maandag 16 maart 2015

109.zeven jaren vrede.

          3.5.    Zeven jaren vrede omstreeks 400.

          De Carthagers ontmantelen hun overgebleven leger van goeddeels
          huurlingen uit Iberië, Campanië en Libyë en werpen zich weer volledig op
          de landbouw, handel en scheepvaart. Zij wanen zich verzekerd van hun
          positie op Sicilië na de éclatante successen van hun veldheren Hannibal en Himilco.
          Met de Grieken wordt de handel weer opgenomen. Wijn, olie en keramiek
          worden geïmporteerd, terwijl vooral delfstoffen worden geëxporteerd. De
          verbinding met Egypte valt even uit, want daar woedt een opstand tegen
          het Perzisch gezag. Juist in deze tijd vervalt ook Tyrus tot tweederangs
          havenplaats, nu het de controle over de verbindingen naar Spanje
          verloren heeft. Tyrus kan zelfs niet meer profiteren van het
          uiteenvallen van de Atheense thallassocratie. Dat doet wel vooral
          Rhodos, die in de loop van de vierde eeuw een groot deel van de handel
          langs de Levantkust voor zich gaat opeisen.
          Tyrus en Carthago houden overigens nog steeds vast aan de gemeenschaps‑
          economie en zullen pas in de loop van de komende vierde eeuw hun eigen
          munten gaan slaan en uitgeven. Tot nu toe wordt in Carthago nog gebruik
          gemaakt van een soort leren buidel, die met een stempel er op van de
          staat een bepaalde waarde uitdrukt.
          De aandacht van Carthago is weer gericht op de gehele bekende wereld en
          voor een tijd zijn Afrika en Spanje belangrijker dan Sicilië, alwaar men
          denkt de strijd gestreden te hebben en waar het haar politiek slechts is
          om de Grieken in de randzone van de Carthaagse invloedssfeer te
          verzwakken door de diverse Griekse en Siculische steden zoveel mogelijk
          autonoom naast elkaar te laten voortbestaan.
          Carthago kon ook niet vermoeden, dat hun "beschermeling" Dionysius" in
          de toekomst zo gevaarlijk zou worden. Dionysius zit inderdaad niet stil.
          Hij versterkt zijn burcht Ortygia en organiseert reeds in het eerste
          jaar na de vrede met Carthago een veldtocht tegen de Siculiërs bij
          Herbessos. Dat is gewoon een flagrante schending van het vredesverdrag,
          maar Dionysius speculeert er op, dat Carthago weinig zin zal hebben om
          onmiddellijk weer in actie te komen. Dionysius gokt goed. De Carthagers
          verroeren zich niet en maken daarmee een grote fout, want Dionysius zal
          steeds meer het verdrag aan zijn laars gaan lappen.
          Overigens krijgt Dionysius bij Herbessos te maken met muiterij in zijn
          eigen leger en moet hals over kop vluchten naar Ortygia, waarin hij door
          de Syracusers, Messanen en soldaten uit Rhegion wordt opgesloten.
          In 403 doet Dionysius een geslaagde uitval en brengt in de loop van de

          volgende jaren een groot deel van oostelijk Sicilië weer onder zijn heerschappij.

          Met behulp van 60.000 arbeiders worden er verder 4 kilometer lange muren
          gebouwd rond Syracuse, 200 nieuwe oorlogsschepen uitgerust, die nota
          bene door scheepsbouwers uit het Carthaagse deel van Sicilië worden
          gebouwd én een staand leger van maar liefst 80.000 man in het veld
          gebracht. dat alles wordt betaald met de stroop‑ en plundertochten in
          Oost‑Sicilië en met de kaapvaart in voornamelijk de Thyrreense zee.
          Inmiddels hebben afgedankte huurlingen, voornamelijk uit Camapanië de
          stad Entella bereikt en moorden de mannelijke helft van de bevolking uit
          en denken zich een prachtig nieuw tehuis geschapen te hebben in Entella
          met de overgebleven vrouwen.
          De situatie op het eiland spitst zich meer en meer toe, vooral wanneer
          de Griekse steden, die aan Carthago schatplichtig zijn, het juk willen
          afwerpen.
          Dan geeft in 397 de Syracusaanse volksvertegenwoordiging toestemming tot
          hervatting van de oorlog tegen Carthago op Sicilië. Er komt nog een
          diplomatieke missie vanuit Syracuse naar Carthago met eisen om zich uit
          Sicilië terug te trekken, maar dat wordt natuurlijk verworpen. Het is
          ongelooflijk hoe onvoorbereid Carthago is. Men moet blind geweest zijn
          voor de oorlogsvoorbereidingen in Syracuse.
          Hoe is dit verklaarbaar? Is men er kennelijk vanuit gegaan, dat    *
          Dionysius tevreden zou zijn met Oost‑Sicilië? Verwachtte men enige
          dankbaarheid van hem, omdat hij als rechtmatige heerser over Syracuse
          door Carthago was erkend?

          Dionysius heeft inmiddels ook vaste voet in Zuid‑Italië gekregen. Daar
          blijft Rhegion zich tegen de tiran keren, maar Dionysius heeft in Locroi
          een bondgenoot. Het gerucht gaat, dat hij op één dag zowel Doris van
          Locroi als Aristomache van Syracuse huwt.

                                DE OORLOGSVERKLARING
                  De heraut uit Syracuse komt met de eisen van Dionysius eerst
                  in de Raad en daarna ook nog eens voor de volksvertegenwoor‑
                  diging. Dit wijst op enige onenigheid tussen de Suffeten en
                  de Raad, want pas dan wordt de volksvertegenwoordiging inge‑
                  schakeld volgens het bestuursbeeld, dat Aristoteles ons er
                  van Carthago over schildert.