zaterdag 2 augustus 2014

35.Onder Nieuw-Babylonië.


          3.3.    Onder Nieuw‑Babylonië.

 

          Tot circa 590 beperkt Nebukadnezar II zich voornamelijk tot plundertoch‑

          ten  en  tribuutheffingen,  maar  daarna   komt   de   onderwerping   op

          "Assyrische" manier meer dan ooit terug. Hij deed bijna de profetie  van

          Ezechiël uitkomen:

          "Zie, tegen Tyrus breng Ik van uit het noorden Nebukadnezar,  de  koning

          van Babylon, de koning der koningen, met paarden, wagens, ruiters en met

          een geweldige menigte voetvolk. Uw dochters op het vasteland zal hij met

          het zwaard klieven. Hij zal  tegen  U  een  schans  oprichten,  een  wal

          oprichten en een schilddak opstellen. Het gebeuk  van  zijn  stormrammen

          zal hij tegen uw  muren  richten  en  uw  torens  met  zijn  breekijzers

          afbreken. Met de hoeven van zijn paarden, zal hij  al  uw  straten  stuk

          trappen; uw inwoners zal hij met het  zwaard  doden,  uw  sterke  zuilen

          zullen ter aarde vallen. Uw bezit zullen zij roven  en  uw  handelswaren

          buit maken, uw muren  omver  halen,  uw  kostbare  huizen  afbreken,  uw

          stenen, balken en puin in het water werpen. Ik zal een eind maken aan de

          klank van uw liederen, het geluid van uw ciders zal niet langer  gehoord

          worden." (Ezechiël:26:3‑14).

          ..................................……………………………………...................................

 

          Zover is het niet gekomen, maar het scheelde niet veel. Wel verpletterde

          Nebukadnezar  Juda,  veroverde  Jeruzalem  en  leidde  de  inwoners   in

          gevangenschap naar Babylon. Farao  Psammetichos  II  heeft  het  in  die

          periode na 600 veel te druk met het veroveren van het land Kusj in Zuid‑

          Egypte. Hij gebruikt  daarvoor  Griekse  huurlingen,  maar  ook  diverse

          Fenicische contigenten. Er is  zelfs  sprake  van  een  apart  Tyrisch

          kampement. Mogelijk hebben de Feniciërs de farao ondersteunt juist  in

          de periode, dat Nebukadnezar aanviel, in de verwachting, dat na de  Kusj

          expeditie de farao hen in eigen land te hulp  zou  komen.  Als  dat  dan

          uiteindelijk na 591  gebeurt,  volgt,na  een  glorieuze  intocht  in  de

          Philistijnse steden, toch geen blijvende aanwezigheid van de Egyptenaren

          in het Syro‑Palestijnse gebied  en  dan  opnieuw  zijn  de  Fenicische

          steden overgeleverd aan de genade van  het  leger  van  Nieuw‑Babylonië.

          Alleen Tyrus onderwerpt zich niet!

          ....................................................................………………………………………….

 

          Tyrus gaat zijn langste belegering of blokkade  tegemoet,  terwijl  vele

          Feniciërs massaal zich naar het westen reppen. Daar zijn ze van  harte

          welkom om een dijk te vormen tegen de Griekse opmars op Sicilië, Corsica

          en zelfs te Spanje.

        XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

          Zie:Votif de Nabuchodonosor II, Sbeil (Libanon)

              SYRIA LXIV, Paris 1987 (Baalim).

                La politica estera di Nabucodonosor in Siria-Palestina, E.Arcari, RSF XVIII, 1989.

                Inscriptie Wadi Brisa (Map 50.1.16 RSF XVII 1989).

 

                               Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.

                                   Kaart 40.De Levant in de periode 610-570 v.C.


