vrijdag 22 augustus 2014

49.De laatste Hellenistische jaren.

          3.5.11. De laatste Hellenistische jaren.
          Ondanks alle burgeroorlogen leven de vergriekste Feniciërs in redelij‑
          ke welvaart naast de Macedoniërs en Grieken  in  het  Seleucische  rijk,
          waarbij de eigen taal sterk aan betekenis heeft ingeboet. Het is  vooral
          het Grieks en Aramees wat gesproken wordt. In de zoveelste  burgeroorlog
          wordt Antiochus XII verslagen door Arelas II (86). In deze tijd bemoeien
          de Romeinen zich volop met het wel en  wee  van  Syrië.  In  de  diverse
          burgeroorlogen ondersteunen zij consequent de meest zwakke  partij.  Aan
          de  noordgrens  heeft  Mithridates  van  Pontus  een  omvangrijk  gebied
          veroverd, van waaruit hij probeert de  Romeinen  tegen  te  houden.  Het
          noordelijk deel van  Fenicië  en  Syrië  doet  nog  even  mee  met  de
          desperate poging van Mithridates, waar zich ook Tigranes van Armenië bij
          aansluit. Alle pogingen lopen echter  op  niets  uit  en  in  66  worden
          Pontus, Armenië e.d. bij het Romeinse rijk  gevoegd  of  tot  vazalstaat
          gedegradeerd. Een paar jaar later is  Syrië  aan  de  beurt.  Wisten  de
          Feniciërs in  de  Hellenistische  tijd  nog  een  redelijke  mate  van
          culturele en economische zelfstandigheid  te  bewaren  onder  een  immer
          zwaarder Grieks vernis; na 63 verdwijnt ook dit laatste restant.
 
                  ARADUS
                  In de Hellenistische tijd opereert het vroegere Arvad min of
                  meer als vrije bondsstaat. Het heeft het recht om vluchtelingen
                  asiel te verlenen. Dat levert aardig wat geld op, want die
                  vluchtelingen waren meestal van hoge komaf. De vluchtelingen
                  mochten de stad niet verlaten. Aradus weet in deze tijd steeds
                  de sterkste partij te kiezen. Ook bij de nadering van Antiochus
                  kunnen ze zelfstandig een verdrag met hem sluiten te Marathus.
 
 
                  POMPEJUS
                  Pompejus voegt in 64‑63 Syrië en Fenicië als Romeinse
                  provincies toe aan het Romeinse rijk. Ook Cilicië ondergaat dat
                  lot, maar Cyprus blijft nog even bij het onafhankelijke Egypte.
 
 
 
                  MARATHUS
                  Ondanks het feit, dat bij de overgave aan Alexander deze stad
                  nog in het bezit van Aradus was, komt na verloop van tijd
                  Marathus als autonome stad verder voor na ongeveer 259. De stad
                  slaat dan zijn eigen munten. Volgens Arrianus moet het een
                  grote welwarende stad geweest zijn.