maandag 9 maart 2015

102.het beleg van Himera

          3.4.3.  Het beleg van Himera (409).

          Hannibal blijft niet lang bij Selinous. Na daar orde op zaken gesteld te
          hebben, gaat hij met dit zelfde leger via Entella en Skarteia(?) door
          Sicanisch gebied naar Himera, waar hij nu als wreker komt en niet zozeer
          als een Carthaags bevelhebber. Dat is tenminste het beeld, wat de
          Grieken ervan hebben. In werkelijkheid is Himera de andere ver
          vooruitgeschoven Griekse post aan de grens van de Carthaagse
          belangensfeer. Het is de tweede stekel in het vlees, die verwijderd moet
          worden. Bovendien zal er dan ook wel een revanchegedachte voor het
          debâcle van 480 hebben meegespeeld.
          Hannibal's leger schijnt tijdens de tocht naar Himera versterkt te zijn
          geweest met zo'n 20.000 inheemse soldaten. Daardoor bestaat voor
          Hannibal nu de mogelijkheid om Himera geheel te omsingelen. Dat was in
          480 anders, toen Hamilcar alleen aan de westelijke zijde van de stad
          zich kon legeren. Toen hadden Griekse ontzettingstroepen de oostelijke
          kant vrij voor hun operaties.
          Hannibal verijdelt dat bij voorbaat en zorgt tevens voor een sterke
          reserve strijdmacht, die de belegeraars in de rug moet dekken. Deze
          reserve strijdmacht bestaat uit zo'n 40.000 man en zou nog een
          belangrijke rol gaan spelen.

          Hannibal begint op de eerste dag van de belegering de hoofdaanval vanuit
          het zuiden met zijn stormtorens en andere belegeringsmachines. Hoe dat
          helemaal precies gegaan is, weten we niet, want de tekst van Philistos
          over deze belegering ging helaas verloren. Toch werd veel gerecons‑
          trueerd aan de hand van fragmentarische mededelingen. Zo is er over de
          eerste belegeringsdag bekend, dat Hannibal tevens mijngangen liet
          graven, die op den duur een deel van de muur deden instorten. Op deze
          cruciale dag bereikt ook een afdeling Syracusers (3000), die via Akragas
          kwamen, de stad, waarbij zij zich door de belegeringsgordel heenslaan.
          In de nacht repareren de mensen uit Himera met man en macht de gehavende
          muren.

          De tweede dag geeft nog meer geweld te zien. Ditmaal wachten de in het
          nauw gebrachte Grieken niet de stormaanvallen af, maar proberen
          verrassend een massale uitval op het Carthaagse kamp. Enige duizenden
          Grieken dringen door tot zelfs in dat kamp, maar Hannibal heeft op tijd
          zijn reserveleger gealarmeerd en die weten op hun beurt de Griekse
          aanval te keren. Alles wat Grieks is vlucht nu binnen de muren van
          Himera, maar wel met achterlating van 3000 gesneuvelden. In het leger
          van Hannibal zouden 6000 man zijn omgekomen.


HIMERA
              VERLIEZEN op de tweede dag:
              vlg Timaeus     6000 Carthagers gesneuveld of gevangen.
              vlg Ephorus     20.000 Carthagers gesneuveld of gevangen.


                  BEZETTINGSMACHT HIMERA
                  van Himera zelf: ca.8000
                  Syracusers     : ca.3000
                  bondgenoten    : ca.1000
                  ========================
                  totaal         :ca.12000

                  verliezen bij
                  uitval 2e dag  : ca.3000
                  ========================
                  resteert       : ca.9000
                  évacuaties     : ca.4000
                  ========================
                  resteert       : ca.5000
                  wv.gevangen    : ca.3000


          De tweede dag van de belegering gebeurt er van Carthaagse zijde niet
          veel meer. De Griekse uitval is mislukt, maar ze krijgen overzee toch
          enige versterking en wel in de vorm van 25 schepen. Onder de dwang van
          al deze gebeurtenissen besluiten de Grieken aan de oostkant van Sicilië
          hun onderlinge verschillen bij te leggen om eendrachtig de Carthagers
          tegemoet te treden. Daarmee zijn ze wel te laat om Himera nog te kunnen
          behouden.

          De derde dag verspreidt Hannibal gewild of ongewild het valse gerucht,
          dat zijn vloot van plan is om Syracuse direct vanuit zee aan te vallen.
          De schepen vertrekken namelijk naar Motya. Dat was alarmerend genoeg
          voor Diokles, die het bevel voerde over de Syracusaanse en Himerese
          troepen om te besluiten Himera te evacueren. Hij laat de gevallen
          Grieken onbegraven liggen en haast zich met een deel van de bevolking
          van Himera over zee naar Messana, ofwel Zancle. In de evacuatie gaan de
          vrouwen en kinderen voor.

          Op de vierde dag gaan de verenigde troepen onder de leiding van de
          Carthagers voort met kordate aanvallen op de resterende bezetting van
          Himera. Die houdt echter nog steeds stand. Hetzelfde geldt voor de
          vijfde dag.
          Op het moment, dat de schepen uit Messana terugkeren voor de kust,
          breken de Iberiërs (Diod.XIII 62.2) door een bres in de muren en beginnen
          de straatgevechten. De huizen worden geplunderd en verbrand. De muren
          worden geslecht en alleen het heiligdom van Poseidon wordt louter en
          alleen gespaard, omdat daar volgens de overlevering Hamilcar om het
          leven zou zijn gekomen. De Grieken beweren, dat op die plaats Hannibal
          3000 gevangenen laat offeren ter ere van Hamilcar. Dat zou een grote
          smet zijn op de imposante overwinning van Hannibal, maar zeker is dit
          voorval niet.

          Een deel van de buit wordt naar Carthago gestuurd. Daaronder bevinden
          zich kunstwerken, zoals het beeld van Stesichorus, die Himera gesticht
          zou hebben. De Sicaniërs en Siculiërs zijn niet tevreden met hun aandeel
          in de buit en trekken weg naar hun huissteden.
          De muren van Himera worden neergehaald en de overlevenden worden
          gebracht naar een nieuw steunpunt voor Carthago zo'n 15 km oostelijker.