dinsdag 10 maart 2015

107.De strijd bij Gela

          3.4.8.  De strijd om Gela.

          Himilco laat de strijd beginnen met een systematische plundering van de
          omgeving van Gela, dat op een zandrug vlak langs de kust ligt. Het bos
          van Gela wordt gekapt om daarvan palissaden te maken voor het legerkamp,
          dat in de vlakte voor Gela wordt opgebouwd. Op de heuvel van Apollo ten
          zuiden van dat kamp bij de zeestaat een groot beeld van deze god.
          Himilco laat het ontmantelen en stuurt het naar Tyrus als offer voor de
          eigen goden (Diod.XIII 108,4f).
          Daarna stuurt Himilco zijn belegeringsmachines naar de muren en valt de
          stad onophoudelijk aan gedurende een periode van 20 dagen. Gela
          verdedigt zich met de moed der wanhoop en krijgt tenslotte hulp van
          Dionysius. Deze neemt de kans waar en intervenieert in de lokale politiek.

          Dionysius installeert zijn legerkamp met 30.000 man voetvolk en 1000
          ruiters ten zuidoosten van Gela. Daarop haalt Himilco zijn
          belegeringstroepen terug. Dionysius is net op tijd gekomen om Gela te
          redden, want de troepen van Himilco hebben al delen van de muren van
          Gela laten instorten.
          Dionysius gaat nu over tot een viervoudig strijdplan:
          a.  De meegebrachte vloot zal ten westen van Himilco's kamp een schijnaanval doen.
          b.  De Italiaanse Grieken zullen langs het strand opmarcheren en de
              heuvel van Apollo bezetten.
          c.  Dionysius gaat zelf met zijn huurlingen door Gela en zal van
              daaruit de aanval openen op het kamp van Himilco aan de oostzijde.
          d.  Tenslotte zullen de Siciliaanse Grieken via de vlakte van de
              rivier de Gela over een breed front aanvallen.
          Opmerkelijk is, dat de ruiterij geen plaats krijgt in het strijdplan.
          Die blijft gewoon als reserve in het kamp van Dionysius achter. Dat zal
          later een rampzalige blunder blijken te zijn. Juist de ruiterij kon zo

          goed in de vlakte voor Gela gebruikt worden.

Sterkte leger & vloot van Dionysius:
                  vlg.Timaeus      30.000 man voetvolk en 1000 ruiters
                  vlg. Ephorus     50.000 man.
                  De begeleidende oorlogsvloot telt 50 triëren.

          Het plan van Dionysius mislukte volkomen, zowel door het niet direct
          inzetten van de ruiterij, als door onvoldoende tijdsmatige afstemming
          tussen de vier Griekse aanvalsgroepen én door een ad‑rem optreden van de
          troepen van Himilco. Na drie weken van belegering en schermutselingen
          voert Dionysius zijn onzalig plan uit.
          De schijnaanval door de vloot gelukt als enige nog, want Iberische en
          Campaanse troepen worden uit het kamp van Himilco weggelokt om deze
          landing op te vangen. De Iberiërs en Campaniërs doen gewoon hun plicht.
          Zij verdrijven de Griekse landingstroepen vanuit de 50 triëren en ijlen
          vervolgens in zuidoostelijke richting langs de kust. Zij zullen op tijd
          komen om de Italiaanse Grieken ten zuiden van de heuvel van Apollo op te
          vangen.

Diodorus van Sicilië Boek XIII 110
Toen de vloot haar orders uitvoerde op het juiste tijdstip, snelden de Carthagers te hulp naar die sector in een poging om de aanvallers uit de schepen af te slaan; en in feite was dat deel van het kamp, die de Carthagers hadden ingericht, niet beveiligd en dit lag langs het strand. En op dit moment vielen de Italische Grieken, die de hele afstand langs de zee hadden afgelegd, het kamp van de Carthagers aan, dat door de meeste verdedigers was verlaten om hulp te bieden tegen de schepen en zij (de Italische Grieken) deden de hier achtergebleven troepen op de vlucht slaan en wisten het kamp binnen te dringen. Bij deze stand van zaken keerden de Carthagers met het grootste deel van hun troepen terug en na een zwaar gevecht werden zij (de Italiaanse Grieken) die binnen de gracht waren binnengedrongen er weer uit geworpen. De Italische Grieken, overweldigd door de menigte van de barbaren naderden toen zij zich terugtrokken de dichtbijzijnde hoek van de palisade en er werd hen geen hulp geboden; want de Siciliaanse Grieken, die oprukten door de vlakte, kwamen te laat en de huurlingen met Dionysius hadden moeite om hun weg door de straten van Gela te vinden en konden dus niet zoveel haast maken, als ze wel wilden. De Geloërs, die enigszins oprukten uit de stad, gaven hulp aan de Italische Grieken over slechts een korte afstand, want zij waren bang om de muren onbewaakt achter te laten en daardoor kwamen zij te laat om hulp te bieden. De Iberiërs en de Campaniërs, die in het leger van de Carthagers dienden, vielen de Italische Grieken met grote kracht aan en doden duizend man van hen. Maar, aangezien de bemanning van de schepen de achtervolgers met een regen van pijlen op een afstand hielden, kon de rest veilig in de stad terugkeren.

