistische staten.

          In het oosten gaan voorlopig de  opvolgingsoorlogen  door.  Pas  na  281

          ontstaan er definitief de drie grote Hellenistische  staten:  Macedonië,

          Voor‑Azië en Egypte. De Griekse cultuur verbreidt  zich  alom.  Kunsten,

          architectuur, medische kennis, dichtkunst, beeldhouwkunst en  astronomie

          zijn zo maar een paar onderwerpen, die een hoge vlucht nemen. Economisch

          gezien versmelt het oostelijke en het westelijke  deel  van  de  Middel‑

          landse zee tot één groot handelsgebied. Ook  vindt  er  een  uitgebreide

          handel plaats met Indië, China en Arabië. Carthago exploreert  het  bin‑

          nenland van Afrika.

 

          Antipater van Sidon wordt bekend als  Grieks  epigrammendichter  uit  de

          z.g. Fenicische school. Er zijn zo'n  80  puntdichten  van  hem  over‑

          geleverd met voornamelijk fictieve grafschriften.

 

                                                                                                                                              300

          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

                  HELLENISERING

                  De Fenicische steden geraken verder vergriekst. Niettemin behou‑

                  den zij de eerste tijd nog wel een zekere mate van autonomie,

                  ondanks de aanwezigheid van garnizoenen in de steden.

                  De Fenicische steden blijven nog steeds belangrijk als

                  handelscentra, overlaadcentra, hun maritieme kracht en hun

                  strategische positie.

                  De vergrieksing is echter oppervlakkig. Het beperkt zich tot de

                  bovenlaag van de bevolking. Het "gewone" volk blijft in ieder

                  geval ook Fenicisch praten.

 

Map 1.10.Le grand prêtre de Dionysos à Byblos, SYRIA XXXI 1954 blz 68-73.

Agoranomie van Aspasios, zoon van Apollodoros, zoon van Aspasios

t.t.v.Seleucus 123/122 v.C