vrijdag 8 augustus 2014

39.Vier vorstendommen.

          3.4.7.  De vier Fenicische vorstendommen in de 5e en 4e eeuw.
 
          Onder de formele Perzische heerschappij functioneerden vier Fenicische
          vorstendommen, n.l. Tyrus, Sidon, Arvad en Byblos. Sidon neemt van  deze
          vier de eerste vier de eerste plaats in. Er zijn nog  sterke  Assyrische
          invloeden in de stad sinds de deportaties van 677. Zo wordt er nu ook de
          god Nergal vereerd en komen er Assyrische namen  voor  als  Jatarbel  en
          Abdbel. Sidon is het belangrijkste vorstendom geworden ook vanwege de nu
          weer sterk toegenomen karavaanhandel en het is Sidon, dat nu juist  door
          het Libanon het minst moeilijk te bereiken is voor karavanen  in  verge‑
          lijking met Tyrus. Sidon heerst eveneens over Dor en Joppe. Sinds de  5e
          eeuw neemt de Griekse invloed sterk toe. in de volgende eeuw zien we een
          vorst Abd'astart, die zich Straton noemt  en  geheel  op  Griekse  wijze leeft.
          Tyrus blijft opnieuw  een  belangrijke  havenplaats,  maar  de  grootste
          glorie van weleer is nu toch verdwenen. Wel leven er nog het sterkst  de
          oud‑Fenicische tradities en het onafhankelijksstreven van  vroeger  en
          dat Alexander de Grote nog  merken,  want  hier  zal  hij  zijn  zwaarst
          bevochten overwinning moeten boeken. Tyrus  heerst  in  deze  tijd  over
          Akko, Askalon en waarschijnlijk Azotos (Asdod).
          Het vorstendom Arvad of  inmiddels  Aradus  genoemd  domineert  over  de
          noordelijker kusten tot naar het zuiden toe  over  de  Eleutherusvlakte,
          n.l. over Paltos, Karne, Marathos en Myriandrus.
          Byblos is duidelijk het kleinste vorstendom en bezit alleen het later zo
          belangrijke Berytos (Beiroet).
          Tyrus, Sidon en Arvad stichten  samen  Tripolis  en  koppelen  daar  een
          gemeenschappelijke Fenicische organisatie aan vast. Dat  is  eigenlijk
          voor het eerst op een zo duidelijke wijze in  Oost‑Fenicië,  zij  het,
          dat dat mogelijk als gevolg van de beperkte vrijheid onder de Perzen  is
          geschied.
 
          Het is een tijd van nieuwe grote welvaart voor de  Fenicische  steden.
          De karavaanwegen naar het binnenland zijn een  stuk  veiliger  geworden.
          Bovendien  wordt  overzee  een  sterke  relatie   onderhouden   met   de
          Carthagers. In de omgeving van het moederland houden de Feniciërs  hun
          vestigingen in stand op Cyprus. aan de kust van Palestina en op die  van
          Cilicië. Vooral op Cyprus neemt de Griekse invloed  snel  toe  en  lang‑
          zamerhand ook in Fenicië zelf. Veel van de Griekse  mode  en  techniek
          wordt overgenomen. Zelfs Gaza  hanteert  als  betaalmiddel  de  Attische
          munt. In Arvad worden nog Perzische munten gebruikt. In Byblos, Tyrus en
          Sidon komen eigen Fenicische munten in zwang en verlaat men  het  oude
          vertrouwde ruilsysteem.
 
* Map 51.3.4.La tour de Straton: mythes et réalités, E.Will, SYRIA LXIV, 1987.        
 
 XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
                               Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                                   Kaart 45.Fenicische stadsstaten in de Perzische tijd.
 
 
Zie Boek 216.JNES nr.41.2  The University of Chicago Press. April 1982.
O.A: - Fouilles de Kition, M.G.Guzzo Amadasi/V.Karageorghis Vol 3 Inscriptions phéniciennes: J.Teixidor geeft commentaar.
- Studies in Phoenician Geography during the Persian Period, J.Elayi. Veel verschillende meningen over hoe ver Fenicië zich uitstrekte. Criteria van wat nu een Fenicische plaats is.
Conclusie:             - Noord Fen: Sukas t/m Myriandros
                               - Centraal Fen: tussen Kishon en Nahr el Sinn
                               - Zuid-Fen: Dor t/m Ashkalon
Book Review:Fouilles de Kition. Vol.3. Inscriptions Phéniciennes, M.G.Guzzo Amadasi + V.Karageoghis.
Diverse andere publicaties, die aan de rand ook de moeite waard zijn.
 
