woensdag 6 augustus 2014

37.Onder de Perzen deel 1

 
 
 
         3.4.    Onder de Perzen.
 
          In de Perzische tijd maakt Fenicië meestentijds deel uit van de vijfde
          satrapie, zoals de Perzen hun provincies noemen.  Sidon  wordt  daar  de
          hoofdstad van onder de volgende schijnkoningen, vazallen e.d:
Over de juiste chronologie bestaat duidelijk verschil van mening!
          * Esjmoen‑Azar I

          * Esjmoen‑Azar II
          * Tabnit
          * Bod‑As(h)tart
          * Baäl‑S(h)illem I
          * Baäl‑S(h)illem II
          * Abd‑Amar
          * Baäna
          Tyrus is duidelijk naar de tweede  plaats  gezakt  en  zal  zijn  eerste
          positie pas weer in doodstrijd bereiken.  Ondanks  de  volgende  vreemde
          heerschappij breekt er toch weer een  grote  bloeiperiode  aan  voor  de
          Feniciërs. De Perzen beschouwen  hen  meer  als  verbondenen  dan  als
          onderworpen volk en bovendien hebben  zij  de  Fenicische  vloot  hard
          nodig. Twee eeuwen lang zullen Perzen op het land en Feniciërs  op  de
          zee gezamenlijk optreden en dat ter beider voordeel.
 
          3.4.1.  Strijd om Cyprus en Egypte.
 
          Bij de ineenstorting van het Nieuw‑Babylonische rijk heeft farao  Amasis
          van Egypte de kans schoon gezien om het  eiland  te  bezetten.  Hij  zal
          daarbij niet veel tegenstand gehad hebben, want de  Feniciërs  op  het
          eiland waren al lang blij  van  de  Nieuw‑Babyloniërs  verlost  te  zijn,
          terwijl Amasis met de Grieken in het algemeen op  goede  voet  stond  en
          waarschijnlijk ook met die van Cyprus. Sinds  een  eeuw  is  de  Griekse
          invloed op het eiland spectaculair aan het groeien. De  gemengd  inheems
          en Fenicische bevolking is niet langer meer dominant aanwezig. Wel  is
          de aristocratische toplaag nog  duidelijk  Fenicisch,  maar  ook  daar
          dringen de Grieken in door en dat zal onder de  korte  heerschappij  van
          Amasis zeker voortgang genoten hebben.
 
          De nieuwe  machtshebbers  over  Voor‑Azië  denken  er  niet  aan  om  de
          Cyprische vlootbases in handen van Egypte te laten en een van de  eerste
          taken, die de Fenicische vloot krijgt is de overbrenging van een
          Perzische bezettingsmacht op het eiland.
         XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
TYRISCHE KONINGEN
              In 556 keert het koningsschap in Tyrus weer terug met Baäleser III.
              Een jaar later wordt deze opgevolgd door Maharbaäl en in 551 door
              Hiram III, die tot 532 zal regeren.
                  Zie voor deze periode vooral TYRE IN THE EARLY PERSIAN PERIOD
                  (539‑486 B.C.E) door H J Katzenstein.
 
 
                Zie:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                      Kaart 45. Fenicische stadsstaten in de Perzische tijd.
 
 
 
 
 
 
 
                  Herodotus vertelt:
                  "Op al dergelijke manieren ging Kambysès tijdens zijn verblijf
                  te Memphis tegen Perzen en hun bondgenoten te keer: Hij liet
                  oude graftomben openen en bekeek de lijken. Zo kwam hij ook in
                  de Hèphaistos‑tempel en lachte uitbundig om het godenbeeld: dat
                  beeld van Hèphaistos namelijk gelijkt heel veel op de Phoiniki‑
                  sche Pataikoi, die de Phoinikiërs op hun voorsteven van hun
                  triëren rondvoeren. Voor wie die nog nooit gezien heeft, zal
                  ik ze beschrijven: het is de afbeelding van een pygmee. Ook ging
                  hij het heiligdom der Kabeiren  binnen, dat niemand anders mag
                  betreden dan de priester; de beelden daar verbrandde hij zelfs
                  na er ruimschoots de spot mee gedreven te hebben. Zij zijn ook
                  net als het beeld van Hèphaistos en men zegt, dat ze zijn kinde‑
                  ren zijn."
 
