dinsdag 17 maart 2015

113.De belegering van Syracuse.

          3.6.6.  De belegering van Syracuse.

          Dionysius heeft zich teruggehaast naar Syracuse om de stad weerbaar
          te maken. Op hun gemak plunderen de zegevierende vloot en legermacht van
          Himilco zuidwaarts langs Leontinoi, Megara en Thapsus op hun weg naar Syracuse.
          Overigens had direct na de zeeslag de mogelijkheid erin gezeten om
          Syracuse te verrassen. Met iets meer eigen initiatief bij de Carthaagse
          bevelhebbers was dat mogelijk geweest. In plaats van zich bij Catane te
          verenigen, had een groot deel van de Carthaagse vloot als eerste van wie
          dan ook Syracuse kunnen bereiken en daarmee misschien de stad hebben
          kunnen verrassen, namelijk precies op de manier als eerder in dat jaar
          bij Messana. De oorlog zou dan afgelopen zijn geweest. Nu zou hij steeds
          weer hernieuwd worden na kortstondige vredesaccoorden.
          Het is evenwel mogelijk, dat de zeeslag zoveel kracht kostte, dat toch
          eerst veel schepen gerepareerd dienden te worden en dat de bemanningen
          bij moesten komen van hun inspanningen. Hoe dan ook, de kans gaat
          voorbij en de Carthagers zullen Syracuse moeten belegeren om de
          beslissing af te dwingen.
          De meeste Siculische steden vallen Syracuse ondertussen af en niets
          lijkt een complete Carthaagse overwinning in de weg te staan. In het
          hartje van de zomer van 396 bereiken de strijdkrachten van Himilco
          Syracuse. Geheel zeker van hun zaak meren de Carthagers hun grote vloot
          af in de grote buitenhaven van Syracuse: de Daskon baai, terwijl het
          leger langs het fort Eurylaos ook de grote havenbaai bereikt. Een poging

          om via de Achradina binnen te dringen mislukt.

          Aan de monding van de Anapos wordt een Carthaags kamp opgeslagen,
          terwijl Himilco zijn tent plaatst bij het Olympieion op het Polychina.
          Een maand lang volgt er nu een plundering van de omgeving van Syracuse
          in waarschijnlijk de verwachting, dat Dionysius op gunstige voorwaarden
          zal ingaan. Hij doet dat niet in deze voor hem zo nadelige positie.
          Dan veroveren de Carthagers (of althans hun huurlingen) het Proasteion
          van de Achradina (het latere Neapolis) en plunderen daar de tempels van
          Demeter, Persephonè en Kore. Hierna volgt weer een periode van
          uitvallen, plunderingen en schermutselingen. Het wordt herfst en nog
          steeds is er geen uitzicht op het einde van de oorlog. Hierop besluit
          Himilco om zijn kamp te ommuren. Hij gebruikt daarvoor de grafzerken van
          de Griekse kerkhoven. Tevens bouwt hij drie forten, op het Polychina en
          ter linker‑ en rechterzijde van de Dasconbaai, waarin zijn vloot ligt.

          Dionysius vraagt overal in de Griekse wereld om hulp en krijgt die
          vanuit vooral de Pelopponesos. Die sturen zo'n dertig schepen, die na
          een kort en fel zeegevecht Syracuse kunnen bereiken. Bij dit gevecht
          zouden ongeveer twintig Carthaagse schepen verloren zijn geraakt. Het is
          inmiddels winter geworden en het jaar 396 breekt aan. In de barre
          winterse omstandigheden daalt de stemming in het kamp van Himilco soms
          ook letterlijk onder nul. Daarbij komt ook nog eens een pestuitbraak,
          die het grote leger van 397 danig aantast. Niettemin zet Himilco de
          belegering voort, maar dat had hij zo langzamerhand beter kunnen
          opgeven, want de positie van Dionysius wordt alsmaar sterker, terwijl
          Himilco's leger voortdurend aan kracht inboet.
          Gegeven deze situatie had Himilco beter zijn overige posities in Sicilië
          kunnen consolideren, alhoewel een terugtrekking van Syracuse bepaald
          geen florissante indruk op de Siculiërs gemaakt zou hebben. Het is een
          situatie, waarmee de Carthagers geen weg weten. Na een aantal
          overwinningen zijn de Carthagers best bereid om over een vrede te
          praten, die niet eens zo erg ongelukkig voor de tegenpartij behoeft te
          zijn. Desondanks blijft de goeddeels verslagen vijand doorgaan. Later
          zal Hannibal Barcas iets dergelijks ook met de Romeinen meemaken. Ook
          hij verslaat de tegenstander desastreus, maar die is niet bereid om over
          vrede te praten. De enige oplossing in dergelijke oorlogssituaties is om
          dan de complete vernietiging van de vijand na te streven. Alle krachten
          hadden dan ook op Rome zelf ingezet moeten worden en zo had Himilco in
          396 d.m.v.niet‑aflatende aanvallen van het leger en de vloot moeten
          proberen de beslissende slag te slaan. Maar, we kennen gewoon niet alle
            omstandigheden in die situaties, waardoor gepleegde handelingen of niet
            ondernomen acties ons nu niet geheel logisch overkomen.

                  De mededeling van Ephorus, dat 208 oorlogsschepen en 1000
                  transportschepen van de Carthagers de Dasconbaai binnenlopen,
                  is erg twijfelachtig. Zo'n grote transportvloot was niet
                  niet verzameld, aangezien het leger over land kwam. Ditmaal
                  is het aantal oorlogsschepen waarschijnlijk wel bij benadering juist.

