woensdag 18 maart 2015

115.De verdere strijd op Sicilië.

          3.6.8.  De verdere strijd op Sicilië.

          Te land wordt het nu een ongelijke strijd. Op zee behouden de Puniërs
          over het algemeen de overhand. Het blijft opmerkelijk, dat zij zich op
          Sicilië kunnen handhaven, ondanks het gebruik van verouderde
          strijdmethoden, zoals die van strijdwagens. De Grieken daarentegen *)
          brengen sterke falanxen in het veld, die als een wals door de
          vijandelijke linies heen stormen. Desondanks konden de Carthagers en hun
          bondgenoten de voornaamste bruggenhoofden Panormus, Lilybaion, Drepanum,
          Eryx, Heircte en Solus in handen houden. Daarnaast zijn zij meestentijds
          meester over Himera, Selinous, Segesta, Mazara, Minoa en Thermai.
          Dionysisus bouwt in Oost‑Sicilië een groot imperium op en laat zijn
          vloot nu ook de Thyrreense zee afstropen. In de laatste jaren van deze
          derde algemene Siciliaanse oorlog laait de strijd nog een keer in alle
          hevigheid op bij een ultieme poging van Dionysius om ook de westpunt van
          Sicilië te veroveren. Omstreeks 392 stagneren de gevechtshandelingen en
          komt het tot een vredesverdrag.

          Voor het zover is, weet Mago in 393 nog een tweetal veldtochten te
          houden. Allereerst vindt er langs de noordkust een expeditie plaats
          tegen Messana door de Feniciërs en de Grieken zelf. Carthago
          ondersteunt dat niet direct. Bij het kamp Abacaenum komt het tot een
          kleine veldslag tegen de troepen van Dionysius. Mago verliest daarbij
          800 man. Niettemin is Mago niet van zin om de zaak op te geven. Hij is
          een goed diplomaat, die veel (gevluchte) Grieken aan zijn kant weet te
          krijgen. Toch is de samenwerking tussen Carthagers en Grieken op het
          eiland nooit echt hartelijk te noemen. Het blijft een oosters volk,
          waarmee de Grieken te maken hebben met zulk een aparte cultuur, zeden en
          gewoonten, dat men elkaar nooit goed begrijpt.
          In het volgende jaar komt Mago terug met nu wel een door Carthago
          geleverde strijdmacht. Met zo'n 80.000 man aan Sarden, Afrikanen en
          Italiërs rukt hij door het binnenland van Sicilië op. Vele Siculische
          steden revolteren tegen Dionysius. Pas bij de stad Agyrium ondervindt
          Mago felle tegenstand bij de koning van die stad Agyris. Bij de rivier
          Chrysas snelt Dionysius Agyris te hulp met 20.000 man. Het grotere
          Carthaagse leger wil het wel tot een veldslag laten komen, maar
          Dionysius besluit heel verstandig om het daar niet op aan te laten
          komen. De oorlog vervlakt tot een uitgebreide guerrilla met vele
          schermutselingen.