woensdag 18 maart 2015

116.de vrede van 392 v.C.

                  SYRACUSE
                  Stad van 250.000 (?) inwoners met de wijken Neapolis, Ortygia,
                  Tementis, Tyche, Achradine en Epipolai. Het fort Euryalos
                  vormde de meest westelijke punt van de stad. Bekende tempels
                  waren die van Apollo en Athene.
                  De stad is omgeven door een 20 kilometer lange muur.
                  De Latomieën waren de grote steengroeven even ten noorden van
                  Neapolis, die ook als gevangenis dienst deden.
                  Ongeveer 4 kilometer ten zuiden van Syracuse lag de tempel
                  van de Olympische Zeus.

                  Zie:H P Drögemüller, Syracuse. Zur Topographie und Geschichte einer griechischen Stadt. Heidelberg 1969.


           De Siculiërs en de Grieken in het Carthaagse kamp houden het op den duur
          wel voor gezien, maar ook Dionysius heeft last met zijn troepen. Een
          groot deel ervan deserteert moe geworden van alle schermutselingen.
          Dan neemt Dionysius zijn toevlucht tot een laatste redmiddel en bewapent
          de slaven. Dat is niet afdoende, want Mago breekt nu door alle linies
          heen en dat dwingt Dionysius tot onderhandelen. Eind 392 is dan
          eindelijk de derde Siciliaanse oorlog afgelopen.

          3.6.9.  De vrede van 392.

          Over dit verdrag van 392 zijn geen details bekend, maar wel is zeker,
          dat Carthago gewoon zijn epicratie behield en dat de Siculiërs onder
          Dionysius komen. Zij lieten immers Mago bij Agyrium op den duur in de
          steek. Verder schijnen de meeste Griekse steden een onafhankelijkheids‑
          verklaring te hebben ontvangen, maar vele steden waren al in handen van Dionysius.
          Zowat het gehele eiland ligt na ongeveer 25 jaren vrijwel onafgebroken
          oorlogvoering in puin (De Atheense expeditie meegerekend). Alleen de
          grotere steden Panormus en Syracuse en het nieuwe Lilybaeum hadden het
          geweld buiten hun muren kunnen houden.
          Mago keert terug naar Carthago en Dionysius heeft de handen vrij voor
          nieuwe avonturen in Italië.
          In vergelijking met de vrede van 405 heeft Carthago wat gas moeten
          terugnemen, maar die vrede van 405 was ook wel exceptioneel ongunstig
          voor de Grieken en daarom voor dat volk ook niet te tolereren.
          Mogelijk hebben de leiders in Carthago gedacht, dat een vrede met meer
          gematigde voorwaarden meer kans op een duurzame vredesperiode zou kunnen
          inhouden. Overigens is het niet zeker, dat er een officiële vrede werd
          afgesloten. Mogelijk is er alleen sprake van een bestand, dat de
          tweedeling van Sicilië bevestigd.
          In deze tijd biedt Tauromenion nog steeds weerstand aan Dionysius, maar
          dat moet nu overgaan in het kamp van Syracuse. Daarmee is zowat geheel
          Oost‑Sicilië in handen van de tiran van Syracuse.
          Voor een aantal jaren lijken de betrekkingen tussen Carthago en
          Dionysius redelijk goed te zijn. Kennelijk hecht Carthago grote waarde
          aan een beeld van de tempel van de Lacinische Juno. Dit door Dionysius
          buitgemaakte beeld wordt dan door Carthago voor de enorme som van 120
          talenten opgekocht. Aristoteles en Timaeus noemen deze "peplos".

                  Het beeld uit de tempel van de Lacinische Juno wijst
                  wellicht op een vroegere Fenicische aanwezigheid op
                  deze plaats. Waarom had de stad er anders zo'n groot
                  bedrag voor over? Is het ook niet opmerkelijk, dat veel
                  later de tempel van Juno Lacinia nog steeds voor de
                  Carthagers een bijzondere betekenis heeft. Het is immers
                  Hannibal Barcas zelf, die daar zijn daden op een
                  bronzen plaats heeft laten vastleggen.