dinsdag 17 maart 2015

112.De zeeslag bij Katane.

          3.6.5.  De zeeslag voor Catane.

          Een van de grootste zeeslagen, die ooit in de Middellandse zee is
          uitgevochten, staat op het punt te beginnen. Grieken en Carthagers
          bevochten elkaar hier met ultiem zo'n 420 oorlogsschepen.
          De Carthaagse vloot was namelijk tijdens Himilco’s tocht rond de Etna
          langzaam naar het zuiden afgezakt met de bedoeling bij Catane weer
          contact met het leger op te nemen. De vloot van Syracuse reageert alert
          op de splitsing van leger en vloot van Himilco en valt onder de leiding
          van Leptinus aan.
          Leptinus doet nogal erg enthousiast, want in plaats van met de
          volledige vloot aan te vallen, splitst hij zijn eigen vloot door al te
          doldriest met de voorhoede op de vijand af te varen. Aangenomen wordt,
          dat Himilco zijn leger rond de Etna leidde. De Carthaagse bevelhebber op
          de vloot moet dus een ander geweest zijn. Waarschijnlijk was het Mago en
          die verstond het krijgsvak uitstekend. Hij maakte goed gebruik van het
          feit, dat de Griekse voorhoede te ver voor de rest van de vloot uitvoer.
          De zeeslag valt uiteen in drie afzonderlijke gevechten. Allereerst wordt
          de Griekse voorhoede omsingeld en daarna met veel meer moeite de Griekse
          hoofdmacht. Tenslotte vindt er een algemene achtervolging plaats,
          waarbij de overgebleven schepen van Syracuse wanhopig proberen het
          strand te bereiken. Lang niet alle Griekse schepen slagen daarin.

          Mago slaagde erin om ongeveer 100 schepen van Syracuse uit te schakelen
          met ca.20.000 man* aan boord. Dat was bij benadering de helft van de
          vloot van Syracuse in deze zeeslag. Na de zeeslag telden de Carthagers
          ongeveer 208 schepen en de Syracusers dus nog zo'n 100 schepen. Een
          duidelijke krachtsverschuiving ten voordele van de Carthagers, die er
          toch niet het volle profijt van zouden trekken. Niettemin beleeft
          Syracuse op deze dag zijn grootste maritieme nederlaag. Himilco heeft
          met zijn leger inmiddels de kust bereikt en verenigt zich weer met de
          zegevierende vloot, terwijl het leger van Dionysius overhaast zijn
          posities gedemoraliseerd opgeeft.

          Sommige Griekse bronnen praten over 500 Carthaagse schepen, maar daar
          zullen in ieder geval zowel de oorlogsschepen als de transportschepen

          mee bedoeld zijn.

                  DE VLOOT VAN MAGO
                  De vloot van de Carthagers, die zich via de noord‑ en de
                  oostkust zich voortbewoog naar Syracuse, bestond vermoedelijk
                  uit ca.220 oorlogsschepen en 200 transportschepen. De oorlogs‑
                  schepen zijn ditmaal licht in de meerderheid, omdat deze keer met
                  een grote slagvloot rekening gehouden moest worden. Syracuse
                  heeft immers een geduchte zeemacht opgebouwd. Het leger gaat
                  over het land. Vandaar ook het naar verhouding geringe aantal
                  transportschepen.

          ______________________________________________________________________

          1.De voorhoede van de Grieken opent onder Leptinus de zeeslag.
          2.Omsingeling van de schepen van Leptinus door de Carthagers.
          3.Vernietiging voorhoede van de Grieken.
          4.Hoofdmachten van de Grieken en Carthagers botsen op elkaar met
              op de flanken ook een omsingelingsbeweging door de Carthagers.
          5.Vernietiging van een deel van de Griekse hoofdmacht.
          6.Vlucht van restant Griekse schepen. De Carthagers in achtervolging.
          ______________________________________________________________________

              LEPTINUS heeft de beschikking in zijn voorhoede over de
              wat grotere schepen, die ondanks de omsingeling er in slagen
              voor een deel door te breken. De rest van de vloot van
              Syracuse is dan echter al hopeloos in het defensief geraakt.
              Leptinus kan wel met een aantal schepen ontsnappen.


          Tabel 3.Sterkte van de oorlogsvloten.

                              sterkte van de          sterkte van de
                              Griekse vloot           Carthaagse vloot

          voor de zeeslag      200                          220
          na de zeeslag         90                          208
          verlies              ‑110                          ‑20
          winst                  0                          + 8
          
ncfps