                  De uitgestrekte murenstelsels van Syracuse tot aan het fort
                  Euryalos, maken een complete insluiting door een belegerend
                  leger vrijwel onmogelijk. Himilco kiest dan ook voor aanvallen
                  vanuit vooral de zuidzijde, terwijl hij daarnaast het achter‑
                  land van Syracuse tracht te beheersen.

          Het moest echter lopen, zoals het liep, want Himilco was de
          vertegenwoordiger van een volk, dat eigenlijk vrede wilde, terwijl
          Dionysius niets anders dan oorlog wilde om zijn macht te handhaven of
          nog te vergroten. Een vredesverdrag paste daar alleen in, als het
          gunstig voor hem uitpakte, of als pauze in de aanloop naar een volgende
          oorlog.
                                                                                                                      *)
          Op een gegeven moment voelt de Griekse dictator zich zo sterk, dat hij
          een grootscheepse uitval waagt, die wel erg gecompliceerd is (zoals bij
          Gela), maar ditmaal gelukt het goeddeels. In de nacht varen 80 schepen
          van Syracuse de Dasconbaai in. Deze steken zoveel mogelijk de Carthaagse
          schepen in brand. Dat lukt maar gedeeltelijk, maar het zorgt wel voor de
          nodige verwarring. Verder vinden er twee schijnaanvallen plaats: een bij
          de tempel Kyana en een vanuit het westen door 1000 huurlingen en de
          ruiterij van Syracuse. De hoofdaanval vindt plaats op de Polychnia.
          De bewuste 1000 huurlingen worden willens en wetens opgeofferd, want de
          ruiterij, die hen begeleidt, trekt zich bij een Iberische tegenaanval
          terug om zich naar de Polychnia te begeven. De 1000 huurlingen worden
          door de Iberiërs afgeslacht.
          De aanval op Himilco's kamp loopt dood. Het is maar goed, dat hij het
          aan alle kanten heeft laten ommuren. Wel is Himilco nu aan alle zijden
          omsingeld. De Siculiërs zijn naar alle kanten weggevlucht, terwijl de
          Iberiërs geïsoleerd bij de tempel van Kyana staan. Over het lot van zijn
          drie forten verkeert Himilco in onzekerheid, terwijl hij weet, dat
          tenminste een deel van de vloot vernietigd.
          Nu de omstandigheden zo ten gunste van Dionysius zijn veranderd, wil hij
          wel onderhandelen. Ook Himilco heeft daar wel oren naar in deze onzekere
          situatie en dat alles zal ten koste gaan van in eerste instantie de
          Libyërs.

          Himilco en Dionysius komen in het geheim tot een overeenkomst. In de
          vierde nacht na de Griekse uitval mogen de Carthagers en Feniciërs
          vertrekken. Alle anderen moeten achterblijven en Himilco moet 300
          talenten zilver betalen. Dionysius laat zich tot deze overeenkomst
          verleiden, omdat een totale overwinning op Himilco hem waarschijnlijk in
          Syracuse overbodig zou maken.

                  Himilco weet het hoofdkamp, het scheepskamp en één van de
                  opgerichte forten te behouden. In de vierde nacht vaart
                  Himilco met de Carthagers en de Feniciërs weg na de geheime
                  afspraak met Dionysius. Wanneer dat gebeurt slaan de Corinthiërs
                  alarm, waarop Dionysius wel in actie moet komen, wil hij nog
                  geloofwaardig blijven bij de Syracusers. Hij vertraagt de
                  reactie echter zoveel mogelijk, maar kan niet verhinderen, dat
                  met name de Corinthiërs de achterhoede van de gevluchte
                  Carthaagse vloot nog achterhalen en enige schepen buitmaken.

            DE IBERIëRS
                  Een verhaal apart zijn de Iberiërs. Voor hen is geen plaats
                  meer op de vloot, want begrijpelijk denkt Himilco eerst aan
                  zijn eigen landgenoten, die uit dit wespennest samen met de
                  vloot moeten zien weg te komen.
                  Het is ook geen wonder, dat de Iberiërs hem dat zeer kwalijk
                  nemen. De Iberische troepen waren in de strijd op Sicilië
                  altijd een van de grootste steunpilaren geweest voor de
                  Carthagers en zij hadden ook een hoge reputatie.
                  Wanneer dan ook Dionysius voor de keuze wordt gesteld om,
                  ofwel hen in dienst te nemen als huurlingen, ofwel met hen
                  een strijd aan te gaan tot de laatste man, dan is de keuze
                  voor Dionysius niet zo moeilijk meer. Aan getrouwe huurlingen
                  heeft hij altijd behoefte.

          De Libyërs en andere huurlingen zijn het kind van de rekening. Zij
          worden "en masse" afgeslacht, tot slaaf gemaakt e.d. Alleen de Iberiërs
          ontspringen de dans. Daarmee eindigt de belegering van Syracuse in een
          grote nederlaag voor Carthago. En dat, terwijl de overwinning zo nabij leek.
          Toch is de oorlog nog niet afgelopen. De Carthagers trekken zich terug
          op hun westelijke helft van het eiland. Tot een grote opleving van de
          vijandelijkheden komt het nu ook weer niet, want Dionysius heeft de
          handen vol om orde op zaken te stellen in zijn eigen gebied. Bovendien
          zou hij mogelijk in een orakel geloofd hebben, dat hem meedeelde nooit
          groter te worden, dan degenen, die eigenlijk sterker waren dan hij, want
          dan zou hij sterven. Vast staat wel, dat Dionysius met name in deze
          periode minder tegen de Carthagers in actie kwam, dan van hem verwacht
          mocht worden.

ncfps