          3.3.1.  De interventie van Apriès.

 

          Onder de regering van farao Necho bestonden er  nog  goede  betrekkingen

          tussen Egyptenaren  en  Feniciërs.  Onder  zijn  opvolgers  kregen  de

          Grieken steeds meer invloed op Egypte. Vooral onder  deze  farao  Apriès

          "vergriekst" Egypte. Niettemin tracht Apriès nog een keer in te  grijpen

          in de gang van zaken aan de Levant ten gunste van de Feniciërs. *

          ondanks de overlevering van Herodotus, dat hij een leger tegen Sidon  en

          een vloot tegen Tyrus aanvoerde. Veel meer waarschijnlijk is het, **

          dat hij er juist bij Sidon en Tyrus de Nieuw‑Babylonische  legereenheden

          in 588 trachtte te verdrijven. Een jaar later komt ook Juda nog een keer

          in opstand tegen de Nieuw‑Babyloniërs, maar Apriès moet zich toch op den

          duur uit Syrië terugtrekken, waarna in 584 Jeruzalem wordt  verwoest  en

          minstens 30.000 Joden worden weggevoerd naar de Eufraat.

          ....................................................………………………………………................

 

          Met het wegvallen van de beschermende macht van Egypte  zijn  de  gouden

          tijden voor de Feniciërs tussen 615 en 585 definitief voorbij. Het  is

          nu alleen nog maar vechten voor het leven of opgaan in andere volken  en

          culturen. Dat laatste verkiezen zij voor het grootste deel. Het  blijkt,

          dat de stam te klein is om zelfstandig voort te bestaan.  De  omringende

          volken zijn te talrijk en te afgunstig op hun kennis, handel en rijkdom.

          de meeste schikken zich weer en worden halve Babyloniërs, of later halve

          Perzen e.d. Een  belangrijk  deel  der  Tyriërs  en  andere  Feniciërs

          aanvaarden dat lot echter niet en gaan op zoek  naar  een  nieuwe  vrije

          horizon, of gaan ten gronde in hun nog te verwoesten steden.

          ....................................................................……………………………………….

          In het westelijke deel van het Middellandse zee staan de Feniciërs ook

          met de rug tegen de muur. Op West‑Sicilië hebben ze alleen nog  maar  de

          westpunt van Sicilië in handen. Aan het Griekse opdringen kan echter dan

          een halt worden toegeroepen, doordat de inheemse Sicaniërs  en  Elymiërs

          in  verbond  met  de  Fenicische   steden   Motya   en   Panormus   de

          binnenvallende Grieken o.l.v. hun aanvoerder Pentathlos nabij het latere

          Lilybaion volledig verslaan. Carthago zelf gaat zich nu ook meer met  de

          gang van zaken op Sicilië bemoeien en zend voor zover  bekend  voor  het

          eerst een leger overzee o.l.v. Malchus.

 

 

          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

          *:  Zie Herodotus; Boek II,161.

          **: Zie "Les rélations entre l'Egypte et la Phênicie du voyage

              d'Ounamon à l'expédition d'Alexandre" van Jean Leclant, pag 18.

 

              Herodotus vertelt:

              "Hoe groot de rijkdom van het land der Babyloniërs is, zal ik met

              vele argumenten aantonen, onder andere het volgende. Afgezien van

              de belasting bestaat er voor het gehele land, waarover de grote

              koning heerst, een indeling ten behoeve van het onderhoud van

              hemzelf en zijn leger: van de 12 maanden van het jaar wordt hij er

              vier onderhouden door het Babylonische land, de overige acht door de

              rest van geheel Azië. Zo is het Assyrische land in vermogen gelijk

              aan één derde van geheel Azië. En het bestuur over dit land, dat de

              Perzen een satrapie noemen, is verreweg het krachtigste van alle

              gebieden. Daaruit kreeg Tritantaichmès, de zoon van Artabazos, die

              in opdracht van de koning dat gewest bestuurde, elke dag een volle

              artabe zilver; de artabe is een Perzische maat met een inhoud van

              een Attische medimnos [52 liter] plus 3 choinikes [3 x 1,14 liter];

              persoonlijk bezat hij ook nog paarden, buiten de oorlogspaarden enz

              enz, enz...