                Zie:Map 9.4.L'essor de la Phénicie et la passage de la domination assyro\perse, J.Elayi.
                                   Tyre in the early Persian period, H.J.Katzenstein, Biblical Archeologist.
                                 Arvad met zijn vastelandsbezit, H.R.van Diessen, Apeldoorn, 1998.
          Als taalgebied boet Fenicië in het  Midden‑Oosten  aan  betekenis  in.
          Daar wordt overigens vooral in het  binnenland  nu  vooral  het  Aramees
          gebruikt als verkeerstaal. Het Aramees is goeddeels op  het  Fenicisch
          gebaseerd. Als voornaamste god treedt in deze  contreien  de  hemelsheer
          Be'el‑S(h)amin naar voren. Hij heeft de betekenis van de belonende goede
          god.
          Oost‑Fenicië beleeft een  periode  van  vrede  en  welvaart  onder  de
          Perzische paraplu. Na 500 wordt dat anders. De  Feniciërs  worden  dan
          ingeschakeld met hun vloot  om  de  Grieken  te  onderwerpen.  Misschien
          hebben ze er zelf ook  wel  op  aan  gestuurd,  want  de  Grieken  waren
          economisch gezien zware concurrenten  aan  het  worden.  Vooral  in  het
          westelijke deel van de Middellandse zee hadden de Feniciërs  al  grote
          afzetgebieden en diverse steunpunten en factorijen moeten prijsgeven.
 
          3.4.8.  De Ionische opstand.
 
          Door de direct hieraan voorafgaande veldtocht tegen de Skythen, werd ook
          in Thracië de heerschappij van Darius I tijdelijk erkend. Zelfs de Mace‑
          donische vorst Amyntas huldigde de Perzische grote koning. Het Perzische
          rijk ging direct grenzen aan het Griekse moederland, terwijl  een  groot
          deel van de  Griekse  kolonies  op  het  Aziatische  vasteland  tot  het
          Perzische rijk zelf  gingen  behoren.  Vooral  van  deze  laatste  groep
          kolonies loopt de welvaart terug door o.a. de snelle hernieuwde  opkomst
          van de Fenicische handelssteden.
          In 499 roept Aristagoras een krijgsraad van Ioniërs  bijeen  te  Milete.
          Hecataios  probeert  nog  aan  de  hand  van  een  door  hem   ontworpen
          wereldkaart aan te tonen, dat het waanzin is om tegen  zo'n  groot  rijk
          als Perzië te gaan strijden, maar  hij  verliest  de  discussie  van  de
          oorlogspartij.
          Eretria en Athene sturen symbolisch een paar schepen  ter  ondersteuning
          en dat zal zijn latere gevolgen nog hebben.  De  Milesiërs  beginnen  de
          opstand en veroveren zelfs Sardes in het binnenland van Lydië. Alleen de
          burcht van Sardes onder de leiding van de satraap Artaphrenes weet stand
          te houden. Toch slaat de opstand nu over naar Carië en Cyprus.
 
          Doordat in het westelijk deel van de  Middellandse  zee  de  emigrerende
          Grieken in steeds heviger mate worden  geblokkeerd  door  Carthagers  en
          Etrusken, zien veel Ioniërs steeds minder heil  in  emigratie.  Indirect
          heeft dit tevens bijgedragen tot de Ionische opstand.
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
          Zie blz 53/54 DIE GESCHICHTE DER SCHRIFT
              George, J, Ravensburger Buchverlag, 1991
 
 
 
                Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                    Kaart 47A.De Ionische opstand op Cyprus (498.497 v.C).
 
          3.4.8.1.De strijd op Cyprus.
 
