vrijdag 20 maart 2015

119.Een kort vredig intermezzo.

          3.9.    Een kort vredig intermezzo.

          Dionysius is dus op Sicilië geen steek opgeschoten, maar heeft in Italië
          wel flink wat terrein gewonnen. Zijn territoriale monarchie heeft een
          formidabele militaire macht ontwikkeld, welke goeddeels door roof is
          bekostigd. De zwakke kant van het Syracusaanse imperium is de slechte
          sociale situatie. Er bestaat grote sociale onvrede. Continu vinden
          prijsstijgingen nu al plaats. Later zullen van 350 tot 300 de prijzen
          nog eens met 50% gaan stijgen. En dat, terwijl de lonen maar net stabiel
          blijven. Er bestaat een groot tekort aan graan. Alleen de produktie van
          goud en zilver is enorm. Voor de rijken is deze situatie gunstig. Zeker
          ook voor Carthago, dat een goed deel van de (edele) metalen levert.
          De rijken hadden altijd wel enig surplus, dat zij op een gunstig moment
          op de markt konden aanbieden. Bovendien konden zij zich specialiseren op
          enige goederen. Vooral in het Griekse deel van de oude wereld heerst er
          in de vierde eeuw een overbevolking. De kleine boeren kunnen op hun
          stukjes grond niet meer rondkomen en moeten geld gaan lenen bij de
          rijken. De rente loopt steeds hoger en op den duur moeten de boeren hun
          grond verkopen. Aldus ontstaat het grootgrondbezit.
          Ook in Noord‑Afrika ontstaat dat op grote schaal, met name in de vlakte
          van de Bagradas. Op Sicilië leiden deze toestanden tenslotte tot
          "stasis" (=revolutie), gevolgd door schulddelging en nieuwe
          landverdelingen. De Carthaagse aristocratie houdt echter constant hun
          vaste positie over de Libyërs en (puno‑)Libyërs.

          In Carthago is de tijd aangebroken van Hanno de Grote, zodat hij door de
          Carthagers zelfs wordt aangeduid. Hij is geen alleenheerser, maar is
          geweldig rijk met onder zich zo'n 20.000 slaven! Hij heeft een groot
          prestige en laat Carthago haar blik weer wat meer naar het achterland
          richten. Toch heeft hij weerspraak van andere families, waaronder
          Suniatus (=Sidiaton?=Sakaniaton?). Later zullen we over deze Suniatus
          nog meer horen.
          Hanno de Grote is de exponent van de aristocratie in Carthago, die zich
          kan handhaven door haar rijkdom, bestuursfuncties en het verspreiden van
          angst door het dreigen met vergeldingsacties. De werkelijke macht van de
          aristocratie is echter duidelijk minder groot dan het prestige, dat men
          uitstraalt.

Zie boek 173.CARTHAGE

Gilbert Picard. I.e.v.v. Miriam & Lionel Kochan. ELEK Books, Great James Street London, 1964 (1e druk in frans 1956). Naast de meest noodzakelijke feiten, tracht de schrijver eigenlijk meer om zich in te leven in de verhoudingen en bedreigingen, waarin/waaronder de Feniciërs zich ontplooiden. Veel mooie foto’s.