dinsdag 10 maart 2015

105.vervolg beleg Akragas

          Na het mislukken van de eerste frontale aanvallen op de zuidwestelijke
          muur, werd er eerst een weg geplaveid naar de stadsmuur. Hierbij werd
          gebruik gemaakt van de vele voorhanden zijnde grafzerken op het erbij
          gelegen kerkhof. Het behoeft geen verwondering te wekken, dat de
          blootliggende lijken uiteindelijk de lucht verpesten en ook daad‑
          werkelijk tot een pestepidemie leiden. Er vallen vele slachtoffers en
          ook Hannibal zelf moet er aan geloven. Daarmee verliezen de Carthagers
          een van hun grootste veldheren. Hij was een echte stedenbedwinger.
          Gelukkig is zijn secondant van even groot kaliber, alhoewel het begin
          als bevelhebber niet erg imposant was. Hij schijnt eerst kostbare tijd
          verspild te hebben met het brengen van vuur‑ en zeeoffers ter
          nagedachtenis van Hannibal en ter afsmeking van de goden voor een beter
          vervolg van de strijd.
          Dat komt vooralsnog niet, want er daagt hulp op voor Akragas. Er
          verschijnt een vloot van 30 triremen uit Syracuse voor de kust, die de
          ravitaillering van het leger van Himilco onderbreekt.
          Tegelijkertijd komt er over land een poging tot ontzet vanuit Gela op
          gang. Die strijdmacht bestaat voor het grootste deel uit Syracusers en
          Italiaanse Grieken. Nabij de Akragasrivier vlak bij de stad komt het tot
          een botsing met de 40.000 Iberiërs uit het noordelijk van Akragas
          gelegen kamp van Himilco. Het gaat lange tijd gelijk op. Dan moeten de
          Italiaanse Grieken op de ene flank terrein prijsgeven, maar aan de
          andere kant winnen de Syracusers juist terrein. Onder Daphnaios breken
          die tenslotte door en bereiken de stad Akragas. De Iberiërs trekken zich
          terug en worden niet effectief achtervolgd in de alom ontstane chaos.
          Een groot deel van de Iberiërs weet dan ook het kamp van Himilco in het
          zuiden te bereiken, maar de verliezen zijn aanzienlijk met 6000
          gesneuvelden. Het kamp in het binnenland moet worden opgegeven.
          Ongetwijfeld zou dit tijdens de veldslag het moment geweest zijn voor
          Dexippos en zijn troepen te Akragas om een uitval te doen. Zij wagen dat
          niet, want, ofwel waren zij omgekocht, ofwel stond Himilco met het gros
          van zijn leger klaar om zo'n uitval te ondervangen.
          Dit passief blijven van de Griekse generaals in Akragas wordt hen niet
          in dank afgenomen. Later zullen ze er voor gestraft worden met

          steniging.

          ONTZETTINGSLEGER DAPHNAIOS
                      30.000 man voetvolk
                       5.000 ruiters
                      ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                      35.000 totaal

          ......................................................................

          Zie map 40.3:Acragas Graecia, J de Waele, Den Haag, 1971
              Akragas, G di Giovanni, Agrigento, 1979

          Daphnaios neemt in Akragas het opperbevel over en laat zijn ruiterij het
          omliggende land beheersen, waardoor de foeragering van het grote zeekamp
          aanzienlijk wordt bemoeilijkt. Voor de kust verschijnt er zelfs
          permanent een vlooteskader van Syracuse, die de proviandering van het
          Carthaagse kamp nu vrijwel onmogelijk maakt. In het leger van Himilco
          wordt al ras honger geleden en deze moet al zijn tact en
          omkopingsvermogen aanspreken om muiterijen te voorkomen, dan wel de kop
          in te drukken. Vooral de Campaanse huurlingen maken het hem daarbij erg lastig.
          Op dit morele dieptepunt weten de Carthagers van Motya en Panormus uit
          net op tijd toch een proviandvloot van Syracuse bestemd voor Akragas te
          overvallen en slaat de stemming snel om. De aanvallen op de muren van
          Akragas worden hervat en sommige Italiaanse Grieken in de stad lopen
          over naar Himilco. Carthago doet tenslotte de beslissende zet door met
          een eigen vloot van importantie alle vijandelijke schepen voor de kust
          te verjagen.
          Nu is het de beurt van Akragas om honger te lijden, want de stad wordt
          nu aan alle afgegrendeld. Ook de ruiterij van Daphnaios komt er
          nauwelijks meer in het veld.
          Toch duurt de belegering nog lang. Maand na maand verstrijkt zonder dat
          een daadwerkelijke beslissing zich gaat aftekenen. Die komt pas, als
          door de honger gedreven ook de Campaanse huurlingen in het kamp van
          Akragas collectief overlopen. Dan staat Akragas geheel alleen. Na
          maanden van belegering besluiten de 40.000 Akragantijnen om het vege
          lijf te redden en in het holst van de nacht verlaten zij en masse hun stad.
          Over land en via de zee weten velen Gela te bereiken. Enkele
          Akragantijnen weigeren hun stad te verlaten en zij worden de volgende
          dag door de stomverbaasde Carthagers en hun bondgenoten aangetroffen. De
          stad valt geheel intact in december van het jaar 406 in handen van
          Himilco. De tempels worden in brand gestoken en beelden worden door
          Himilco naar Carthago gestuurd. Het heeft echter maar weinig gescheeld,
          of de Carthagers hadden deze belegering verloren. Dank zij de tact,
          diplomatiek optreden en standvastigheid van Himilco , alsmede door het
          adequaat ingrijpen van de vloot van Carthago, Panormus en Motya werd een
          dreigende ramp afgewend en kon uiteindelijk toch de overwinning worden behaald.

          De beroemde en beruchte stier van Perilaos wordt door Himilco naar
          Carthago gezonden. Deze bronzen oorspronkelijk uit Rhodos afkomstige
          stier wordt pas in 146 door ene Scipio uit Carthago vervolgens naar Rome
          gestuurd.

                      De Campaniërs in Akragas worden door Himilco
                      voor 15 talenten omgekocht. Mogelijk is ook
                      Dexippus voor zo'n bedrag omgekocht.

                      De overval op de Syracusaanse transportvloot
                      gebeurt door 40 triëren uit Panormus en Motya.
                      Zij maken vele schepen buit en brengen 8 schepen
                      van het escorte tot zinken.

De veldslag van Agrigentum.
Het is een zeldzaamheid, dat een Carthaagse inscriptie iets anders bevat dan een wijding. Deze inscriptie CIS I 5510 doet dat wel en bevat de informatie over het beleg van Akragas in 406/5.
“Ook Hiempsal van Numidië rept hierover: de generaals Adnibaal, zoon van Gisco de generaal en Himilco, zoon van Hanno, de generaal, kwamen bij dageraad aan. Zij namen Agrigentum in en pacificeerden het, terwijl de heer van dit land tot de vlucht werd gedwongen.”
Zie map 37.7.16:Carthagian Report on the Battle of Agrigentum in 406 BC CIS I 5510, C.Krahmalkov, RSF II, Rome 1974
Deze mening is echter omstreden!

                      Een van de rijkste inwoners van Akragas, Gellias,
                      begraaft zichzelf onder de tempel van Athene en
                      steekt die in brand.

                      De val van Akragas zou in juli 406 hebben plaats‑
                      gevonden volgens W Huss in zijn "Geschichte der
                      Karthager", München 1985.

Zie map 35.9.17: Two neo-punic poems in rhymed verse, C.R.Krahmalkov, Ann-Arbor, RSF III, 1975.