          Samen met Fenicië behoorde Cyprus tot de 5e satrapie. Op Cyprus  waren
          inmiddels veel Grieken komen wonen en hadden de macht in diverse  steden
          overgenomen en dat gebeurde vooral  op  de  noordelijke  helft  van  het
          eiland. Nadat de Ioniërs in opstand gekomen  waren,  wilden  de  Cyprio‑
          tische Grieken eveneens de Perzen  verdrijven.  De  Feniciërs  op  het
          eiland bleven echter trouw aan Darius I. Het gevolg  was,  dat  Onèsilos
          van het overwegend  Griekse  Salamis  overging  tot  de  belegering  van
          Amathos. Maar er kwam hulp voor de in het nauw gebrachte Feniciërs.
          De Pers Artybios stak met een expeditieleger over  vanuit  Cilicië  naar
          Cyprus. Ook de Griekse Cyprioten krijgen hulp en  wel  van  de  Ionische
          vloot, die tracht om Artybios te onderschepen. Dat lukt niet,  want  ook
          de Fenicische vloot heeft zich bij  Cyprus  verzameld  en  levert  een
          zeeslag met de Ioniërs, waarbij  de  laatsten  de  overwinning  claimen.
          Artybios is ondertussen de vlakte bij Salamis  geland  en  wint  in  een
          grote veldslag. Daarop keert de  Ionische  vloot  terug  naar  de  eigen
          wateren en op Cyprus moet iedere Griekse stad tenslotte weer  de  Perzi‑
          sche soevereiniteit erkennen. Het laatst doet dat Soloi  na  ongeveer  5
          maanden. In die tijd  herstelt  de  Fenicische  vloot  zich  en  wordt
          versterkt met eskaders uit Cilicië, Cyprus, Egypte.  Deze  complete  vloot
          gaat dan onder zeil naar de Egeïsche zee.
 
          3.4.8.2.De strijd tegen Ionië.
 
          Nadat Cyprus weer onder de Perzische  macht  gebracht  was,  richten  de
          Perzen hun aandacht op Ionië. Ook het in opstand gekomen Carië moest  al
          snel bakzeil halen. In de strijd  tegen  Ionië  speelt  de  Fenicische
          vloot een doorslaggevende rol. Bij Ladè voor de kust  bij  Milete  vindt
          een zeer grote zeeslag  plaats,  waarbij  de  Perzen  mogelijk  wel  600
          schepen inzetten. De Ioniërs worden compleet verslagen. Eerst moeten  de
          Samiërs wijken, daarna het eskader  van  Lesbos  en  tenslotte  die  van
          Chios. Van  hun  100  schepen  gingen  de  meeste  verloren.  De  Perzen
          belegeren dan Milete, terwijl de Fenicische vloot de  aanstichter  van
          de opstand van de zeezijde blokkeert. In 495 moet Milete zich overgeven.
          De stad wordt verwoest. Daarmee is de strijd niet beëindigd, want in 494
          veroveren de Feniciërs en de  Perzen  de  eilanden  Chios,  Lesbos  en Tenedos.
          Daarmee keren de Feniciërs terug in de wateren, die ze een paar eeuwen
          eerder al hadden  opgegeven.  De  eilanden  worden  "gezuiverd"  van  de
          Grieken door de visnet‑methode.  De  Perzen  en  hun  bondgenoten  geven
          elkaar in een lange rij letterlijk een hand en lopen dan het hele eiland
          over, waardoor de inwoners op één hoop worden gedreven.
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
              Enige verwijzingen Cyprus:
              ‑La dédicace à Ba'al du Liban (CIS I,5) et sa provenance probable
               de la région de Limassol, Masson O, SEMITICA XXXV, 1985
              ‑Brêves remarques sur l'insription phénicienne de Chypre (CIS I,5)
               Sznycer, M, SEMITICA XXXV, 1985
              ‑Alasia II, J.C.Courtois, SYRIA LX, 1983
              ‑Kition/Bamboula, Y.Calvet, SYRIA LXI, 1984
              ‑The Art of Ancient Cyprus, D.Morris, SYRIA LXII, 1985
                               -Ceramique grecque et échanges en Méditerranée orientale:
                                Chypre et la côte syro-phénicienne, A.M.Collombier.
                               -Repercussions of the Phoenician Presence in Cyprus, I.Michaelidou-Nicolaou.
                               -La Phénicie et Chypre à l'époque achémide: témoignages numismatiques,
                                A.Destrooper-Georgiades.
 
 
                Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                    Kaart 47B.Demping Ionische opstand (494 v.C).
 
