vrijdag 22 augustus 2014

52.Latere overheersers.


          3.7.    Onder Byzantium.

 

          In 395 n C wordt het Romeinse rijk verdeeld tussen Honorius en Arcadius.

          De laatste verwerft het oostelijke deel, waartoe  ook  Libanon  behoort.

          Sinds  431  verspreidt  zich  in  het  oosten  vooral   het   Nestoriale

          Christendom. Het West‑Romeinse rijk loopt op zijn eind. In 476 n C wordt

          daar de laatste keizer Romulus Augustulus afgezet door Odoaker.

          Het Oost‑Romeinse  rijk  blijft  voorlopig  nog  overeind.  Zelfs  onder

          Justinianus  probeert  Byzantium  het  westen  vanaf  526  n  C  nog  te

          heroveren. Delen van Italië en Noord‑Afrika komen inderdaad  weer  onder

          het Oost‑Romeinse rijk. Daarna wordt het Byzantijnse rijk sterk  in  het

          nauw gebracht door de Nieuw‑Perzen. Pas in 627 n C weet Heraclius I  een

          grote overwinning te behalen op Chosroe II, waarna de grens tussen beide

          rijken weer  bij  de  Midden‑Eufraat  komt  te  liggen.  Nauwelijks  een

          decennium later stort het Oost‑Romeinse rijk vrijwel in elkaar.

 

          3.8.    Onder de Arabieren.

 

          Vanaf 639 n C maakt Syrië deel uit van van het Arabische rijk. Onder  de

          kalief Omar wordt het gehele  Midden‑Oosten  en  Noord‑Afrika  veroverd.

          Alleen rond Antiochië weten de Byzantijnse keizers  nog  een  gebied  in

          handen te houden. De culturele eenheid van  het  Middellandse  zeegebied

          wordt door het binnendringen van de  Arabieren  opgeheven.  Dat  binnen‑

          dringen wordt de Arabieren wel erg gemakkelijk gemaakt,  want  de  beide

          grote staten Byzantium en Perzië zijn uitgeput door hun lange onderlinge

          strijd. De Arabieren worden door de  bewoners  van  de  Levant  nu  niet

          direct als bevrijders binnengehaald, maar  helemaal  vijandig  tegenover

          hen staat men nu ook weer niet. In het verleden hebben de Arabieren zich

          immer al bewogen in het grensgebied in de steppenzone. Ook de  Ityraërs,

          die zich o.a. bij  Baälbek  vestigden,  waren  van  Arabische  herkomst.

          Daarbij kwam, dat de als veroveraars gekomen Arabieren  na  639  uiterst

          tolerant (voor die tijd en in die omstandigheden) optraden. Bekering tot

          het Mohammedaanse  geloof  wordt  niet  of  nauwelijks  met  het  zwaard

          afgedwongen. Nog steeds vinden we in de 20e eeuw n  C  talloze  Christe‑

          lijke groeperingen in de Libanon. Ook de handelsgeest ging  niet  geheel

          en al verloren. Met Genua en Venetië worden later weer  handelscontacten

          aangeknoopt.

 

    XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

          3.9.    Tijdens de kruistochten.

 

          In 1095 n C doet Paus Urbanus II een beroep op de Europese adel om  "het

          Heilige Land" te bevrijden.  Dit  leidt  tot  de  kruistochten,  waarbij

          Palestina, de Libanon en een deel van Syrië weer worden heroverd door de

          Christenen. Aan de bovenloop van  de  Eufraat  ontstaat  het  vorstendom

          Edessa.  Aan  de  Levantkust  komen  de   vorstendommen   Klein‑Armenië,

          Antiochië, Tripolis en Jeruzalem. Cyprus wordt ook weer  Christelijk  en

          komt  op  den  duur  onder  het  Latijnse  keizerrijk.  De  Genuese   en

          Venetiaanse invloed wordt steeds belangrijker in het oostelijk deel  van

          de Middellandse zee. De Maronieten in de Libanon zijn wel zeer verheugd.

          Sinds de 6e eeuw hebben zij zich in de bergen  moeten  terugtrekken  als

          bergboeren. Zij zijn echter steeds  Christelijk  gebleven  en  sinds  de

          Kruistochten, waarbij zij door Franse ridders worden ontzet, bestaat  er

          een belangrijke band  met  Frankrijk.  Damascus,  Hama,  Homs  en  Haleb

          blijven Mohammedaans en vanuit die steunpunten  winnen  na  verloop  van

          tijd de Arabieren weer veld. Vanaf het midden van de  13e  eeuw  is  het

          gedaan met de kruisvaardersstaten. Alleen Cyprus blijft nog.  Christelijk.

          Libanon wordt onderdeel van het Mamelukkenrijk.

