dinsdag 12 augustus 2014

44,De belegering van Tyrus.


          3.5.1.  De belegering van Tyrus (332).

 

          Wat  Assyriërs,  Nieuw‑Babyloniërs  en  Perzen  niet  vermochten,  deden

          tenslotte de Grieken en Macedoniërs. Ze deden het ook  anders,  want  de

          eigenlijke  overwinnaar  van  Tyrus  is  Deiades,  die  de  genietroepen

          aanvoerde. Hij wist tenslotte zodanige condities  te  scheppen,  dat  de

          Macedoniërs door een opening in de muren in de stad konden  doordringen.

          Vrijwel de enige manier om Tyrus toendertijd te veroveren was  door  het

          aanleggen van een dam. Dat werd dan ook geprobeerd, maar dicht bij Tyrus

          wordt het water aanmerkelijk dieper en dat maakte de damaanleg een  stuk

          moeilijker.   Bovendien   bestookten   de   Tyriërs   onophoudelijk   de

          Macedonische  en  Griekse  genietroepen.  Dat  gebeurde  vakkundig   met

          branders, zodat de troepen van Alexander genoodzaakt  waren  op  de  dam

          zelf verdedigingstorens op te richten.  Die  werden  dan  weer  door  de Tyriërs in brand gestoken.

          Het werd Alexander duidelijk, dat Tyrus ook van de zee ingesloten  moest

          worden, want daarlangs ging de bevoorrading van de stad. Men had  immers

          ervaring. Belegeringen van vele jaren hadden de Feniciërs  in  vroeger

          tijden volgehouden. Bovendien gokten ze erop,  dat  de  Perzen  te  hulp zouden snellen.

          Op dit moment ging zich dodelijk voor Tyrus  het  gebrek  aan  eendracht

          wreken binnen het Fenicisch kamp.  De  half‑vergriekste  Cyprioten  en

          Sidoniërs stelden al dan niet  vrijwillig  hun  schepen  voor  blokkades

          beschikbaar. Ook de Kretenzers en Rhodiërs kwamen opdagen.  De  Tyrische

          oorlogsvloot beet nog fel van zich  af,  waarbij  vele  schepen  van  de

          blokkadevloot tot zinken werden gebracht, maar de overmacht is te groot.

          Maand na maand gaat voorbij. Honger en dorst kwellen de  belegerden.  De

          dam vorderde slechts heel langzaam. Nog een  strohalm  rest:  het  verre

          Carthago. Er is zelfs een Carthaagse delegatie in de stad gekomen.

          Dan slaat na zeven maanden  het  boze  noodlot  toe.  In  een  onbewaakt

          ogenblik, als de aandacht gericht is op  het  herstellen  van  de  eigen

          vloot in de haven, weet een deel van de belegeringsvloot de  wallen  van

          Tyrus te bereiken, terwijl de Macedoniërs aan de damzijde bressen in  de

          muren weten te slaan. Er is dan tegen de geoliede  vechtmachine  van  de

          Macedoniërs geen  beginnen  meer  aan.  Toch  moet  straat  voor  straat

          veroverd worden tot aan de tempel van Melkart en de  koninklijke  burcht toe.

          Tegen de 8000 Tyriërs vonden de  dood,  terwijl  er  30.000  als  slaven

          werden verkocht. Van de mannen overleven er 2000 in eerste instantie  de

          slachting,  maar  worden  daarna  toch  door  Alexander  aan  het  kruis

          genageld. Alexander moet zeer verbitterd  zijn  geweest  over  de  grote

          weerstand,  die  het  kleine  Tyrus  hem  bezorgde.  Zelfs  deze   grote

          veroveraar beging een oorlogsmisdaad. De minstens  even  grote  generaal

          Hannibal later, heeft zich daartoe nooit in die mate laten verleiden.

          Groots was het van Alexander nu bepaald niet.

          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 
MELQARTOFFER
                  In eerste instantie heeft ook Tyrus zich aan Alexander over‑
                  gegeven en wel op dezelfde manier, dacht men, als aan de
                  Assyriërs, Nieuw‑Babyloniërs en Perzen. De Macedoniërs willen
                  echter veel meer dan een formele onderwerping. Ze willen Tyrus
                  zelf als vlootbasis en dus ook toegang tot de stad. Alexander
                  wil dan ook aan Heracles (=Melkart) een offer gaan brengen en
                  dat wordt hem natuurlijk geweigerd.
 