          Naast de bezetting van Cyprus,  wordt  de  Fenicische  vloot  ook  nog
          ingeschakeld bij de verovering van Egypte. In 525 rukt Cambyses (de zoon
          van Cyrus) vanuit Palestina, waarheen de Joden  inmiddels  hebben  mogen
          terugkeren, op naar Egypte. Na de door Cambyses  gewonnen  veldslag  bij
          Pelusium stort de Egyptische weerstand snel in  elkaar.  Cambyses  maakt
          verdere  strijdplannen  tegen  de  Etheopiërs.  Ammoniërs  én  tegen  de
          Carthagers. Dat laatste gaat de Feniciërs echter te ver. Zij  weigeren
          tegen hun nakomelingen ten strijde te trekken.
          De Perzen zien daarop af van de expeditie tegen de Carthagers  en  nemen
          ook geen strafmaatregelen  tegen  de  Feniciërs,  wellicht,  omdat  de
          Fenicische steden zich min of meer vrijwillig  bij  de  Perzen  hadden
          aangesloten, maar ook, omdat de Perzen zich anders  zouden  beroven  van
          hun vlooteskaders.
          ....................................................................…………………………………………
 
          3.4.2.  Het Perzische rijk.
 
          Na het waarschijnlijk krankzinnig worden van Cambyses, vinden  opstanden
          in het rijk plaats door magiërs e.d. Tenslotte is  het  Darius,  die  de
          macht grijpt en onder zijn regering bereikt het Perzische  rijk  globaal
          zijn omvang en structuur. Darius heerst over 7.000.000 km2, waarop  zo'n
          50.000.000 mensen gewoond moeten hebben.  De  puur  Perzische  volksstam
          telt nog geen miljoen mensen. Het grote rijk van de Indus tot  Cyrenaïca
          en de Bosporus  wordt  bijeen  gehouden,  doordat  de  Perzen  over  het
          algemeen de culturele en sociale verhoudingen in  de  overwonnen  staten
          ontzien. Alleen de satrapiëen moeten wel hun schatplicht  bijeenbrengen.
          Uitgedrukt  in  Babylonische  zilvertalenten   zijn   dat   lange   tijd
          waarschijnlijk jaarlijks bijvoorbeeld de volgende sommen gelds:
 
          tabel 5.Schatplicht satrapiëen.
                  ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-------------
          BABYLONIë                                         1000
          EGYPTE/CYRENE                                      700
          SYRIë/FENICIë/CYPRUS                               350
          PHRYIë/CAPPADOCIë                                  360
          LYDIë/MYSIë                                        500
          OVERIG                                            4500
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          TOTAAL                                            7600
 
          Daarnaast moeten er schepen, muildieren en paarden geleverd worden, maar
          dat is alles slechts een geringe prijs voor de grote mate van autonomie,
          die de satrapieën en onderdelen daarvan genieten.
 
   XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
              HERODOTUS VERTELT:
              "Zodra Kambysès tot het besluit gekomen was die verkenners uit te
              zenden, liet hij terstond uit Elephantinè, de stad der viseters,
              mensen komen, die de Aithiopische taal kenden. Terwijl deze ge‑
              haald werden, beval hij ondertussen de vloot naar Karchèdoon te
              varen. Maar de Phoinikiërs weigerden dit te doen, want zij voelden
              zich door een dure eed gebonden en verklaarden, dat het voor hen
              een goddeloze handeling zou zijn tegen hun eigen kinderen ten
              strijde te trekken. Zonder de medewerking der Phoinikiërs evenwel
              waren de overigen niet tegen de strijd opgewassen. Zo ontsnapten
              dus de Karchedoniërs aan overheersing door de Perzen. Want Kambysès
              achtte het niet gewenst tegen de Phoinikiërs geweld te gebruiken,
              omdat zij zich vrijwillig aan de Perzen hadden onderworpen en zijn
              hele zeemacht van de Phoinikiërs afhankelijk was. Ook de Kypriërs
              hadden zich vrijwillig aan de Perzen onderworpen en maakten de
              veldtocht tegen Egypte mee."
              IN:Herodotus Historiën i.e.v.v.Dr O Damsté 1978 Boek III,19.
          Opmerkelijk  is  de  vrij  lage  contributie  van  de  satrapie,  waarin
          Fenicië vertegenwoordigd is. Dat heeft mogelijk te maken met het feit,
          dat de Feniciërs hun contributie in schepen betaalden.
          Een nieuwigheid was de ontwikkeling van een uitgebreid  verkeersnet  met
          postwegen  naar  de  uithoeken  van  het  rijk.  Vooral  daar  waren  de
          Feniciërs erg mee gebaat, want voor het eerst werd het achterland voor
          de havensteden nu eens goed opengelegd. Ook stelde Darius  een  uniforme
          muntvoet in. Dit naar het voorbeeld  van  Lydië,  die  door  de  Grieken
          Dareikos genoemd wordt. Het zijn allemaal voorbeelden van hoe de  handel
          vooral werd bevorderd. Onder de paraplu van een machtig rijk bloeide het
          leven in velerlei opzicht weer op  in  de  havensteden  aan  de  Levant.
          Slechts de minstens even grote opkomst van de Grieken aan  de  rand  van
          het Perzische rijk wierp een schaduw vooruit over Fenicië.
 