 

          3.10.   Onder de Turken.

 

          Na 1517 n C wordt het rijk van Mamelukken door de Osmaanse legers  onder

          de voet gelopen. Libanon behoudt onder de Turkse sultans een grote  mate

          van zelfstandigheid. Het heeft zijn eigen emirs,  waarvan  Fahkr  el‑Din

          tussen 1586 en 1635 n C een van de beroemdste is geworden. Zijn  emiraat

          strekt zich uit van Aleppo tot aan Gaza toe. Daarna grijpen de Turken in

          en beperken de Libanese autonomie. Dat blijft zo een paar eeuwen tot  er

          weer iets bijzonders gebeurt. Het is Napoleon  Bonaparte  zelf,  die  in

          1799 n C aan de rand van de Libanon opduikt. Hij komt vanuit Egypte  tot

          aan Akko en moet dan omkeren.

          In die tijd regeert Bashir II als emir over het gebied  en  dient  trouw

          zijn Turkse heren. Dat wordt in 1831 n C anders,  wanneer  Mahammed  Ali

          vanuit Egypte Palestina binnenvalt. Dan kiest Bashir  de  zijde  van  de

          Egyptenaar, zoals de Feniciërs dat in heel vroeger tijden keer op keer

          ten gunste van de farao's gedaan hebben.  Het  mocht  ook  ditmaal  niet

          baten, want de Turken herstellen hun positie en dan breekt  een  donkere

          periode voor Libanon aan. Hadden de Christelijke en Moslemlibanezen  tot

          dan toe in tamelijk redelijke tolerantie t.o.v. elkaar kunnen leven,  na

          de instelling van een  direct  Turks  bestuur  gaat  dat  anders  worden.

 

          In deze periode spelen de Turken de diverse  groeperingen  tegen  elkaar

          uit.  Vooral  de  Druzen  richten  een  grote  slachting  aan  onder  de

          Maronieten, die maar al te graag de Fransen in 1864 n C  militair  zagen

          ingrijpen. Vanaf die tijd is althans  het  Libaneze  bergland  weer  een

          autonome provincie binnen het Turkse rijk.

          In 1914 ging Turkije deelnemen aan de eerste wereldoorlog. De  autonomie

          werd  weer  afgeschaft  en  de  situatie  in  de  Libanon  verslechterde

          zienderogen. Terechtstellingen, verbanningen, hongersnood  en  besmette‑

          lijke ziekten deden een kwart (!!!) van de bevolking bezwijken.

          In 1918 kwamen de Geallieerden in het land, dat drie jaar  lang  zo  had

          moeten lijden. In 1920 kreeg  Frankrijk  het  mandaat  over  Libanon  en

          Syrië. Nog in hetzelfde jaar werd de Libaneze  staat  opgericht  met  de

          provincies Tripoli, Saïda, Sour en Beiroet.

          Hiermee zou een nieuw hoofdstuk kunnen beginnen. Men was immers onder de

          vreemde heerschappij uit. Niets zal  minder  waar  blijken.  De  Syriërs

          accepteerden de nieuwe staat niet. En de Fransen bleven nog steeds in de

          Libanon en in Syrië.

 

          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

          3.11.   De schijnbare zelfstandigheid.

 

          In 1945 n C vertrekken  de  laatste  Franse  troepen  en  lijkt  Libanon

          eindelijk een onafhankelijke staat te zijn geworden. In 1948 en 1949 n C

          is het land echter in oorlog met Israël en daarna komen er grote  econo‑

          mische moeilijkheden met Syrië.

          Bovendien stond de nieuwe staat voortdurend op  gespannen  voet  met  de

          eveneens nieuwe staat Israël. In 1957 n C wil Libanon mee gaan doen  met

          een economisch en militair  hulpprogramma  van  de  Amerikanen.  Sommige

          politieke partijen waren echter meer voor  Arabische  solidariteit,  die

          daarmee  kennelijk  niet  te  verenigen  was.  De  Verenigde   Arabische

          Republiek (Egypte  + Syrië) werd gesticht en dat was  voor  de  Arabisch

          gezinden in de Libanon het teken om ongeregeldheden te beginnnen. Op een

          gegeven moment zijn Tripoli, Beiroet en Saïda in handen van de  Moslems,

          die zich verzetten tegen president Chamoun. In juli 1958 n C grijpen  de

          Verenigde Staten in en laten 10.000 man aan troepen landen. Eind 1958  n

          C komt het tot een vergelijk tussen Christenen en Moslems.

          Het centrale gezag gaat echter steeds minder betekenen. Ook de  Christe‑

          lijke bevolkingsgroepen  nemen  in  betekenis  af  door  een  toenemende

          emigratie. Banken gaat failliet en economisch staat het eens  zo  welva‑

          rende land voor een bankroet. Daarbij komt de zorg voor  de  opvang  van

          tienduizende Palestijnen, die uit Israël via Jordanië en Syrië het land binnenkomen.

          In 1973 n C vonden hevige gevechten plaats tussen het Libanese leger  en

          de Palestijnen in en rond de vluchtelingenkampen. Syrië steunt de  Pale‑

          stijnen en sluit de grens om de Libanese economie te verstikken. In 1975

          en 1976 n C is het opnieuw raak. Het Libanese leger valt uit  elkaar  en

          sinds die tijd is er sprake van vele partijen, die elkaar  bij  tijd  en

          wijle bevechten:

 

          Socialistische Volkspartij (vnl.Druzen)

          Syrisch Nationaal Socialistische Partij

          Mourabitoun (Moslemsoennieten+Palestijnen)

          Kataëb (Maronieten)

          Nationale Liberale Partij (Maronieten)

 

          Langzamerhand overschrijden de Syriërs de grenzen van Libanon en  gaan

          zich steeds meer met de gang van zaken bemoeien. Op een  gegeven  moment

          vormen ze zelfs een Arabische vredesmacht, die de strijdende partijen in

          opdracht van de Arabische Liga uit elkaar moet houden.

         XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

          Op het ogenblik (=1989 n C) is het land voor  ongeveer  de  helft  bezet

          door de Syriërs met uitzondering van enkele Christelijke  enclaves,  een

          Israëlische veiligheidszone in het zuiden en diverse andere groeperingen

          in het midden. De scheidingslijn tussen Moslem en Christen  loopt  dwars

          door Beiroet. Beschietingen en aanslagen  zijn  vrijwel  dagelijks  aan‑

          wezig. Het volk der Maronieten wordt in zijn bestaan bedreigd.

          Een nationale verzoening wordt wel gepoogd te bereiken, maar  gelukt  is

          dat nog zeker niet.

 

          Fenicië is nooit een eenheid geweest. Even, tijdens de  stichting  van

          Tripolis door Arvad, Sidon en Tyrus omstreeks 350  ging  het  daar  naar

          uitzien. Ook in de 20e eeuw  is  Libanon  geen  echte  soevereine  staat

          geworden, ondanks plechtige verklaringen uit 1920, 1941 en 1945 n C.

          Het land bestaat uit  vele  afzonderlijke  groepen,  kampen,  steden  en

          staatjes, net zoals het altijd geweest is. Syrië vult de  leegte  op  en

          heeft nu Libanon goeddeels als protectoraat.

          De geschiedenis herhaalt zich nooit  precies,  maar  de  gelijkenis  met

          vroegere omstandigheden is wel heel erg frappant.

 

          Van het oude Fenicië is  alleen  het  middengedeelte  opgegaan  in  de

          Libanon. Noord‑Fenicië met Aradus behoort nu tot Syrië. Het zuidelijke

          Fenicië met Accre (Akko), Dor en Joppe is Israëlisch geworden.

 
3000 jaren later.
Zo verdeeld als Fenicië in de Levant in de Oudheid was, zo verdeeld is het hedendaagse Libanon. We vinden er Druzen, Maronieten, gewone Arabieren, gewone Christenen, Moslems en tot voor kort (nog in de 19e eeuw na Chr) diverse Joodse gemeenschappen. Na het ineenstorten van het Turkse rijk, hebben diverse Europese mogendheden zich met de Libanon bemoeid. De situatie van 9 juni 1861 na Chr. is tekenend voor de blijvende verdeeldheid. Op die datum kwam er een Regelement voor het bestuur van de Libanon tot stand. Er kwam een christelijke gouverneur met grote bevoegdheden, maar de havensteden Beirut, Sidon en Tripoli bleven nog onder rechtstreeks Turks gezag.
2.8.De europese mogend‑    K.de Vey Mestdagh  Intermediair,
    heden in de Libanon omstreeks 1860 na Chr.
 
 
Huidig Libanon.
Een verdeeld land tussen Syriërs, Moslems, een tijdlang Palestijnen en Christenen en zelfs enige tijd gedeeltelijk onder Israël.
Map 43.5.Libanon (landbeschrijvingen)                 o.a.Munzinger archiv
                                                  Politiek‑geografische achtergrond
  
Het Libanese Front.
Dit wordt voor een belangrijk deel gevormd door de Maronieten = christenen. stad Zahle wordt wel het Maronietengebergte genoemd.
Map 43.6.De Maronieten in Libanon T.Sicking         
 
Berichten uit de Libanon.
In 1995 bericht E.D.Wardini aan Chicago het volgende:
- Zweden hebben een Romeinse tempel opgegraven in het N van Tripoli. In Beiroet schijnt een Fenicische muur en diverse sarcofagen veilig gesteld te zijn. De firma SOLIDERE schijnt boven het Fenicische Beiroet nieuwe gebouwen neer te zetten!!!!
Map 84.21.  Ancient Beirut vs Beirut development      E.Wardini
 
                Zie Boek 197.NATIONAL GEOGRAPHIC nr.163.2
o.a.: ‑ Up from the Rubble. William S.Ellis, Steve McCurry. blz 262‑286. Februari 1983. Beiroet moet weer uit de puinhopen opgebouwd worden. Foto's & plattegrond met de groene lijn. Mooie uitspraak van ene Fuad, die zegt, dat Maronieten, Soennieten en Sjiieten weer meer Feniciërs moeten worden.
 
Naschrift in 2005: Sinds de 80-er jaren is er weer veel veranderd in de Libanon. Na de burgeroorlog wordt het land weer opgebouwd en schijnen moslims en christenen een redelijke mate van verdraagzaamheid te hebben opgebouwd.
In 2006 heeft het land alweer een andere oorlog achter de rug tussen Israël en de Hezbollah. En zo blijft het dus maar doorgaan.