              Boek I, 192 i.e.v.v.O Damsté.

          3.3.2.  De eenzame rots in de branding.

 

          Het mooie plan van Tyrus is in duigen  gevallen.  Een  groot  Levantijns

          verbond, versterkt met Egypte, was zelfs niet opgewassen tegen de Nieuw‑

          Babyloniërs. Alle Fenicische steden onderwerpen zich, maar Tyrus denkt

          een belegering te kunnen uithouden. Die begint in 585 door Nebukadnezar.

          Zijn leger slaagt er niet in om de eilandvesting te bereiken.

          De hoofden worden wel kaal vanwege  het  veelvuldig  dragen  van

          helmen en de schouders geraken ontveld door het sjouwen van wapentuig en

          werpstenen. Jaar na jaar houdt Tyrus het vol.  Haar  vloot  beheerst  de

          onmiddellijke nabijzijnde kust, waardoor  bevoorrading  verzekerd  bleef.

          Het regenwater wordt in cisternen opgevangen en  het  voedsel  komt  uit

          Egypte en Cyprus.

          Kennelijk weten de Nieuw‑Babyloniërs niet de andere Fenicische  steden

          te dwingen tot een vlootoptreden tegen Tyrus. Ten tijde van  de  Assyri‑

          sche overheersing gebeurde dat wel. Ofwel de greep van  Nebukadnezar  op

          de andere Fenicische steden was niet zo  sterk,  ofwel  Tyrus  was  zo

          machtig op zee, dat men er niet over piekerde om de vloot van  die  stad

          te bevechten.

          Ondanks alles worden de krachten van Tyrus toch langzaam  gesloopt.  Tot

          572 houdt de stad het vol. Dan moet een overeenkomst zijn  gesloten  met

          Nebukadnezar. Waarschijnlijk onderwerpt Tyrus zich pro forma, maar Itho‑

          Baäl II van Tyrus moet wel 126 mannen  uit  Tyrus  als  gijzelaars  naar

          Babylon zenden.

          ....................................................................…………………………………

 

          Reeds in 604 waren de Filistijnse steden Ekron, Asjdod,  Askelon,  Gaza

          en Gad onder de tijdelijke controle van Nebukadnezar gekomen. Die  roeit

          de oorspronkelijke bevolking uit  of  deporteert  hen.  De  methode  van

          deportatie van de Assyriërs werd nu ook driftig toegepast door de Nieuw‑

          Babyloniërs. De Filistijnse steden worden op den  duur  herbevolkt  met

          o.a. Feniciërs.

          ....................................................................………………………………….

          * : Zie Ezechiël 28:18.

              NIEUW‑BABYLONISCHE ACTIES
              612‑610 inval door de Skythen.
                  609 beleg van Haran door Egyptenaren en Assyriërs.
                  605 veldslag van Karkemisj.
                  604 tijdelijke verovering van "Hatti"land.
                  601 veldtocht tegen Egypte, maar Nieuw‑Babyloniërs worden terug‑
                      geslagen.
                  599 opnieuw plundertocht naar het "Hatti"land.
                  598 belegering Jeruzalem.
                  594 opnieuw plundertocht van "Hatti"land.
                  593 grote vergadering te Babylon, waarbij ook vertegenwoordigers
                      van Tyrus aanwezig zijn.
                  585 begin belegering Tyrus.
                  572 "onderwerping" van Tyrus.

SANDABAKKU

              In de Nieuw‑Babylonische tijd behouden sommige Fenicisiche steden

              een beperkte mate van autonomie. In een te Babylon gevonden lijst

              komen o.a. de koningen van Aradus, Tyrus, Sidon, Gaza en Asdod voor.

              Niettemin bevonden zich in die steden wel Nieuw‑Babylonische ‑

              toezichthouders (sandabakku). Voor Tyrus was dat Enlil‑sapik‑zeri.