          3.4.3.  De relatie tussen Fenicië en Juda.
 
          Tijdens de Perzische overheersing komt er in ieder geval toch  weer  een
          handelsrelatie op gang tussen  de  Joden  en  de  Feniciërs.  Het  uit
          Babylon teruggekeerde volk wilde Jeruzalem herbouwen, maar  daar  hadden
          ze de houtleveranties door de  Feniciërs  voor  nodig.  De  cederbomen
          werden over zee naar Jaffa (Joppe) vervoerd en vandaar  over  land  naar
          Jeruzalem. Volgens de  profeet  Ezra  kregen  de  Sidoniërs  en  Tyriërs
          daarvoor spijs, drank en olie. Nog steeds handelen  de  Feniciërs  met
          waren tegen waren en maken nog steeds geen gebruik  van  munten  in  een
          echt geldstelsel.
          Ondanks het ontstane verschil  in  godsdienst,  blijven  de  Feniciërs
          zeker ook in deze tijd grote invloed uitoefenen op de Joden.  Vooral  en
          juist in hét boek van de Joden, de Bijbel, vinden we  op  vele  plaatsen
          sporen van de Fenicische invloed, zoals o.a.Mitchell Dahood,s.j.  in  zijn
          artikel "The Phoenician contribution  to  Biblical  wisdom  literature",
          uitvoerig heeft aangetoond.
 
          Sidon maakt in de Perzische tijd een opmerkelijke groei door. Het breidt
          zich uit buiten de vroegere bebouwingen. Zo wordt tegen het eind van  de
          6e eeuw een tempel voor Esjmoen  opgericht  op  de  linkeroever  van  de
          Bostrenus. De tempel wordt ondersteunt door twee grote terrassen.   1)
          ......................................……………………………………………..............................
 
          1).Zie blz 43/44 van "The role of the Phoenicians in the interaction  of mediteranean civilizations" van W.A.Ward.
                        Zie:Al Mina sur l'Oronte à l'époque perse, J.Elayi, OLA 22, Leuven 1987.
 
STUDI PHOENICIA XI
PHOENICIA AND THE BIBLE
Proceedings of the Conference held at the University of Leuven on the 15th and 16th of March 1990
Edited by E.Lipinski
ORIENTALIA LOVANIENSIA ANALECTA 44
departement oriëntalistiek Leuven uitgeverij Peeters Leuven
 
Bijbelrelaties.
 relatie stam Asher en Akko
 Dor kent een Fenicische beschaving van de 11e eeuw tot in de Perzische tijd
 Hiram verwerft Kaboel (10e eeuw)
 Ophir wordt vermeld op een ostracon Tell Qasilé (7e-6e eeuw v.C).
 Jonas vertrekt  uit Jaffa naar Tarshish
 Religieuze botsingen in de tijd van Izebel (9e eeuw)
 in 587 v.C zouden de Feniciërs profijt getrokken hebben van de ruïne van Juda
 In de Perzische tijd wordt de hulp ingeroepen van de Feniciërs om de tempel te herbouwen
 In 175 v.C stuurt hogepriester Jason een delegatie van Jeruzalem naar Tyrus om aan spelen deel
  te nemen en te offeren aan Heracles-Melqart (II Macc.4, 18-20).
 De Sidoniërs van Sichem
 De Sidonische kolonie van Marésha met een slavenmarkt
 Tijden de oorlog van de Macabeërs vallen Tyrus, Sidon en Akko de Joden van Galilea aan.
 
57.9   Introduction:La Phénicie et la Bible   E Lipinski
              Zie:Les relations entre les cités de la côte phénicienne et les royaumes d'Israël
                  et de Juda, F.Briquel-Chatonnet, OLA 46, Leuven 1992.