donderdag 19 maart 2015

117.het bestandje van 392-383 v.C

          3.7.    Het "bestand" van 392‑383.

          Een klein decennium gunnen de Grieken en Carthagers op het eiland elkaar
          een betrekkelijke rust. Dionysius I snelt naar het toppunt van zijn
          macht. Zijn kaapvloot plundert in 384 het rijke Etruskische Pyrgi,
          alwaar ook de Carthaagse koopvaarders veelvuldig aanleggen. Het is maar
          één van de vele acties, die zijn kaapvloot onderneemt. De buit en vele
          rijkdommen vloeien de metropool van de Grieken in Magna Graecia binnen.
          Syracuse krijgt inderdaad de allure van een Athene van het westen. Dat
          alles betaalt Dionysius met zijn kaapvaart, maar ook met de diefstal van
          de Carthaagse schepen, die bij het begin van de derde Siciliaanse oorlog
          in de haven van Syracuse zaken aan het doen waren.

          Na de grote Libysche opstand en de zware Griekse oorlogen sinds 410 met
          als dieptepunten het verlies van Motya in 397 en het verlies van het
          leger van Himilco in 396 gebeurt er psychisch iets bijzonders in
          Carthago. Uit een onderzoek van L.E.Stager van de universiteit van
          Chicago is komen vast te staan, dat vooral na 400 het aantal
          kinderoffers sterk toeneemt. Voordien stelde men wellicht de goden vooral
          tevreden met surogaatoffers en nu na 400 keert men weer naar de oude
          praktijken in verhevigde mate terug. Stagers geeft hieraan de volgende
          verklaring:
          "In het begin had Carthago te weinig mankracht en kon het zich
          nauwelijks veroorloven om de eigen stam meer dan nodig te kortwieken. Nu
          de stad in 400 250.000 inwoners telde, kon men de oude gebruiken wel ten
          volle toepassen. Bovendien werd de aristocratie aldus beperkt gehouden
          en waren meeëters in de grote verzamelde rijkdom ook minder."
          Deze theorie van Stager over de mentaliteit van de Carthagers lijkt niet
          erg houdbaar. De stad telde nog geen 200.000 mensen. De tegenslag in 480
          had  niet een dergelijk gevolg. Waarom dan opeens in 400 die enorme
          toename? Het kan zijn, dat de Carthagers, of althans de leiding van de
          stad, nu pas goed in de gaten kregen met een agressieve Griekse tiran te
          maken te hebben, die de middelen voor vernietiging in handen had.
          Om de goden gunstiger te stemmen en om de bevolking geruster te stellen
          werd dan ook over gegaan tot de exactere uitvoering van de gebruiken,
          die overigens altijd al hadden bestaan.
            Een eenvoudiger verklaring voor de bevindingen van Stager vormt het voorkomen
            van de diverse pestuitbraken en opstanden aan het begin van de 4e eeuw v.C,
            waardoor niet alleen de gewone, maar ook de kinderkerkhoven veel meer dan

            normaal bezoek ontvingen.

          Er valt de Feniciërs te verwijten, dat bij hun handelen wel erg veel
          het economisch motief centraal stond. Maar om die karaktertrek ook als
          verklaring voor de kinderoffers te laten gelden, gaat wel erg ver.
          Bedacht moet worden, dat mensenoffers voor de goden een gebruikelijke
          zaak is geweest in de antieke wereld. Ook Romeinen en Grieken hebben
          zich eraan schuldig gemaakt. Dat na 400 het aantal kinderoffers te
          Carthago sterk toenam, heeft wellicht te maken met de diep religieuze
          karaktertrek bij de Feniciërs. De goden waren vertoornd en zij moesten
          tevreden gesteld worden. Verder was hierbij belangrijk, dat door het
          offeren de eigen goden sterker werden, waardoor die het beter konden
          opnemen tegen de Griekse goden bijvoorbeeld.  

          Juist in deze tijd ondergaan de moedersteden in het oosten een grote
          Griekse invloed. Zelfs sluit men zich tijdelijk aan bij Evagoras I, die
          Cyprus als uitvalsbasis heeft verworven. Lang duurt dit Griekse avontuur
          niet, want zowel Fenicië als Cyprus komen op den duur weer onder
          Perzische controle. De Perzen raken wel voor langere tijd de controle over
          Egypte kwijt.

          In het westen moeten de Etrusken steeds meer terrein prijsgeven. Ze
          worden vooral deerlijk gehavend door de kaapvaart van Dionysius.
          Carthago ziet alles nog vrij berustend aan, maar waarschijnlijk is de
          plundering van Pyrgi (en Agylla) toch de druppel, die de emmer deed
          overlopen voor de volgende Siciliaanse oorlog. De schepen van Dionysius
          zullen zeker niet de Carthaagse pakhuizen en voorraden in Etruskenland
          hebben ontzien en als een Carthaagse koopman ergens gevoelig voor is,
          dan zijn het wel zijn eigendommen.

          In 383 tracht Dionysius de Elymiërs en de Sicaniërs tot afval van
          Carthago te bewegen. Een paar jaar eerder was Leptinus al in Selinous
          geland. De Carthagers zijn gewaarschuwd en wanneer de oorlog in 382
          opnieuw uitbreekt, brengen zij die verrassenderwijs over naar Zuid‑Italië.
          Hoe verder weg, hoe beter, moet men gedacht hebben.

        Zie ook Boek  35.SELINUNTE
          History and Guide. F.Bilello. Publishers Sava. Palermo 1982.
          De geschiedenis is zeer beknopt. Wel een goede beschrijving
          van de tempels. Reconstructies. Gids. Plattegronden.
          Portretten van enige Grieken. Foto's.