vrijdag 20 maart 2015

120.De vijfde siciliaanse oorlog.

          3.10.   De vijfde Siciliaanse oorlog.

          Een jaar voor zijn dood trekt Dionysius nog eenmaal ten strijde tegen
          Carthago op Sicilië. Hij doet dat met 30.000 man voetvolk, 3000 ruiters
          en 300 triëren. Ook ditmaal is hij de agressor. Als voorwendsel gebruikt
          hij de meldingen, dat de Fenicische elementen in de EPIKRATEIA zich
          schuldig zouden hebben gemaakt aan grensschendingen. Kennelijk wil hij
          daarmee tevens een wig drijven tussen de Fenicische en niet‑
          Fenicische onderdanen van Carthago. Dat lukt vrijwel niet.
          Dionysius gaat waarschijnlijk via het Griekse Selinous en het Campaanse
          Entella (beiden wel afgevallen) naar Eryx, dat hij stormerderhand
          veroverd. Bij Lilybaion vangt hij echter bot. Dit nieuwe steunpunt van
          Carthago houdt veerkrachtig stand en ook doet dat de haven van Drepanum
          (Sickle) aan de voet van de berg Eryx.

          De tegenspeler van Hanno is Suniatus en de blijkt ondertussen met
          Dionysius in geheim contact te staan. Haast ziekelijk blijkt de angst
          voor tirannie te Carthago. De vrees dat een enkele aristocratische
          familie de macht grijpt, is erg groot. Om dat te voorkomen zijn de
          andere families zelf bereid handelingen te verrichten, die grenzen aan
          landverraad. In ieder geval wordt er een brief van Suniatus onderschept
          en het hof van de rechters veroordeeld hem natuurlijk tot de dood. Geen
          wonder: in die brief schijnen de gevechtsvoorbereidingen van Hanno aan
          Dionysius te zijn doorgegeven.

          Dionysius is inderdaad een dagje ouder geworden, want vermoedelijk trapt
          hij in een vals bericht, als zou de in de haven van Carthago alle
          scheepswerven door een enorme brand verwoest zijn en daarmee ook een
          goed deel van de Carthaagse vloot. Dionysius stuurt dan 170 van zijn 300
          oorlogsschepen naar Syracuse terug en laat er 130 achter bij Drepanum om
          die haven te blokkeren.
          Daarop hebben de Carthagers gewacht, want nu sturen zij hun voltallige
          vloot van dik 200 oorlogsschepen er op uit en verpletteren daarmee de
          blokkadevloot voor Drepanum. Niet lang hierna sterft Dionysius en
          daarmee één van de grootste vijanden, die Carthago ooit gekend heeft. In
          de praktijk komt er nu een toestand van min of meer vrede.
          Waarschijnlijk wordt er nog niet direct een vredesverdrag afgesloten.
          Dat komt eerst pas een aantal jaren later tot stand. Wel betrekt
          Carthago opnieuw zijn oude posities in de EPICRATEIA.

Zie ook Boek 244.TRINAKRA
Alexander Schenk Graf v.Stauffenberg. Sizilien und Grossgriechenland in archaischer und fruhklassischer Zeit. R.Oldenbourg Verlag, Munchen – Wien 1963. Voornamelijk vanuit Grieks oogpunt, maar zijdelings komen de Feniciërs en Carthagers ook in beeld.


                  DION
                  Een Siciliaanse Griek, die een bemiddelende rol poogt
                  te vervullen tussen Syracuse en Carthago. In een brief
                  laat hij in 366 bijvoorbeeld het Carthaagse bestuur
                  weten, dat zij de vredesonderhandelingen met Dionysius II
                  slechts met zijn inbreng kunnen doen, omdat ze dan alles
                  zeker door hem zouden bereiken.
                  We zien Dion ook zonder problemen door Carthaagse gebieden
                  reizen. Zo reist hij eens van Zakynthas in Griekenland
                  naar Cercina en dan naar Kaap Cephaloe om dan te landen in
                  Ras Melkart in 357 v.C. Er schijnt sprake te zijn van een soort schijn‑
                  gevecht. Enerzijds wil de gouverneur van Ras Melkart zich
                  indekken tegen mogelijke gevolgen, als Carthago het achteraf
                  zou afkeuren, dat Dion zomaar daar voet op Sicilië mocht
                  zetten. Anderzijds kan Carthago later tegen Dionysius II
                  beweren, dat men geprobeerd heeft hem tegen te houden.

              Zie:Dionysius II, Dion & Timoleon, L de Blois,Nijmegen.

ncfps