          De Campaniërs en Iberiërs vangen ook de aanval van de Italiaanse Grieken
          op, die op de heuvel van Apollo nog net op tijd kunnen onderscheppen.
          Daardoor blijft het kamp van Himilco een aanval vanuit het zuiden
          bespaard. Wel hebben de Libyërs ten oosten van het legerkamp de grootst
          mogelijke moeite om de aanvallende Siciliaanse Grieken buiten de deur te
          houden. Dionysius met zijn huurlingen ploetert ondertussen door de nauwe
          straten van Gela om ook bij het slagveld te geraken. Dat gaat echter
          veel minder snel dan verwacht. De Italiaanse Grieken keren terug naar
          Lindioi, maar moeten 1000 gevallenen achterlaten.

Diodorus van Sicilië. Boek XIII 110 vervolg:
In het andere deel hadden de Siciliaanse Grieken de Libyërs aangevallen, die hen weerstonden, maar zij (de Siciliaanse Grieken) sloegen velen van hen neer en achtervolgden de rest tot aan het kamp; maar toen de Iberiërs en de Campaniërs en ook nog de Carthagers de Libyërs te hulp kwamen, trokken zij zich terug in de stad, waarbij zij 600 mannen verloren. En de ruiterij, die de nederlaag van hun kameraden hadden gezien, trok zich eveneens terug in de stad, omdat de vijand hen zwaar aanviel. Dionysius was maar net uit de stad en zag, dat zijn leger verslagen was en voorlopig trok hij zich terug binnen de muren.

Diodorus noemt de legeraanvoerder van de Carthagers overigens de ene keer Himilcon en de andere keer Himilcar. Het moet echter om een en dezelfde persoon gaan.

          De Iberiërs en Campaniërs verslaan de Italiaanse Grieken dus volledig en
          hun storm is nog niet uitgewoed, want terugkomende in het kamp bij
          Himilco worden ze onmiddellijk weer ingezet in een massale aanval van de
          gehele Carthaagse strijdmacht tegen de Siciliaanse Grieken, die in grote
          wanorde op de vlucht slaan.
          De veldslag is voor de Grieken op drie afzonderlijke strijdperken
          verloren gegaan. Ook de aankomst van Dionysius met zijn huurlingen kan
          daar niets meer aan veranderen, want in een furieuze vloedgolf lopen de
          Carthaagse strijdkrachten nu storm tegen Gela zelf. De te laat
          opererende ruiterij van Dionysius moet ook het slagveld ruimen en
          waarschijnlijk valt ook het legerkamp van Dionysius in de handen van de
          Carthagers. Dionysius wacht in Gela tot het donker wordt en verdwijnt
          dan spoorslags terug naar Syracuse. Onderweg geeft hij aan de inwoners
          van Camarina opdracht om zich ook in Syracuse in veiligheid te brengen.
          Gela en Camarina worden als opgegeven beschouwd.

          Opmerkelijk is de rol van de Iberiërs en de Campaniërs, die in drie
          achtereenvolgende gevechten zo'n uiterst belangrijke rol hebben
          gespeeld. Alleen door hun optreden kon Himilco zo'n grote overwinning
          bevechten.
          De burgers van Gela geven de moed nu op en trachten zoveel mogelijk nog
          te vluchten. Gela was de vierde grote stad van de Grieken op Sicilië,
          die moet buigen voor de opmars van de Carthagers. Himilco beheerst nu
          meer dan de helft van Sicilië. In een korte rustperiode worden de
          verdedigingswerken van Gela ontmanteld. Daarna wordt de opmars naar
          Syracuse voortgezet. Kennelijk wil men het pleit eens en voor altijd in
          Syracuse beslechten en ze gaan nog niet over tot een vredesaanbod, zoals
          te doen gebruikelijk.

          Dan gooit het uitbreken van een pestepidemie roet in het eten van de
          plannen van Himilco. Volgens Diodorus (XIII 114,2) zou de helft van het
          Carthaagse leger hieraan ten gronde zijn gegaan. Nog erger is, dat de
          epidemie zich naar Noord‑Afrika uitbreidde.
          Verder zijn er niet goed verifieerbare berichten van krijgslisten door
          Maharbal, Pericles en/of Himilco bij verschillende auteurs (Polyainos,
          Frontinius).
          Dan pas is de tijd gekomen om over een vrede na te denken.
          Vooralsnog staat Himilco met restanten van zijn leger al in Camarina en
          spoedt Dionysius zich naar Syracuse. De ruiterij van Syracuse en de
          inwoners van Camarina overstelpen hem echter met verwijten en een
          revolte dreigt tegen de dictator.

                  HALAISA
                  Opmerkelijk is het bericht uit deze tijd van Diodorus
                  (XIV 16,4), dat Himilco aan de noordkust van Sicilië
                  de meest oostelijke Punische nederzetting stichtte, of
                  althans een steunpunt inrichtte.
                  Deze had de naam Halaisa en is het huidige Castel di Tusa.
                  Wellicht is dan ook Kephaloedium (Cefalu) door de
                  Carthagers overgenomen.