 
          Zie Boek 112.ALEXANDER DE GROTE             
          Harold Lamb, W de Haan, Standaardboekhandel, Zeist, 1961,
          Phoenix 45, i.e.v.v.H.J.Harting. Met name van belang is
          Hoofdstuk 10.'De Poorten van de Zee'.
 
                      INWONERTAL VAN TYRUS TIJDENS HET BELEG
                      verkocht als slaaf                    30.000
                      gekruisigd                             2.000
                      gesneuveld                             8.000
                      evacuaties                                 ?
                                                            =======
                      TOTAAL                 minstens       40.000
          3.5.2.  De Carthaagse rol bij de val van Tyrus.
 
          Tijdens het beleg van Tyrus bevond zich een gezantschap van Carthago  te
          Tyrus. Dit kwam zijn jaarlijkse formele verplichting ter offering aan de
          stadsgod Melkart na. Tegelijkertijd kon het goed de gang van zaken in de
          gaten houden tijdens de belegering. De Carthaagse vloot liet  zich  niet
          zien in een poging tot ontzet van de stad. Had zij dat wel  gedaan,  dan
          was de val  van  Tyrus  mogelijk  opgeschort  en  misschien  vermijdbaar
          geweest,  maar   dan   had   men   zich   tevens   de   toorn   van   de
          Grieks/Macedonische wereld op de hals gehaald en zou Alexander na Egypte
          wellicht verder doorgegaan zijn in de richting van Carthago.  Hij  heeft
          daar, veel later, ook werkelijk plannen voor gehad.
          De Carthagers laten de moederstad aan haar lot over. Wel sturen  ze  nog
          een gezantschap naar het legerkamp van Alexander  om  op  de  hoogte  te
          blijven van wat daar gebeurt.
          Toch ligt er niet levensgroot de vraag, of de Carthagers er  niet  beter
          aan gedaan zouden hebben om Tyrus te hulp te  snellen.  Na  de  val  van
          Tyrus is Carthago geheel op zichzelf aangewezen om te overleven, terwijl
          anders hun thuisbasis mogelijk bereikbaar zou zijn gebleven voor nog moeilijker tijden.
          De afweging was echter zeer moeilijk,  want  Carthago  had  net  aan  de
          Crimisos op Sicilië  in  339  een  rampzalige  nederlaag  geleden  tegen
          Timoleon uit Corinthe. Daarbij kwam een  belangrijk  deel  van  de  z.g.
          Heilige Bond om het leven.  En  dat  waren  de  eigen  zonen,  die  daar
          gesneuveld waren. Desondanks was er nu een duurzame vrede  met  Syracuse
          bereikt en die wilden ze angstvallig intact houden.
          Bovendien zouden ze, indien de vloot oostwaarts  ging,  het  eigen  land
          grotendeels onbeschermd achterlaten. De afstand heeft natuurlijk ook een
          rol gespeeld. De vloot was niet binnen enige afzienbare tijd  terug.  Er
          kon van alles gebeuren. Carthago zou een dodelijk eigen risico  op  zich
          geladen hebben, terwijl het juist als nieuwe hoofdstad voor de Feniciërs bestemd was.
          Mogelijk zijn dit o.a. de redenen geweest, waarom Carthago zich muisstil
          hield in de periode, dat de Tyriërs hun laatste grote strijd streden.
          Overigens, de Carthaagse afvaardiging in Tyrus  kon  na  afloop  van  de
          strijd ongedeerd vertrekken.
          Azemilkos of Azroumelkart is de laatste vrije koning van Tyrus.  Wanneer
          de Macedoniërs de stad binnendringen, zoeken velen asiel  in  de  tempel
          van Melkart, omdat  men  weet  hoezeer  Alexander  gehecht  is  aan  dit
          heiligdom, dat hij identificeert  met  Heracles.  Ook  Azemilkos  en  de
          Carthaagse afvaardiging doet dat. De tempel is zowat het enige,  dat  in
          332 door de Macedoniërs wordt gespaard.
          TYRUS:SOER:CôR:
  
        XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          Zie ook Deel Twee B, 3.13. blz 133.
                  HERBOUW TYRUS
                  Ondanks de verwoesting van 332 wordt de stad toch weer snel
                  hersteld. Na zijn zegetocht naar Egypte houdt Alexander namelijk
                  al weer feesten ter ere van Heracles en vaardigt vanuit Tyrus
                  diverse bestuursmaatregelen af.
 
Zie:         ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN:
                H.R.van Diessen, Apeldoorn 2000.
                Kaart 66A.De inname van Tyrus (333/332 v.C).