Map 3.10.Histoire ancienne deel II Histoire Grecque, Gustav Glotz, Paris, 1928.
                  Herodotus vertelt:
                  "Toen nu de Phoinikiërs op hen afkwamen varen, brachten ook de
                  Iooniërs daartegenover hun schepen in linie. Van het moment af,
                  dat zij elkaar naderden en met elkaar slaags raakten, kan ik
                  niet nauwkeurig beschrijven, welke Iooniërs zich laf of dapper
                  gedroegen in die zeeslag; ze geven  namelijk elkaar de schuld.
                  Men zegt echter, dat de Samiërs toen krachtens hun afspraak met
                  Aiakès de zeilen heeft gehesen en uit de formatie zijn
                  weggevaren naar Samos met uitzondering van 11 schepen. De
                  bevelhebbers daarvan hielden stand en vochten mee en weigerden
                  de aanvoerders te gehoorzamen. En wegens dit optreden kende de
                  overheid der Samiërs hun de eer, dat hun namen met die hunner
                  vaders op een zuil werden gegrift, omdat zij dappere mannen
                  geweest waren, en die zuil staat op de markt. Zodra de Lesbiërs
                  zagen, dat hun buren in de linie op de vlucht waren, deden zij
                  hetzelfde als de Samiërs en de meeste Iooniërs volgden hun
                  voorbeeld.
                  Van degenen, die in de zeeslag standhielden, leden de mannen van
                  Chios de ergste verliezen, omdat zij schitterende daden
                  verrichten en weigerden te vluchten; want zoals reeds vroeger
                  vermeld, zij droegen 100 schepen bij en op elk schip 40
                  uitgelezen mannen van de burgerij als zeesoldaten. Toen zij
                  zagen, dat de meeste van hun bondgenoten hen in de steek lieten,
                  achtten zij het beneden hun waardigheid het voorbeeld van de
                  lafaards te volgen. Eenzaam overgebleven met slechts weinige
                  bondgenoten braken zij door de vijandelijke linie en bleven
                  vechten, totdat zij na vele vijandelijke schepen genomen te
                  hebben het merendeel van hun eigen schepen kwijt waren.
                  Boek VI, 14‑15 i.e.v.v.O Damsté.
          3.4.8.3.De zeeslag bij Ladè.
 
          In deze zeeslag staan 353 Griekse schepen tegenover mogelijk 600 schepen
          van de Perzen en Feniciërs. De Feniciërs behalen met hun bondgenoten
          een van de grootste triomfen op de Griekse zeemacht, maar ze hadden  dan
          ook wel een overmacht, als het getal van die 600 klopt. Aangenomen  moet
          worden, dat er ook een aanzienlijk contingent  uit  Egypte  (100?),  uit
          Cilicië (50?) en  uit  Cyprus  (75?)  aanwezig  moet  zijn  geweest.  De
          getallen zijn afgeleid naar verhouding  uit  de  samenstelling,  die  de
          grote  vloot  van  Xerxes  een  tiental  jaren  later  zou  hebben.   De
          Feniciërs zelf  kunnen  ongeveer  zo'n  300  schepen  ingezet  hebben,
          tenminste als zij  hun  waarschijnlijk  totale  sterkte  ingezet  zouden hebben.
          Dat laat voor de overige  "Perzische"  schepen  nog  een  getal  van  75
          schepen over. Te denken is daarbij aan Cariërs, Lyciërs of Doriërs.  Ook
          kan het getal van 600  enigszins  door  Herodotus  enigszins  overdreven 
          zijn. Waarvoor zouden de Feniciërs anders angst  gekregen  hebben  bij
          het zien van  de  Griekse  vloot  en  geprobeerd  hebben  delen  daarvan
          afvallig te maken? Zie voor die passage boek VL (6‑10) Herodotus.
          De strijd wordt beslist door een Fenicische doorbraak  op  de  Griekse
          westelijke vleugel, die mogelijk ook nauwelijks gevochten heeft. Ook  de
          Lesbiërs gaan aan de haal of moeten noodgedwongen wijken. De schepen uit
          Chios houden nog het langst stand. De weinigen, die daarvan  overblijven
          moeten bij hun vlucht hun schepen op het strand bij Mykalè zetten.
          ______________________________________________________________________