dinsdag 2 september 2014

56.De eerste nederzettingen.

          1.4.    De eerste nederzettingen.
 
          De  activiteiten  van  de  Feniciërs  beginnen  met  voorzichtige   en
          onregelmatige landingspogingen op  de  Noord‑Afrikaanse  kusten.  Daarna
          volgen permanente handelsposten, maar pas na enige tijd komen de  eerste
          grotere nederzettingen tot stand. Dat laatste moet zo ongeveer rond 900 v.C
          gebeurd zijn. Vaak vinden we Fenicische nederzettingen bij kapen of in
          de directe nabijheid van zoutpannen. Dat zout was vooral van belang voor
          de visvangst. De Feniciërs zouten hun vis om het langer goed te kunnen
          houden. Volgens Griekse en Romeinse overleveringen zouden  Utica,  Gadir
          en Lixus reeds in de 12e of  11e  eeuw  gesticht  zijn.  De  opgravingen
          aldaar laten tot nu toe daarentegen vondsten zien van 3‑4  eeuwen  later
          op zijn minst. De aard van de Fenicische kolonisatie  zou  hier  debet
          aan  kunnen  zijn.  De  factorijen  waren   namelijk   zeer   klein   en
          provisorisch. De Feniciërs gingen ook  niet  als  een  eiland  in  een
          vreemd gebied wonen, maar vermengden zich  ook op  den  duur  juist  met  de
          aanwezige bevolking. Echt pure Fenicische vondsten  zijn  mede  daarom
          moeilijk uit de beginperiode te achterhalen. Dat wordt  anders,  als  de
          diverse provisorische handelsposten een paar eeuwen later  echte  steden
          gaan worden.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
                  THUCYDIDES:
                  "Er woonden echter ook Feniciërs rondom geheel Sicilië op
                   voorgebergten bij de zee, die zij bezet hadden en op voor de
                   kust gelegen kleine eilanden om handel met de Siculiërs te
                   bedrijven."
 
 
 
Map 5.8.Phoenicians of the West, Rhys Carpenter, American Journal of Archeology 1958.
 
Map 5.9.Phéniciens et Grecs dans l’extrême occident, P.Bosch-Gimpera, La nouvelle Clio blz 269-296.
 
Map 19.5.The Western Phoenicians, C.R.Whittaker, Churchill College Cambrigde.
 
          1.4.1.  Het aantal nederzettingen.
 
          Diodorus van Sicilië vermeldt ons hierover:"De Feniciërs, die, sinds
          lange tijd onophoudelijk handel en scheepvaart  bedrijven,  hebben  vele
          kolonies gesticht op de kusten van Libyë en een zeker aantal  andere  op
          de westelijke gedeelten van Europa."
          Onder Libyë werd toendertijd geheel Noord‑Afrika ten westen  van  Egypte
          verstaan. Inderdaad moeten de  steunpunten  van  de  Feniciërs  op  de
          Noord‑ Afrikaanse kust talloos geweest zijn. Om  de  dag  varen  was  er
          altijd wel een post, waar het schip op strand getrokken kon  worden,  of
          (maar dat kwam veel minder voor!) in  een  veilige  haven  geankerd  kon
          worden. Typerend is de z.g."Rus"kust in het  huidige  Algerije.  Op  een
          afstand van nog geen 200 kilometer tussen Algiers en Bougie  liggen  een
          groot aantal zeer waarschijnlijke  Fenicische  plaatsen  van  origine,
          wier  naam  met  "Rus"  begint  en  dat  betekent  in  het   Fenicisch
          voorgebergte of kaap.
 
          tabel 2.Voorbeelden van kaapnederzettingen
          Rusguniae       nabij Icosium (Algiers)
          Rusubicari      nabij Zemmouhri
          Rusuccuru       ten oosten van Djenet
          Rusippisir      nabij Tigzirt
          Rusazus         ten oosten van Rusippisir/Azeffoun
 
          Als dit maatgevend zou zijn voor de gehele Numidische kust (ca.1000 km),
          dan vinden we al een getal van 25 nederzettingen op dit gedeelte  alleen
          al. Maar ook de Tunesische en Libysche kust werden goed bedacht, terwijl
          er aantoonbaar ook in Mauretanië handelsposten werden opgericht. Het  is
          niet overdreven om aan te  nemen,  dat  er  minstens  tegen  de  honderd
          Fenicische nederzettingen op de Noord‑Afrikaanse kust  geweest  moeten
          zijn. Op de vestigingen in Spanje, de Balearen, Sardinië en Sicilië  zal
          later worden ingegaan.
 
          1.4.2.  Stichtingsdata.
 
          Hier  is  veel  verwarring  over.  ondanks  de  tamelijk  gedetailleerde
          overleveringen. Hier volgen er een paar:
 
          Strabo:             "Veel kolonies zijn gesticht kort na de val  van Troje."
          Aristoteles:        "Utica werd 287 jaar voor Carthago gesticht."
          Velleius Paterculus:"De Tyrusvloot sticht 80 jaar na de val van Troje tijdens de terugkomst
                                   van de Heracliden op de  Pelopponesos, Gades en enige jaren later Utica."
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
                  Alleen de volwaardige grotere zeenederzettingen
                  ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                  land               getraceerde     vermoedelijke        totaal
                  streek*            nederzettingen  nederzettingen
                  ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                  Grote Syrte              5             ?                 5
                  Kleine Syrte            12             3                15
                  Byzacium                13             2                15
                  Zeugitanië              10             ?                10
                  Numidië                 17             8                25
                  Mauretanië              12             8                20
                  Keltiberië              13             7                20
                  Sardinië                10             5                15
                  Sicilië                  7            13                20
                  Overig                  19            11                30
                  ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                  Totaal                 118+?          47+?             175+?
 
                  Per kust heeft de dichtheid van nederzettingen duidelijk
                  gevarieerd. Dat is afhankelijk van de drukte van bevaren langs
                  de kust. de fysisch‑geografische omstandigheden e.d.
                  Zie voorts hoofdstuk 6 van Deel Drie.
 
                  * De benaming stamt uit latere perioden.
 
 
We worden overigens om de paar jaar verblijd met de ontdekking van een nieuwe Fenicisch nederzetting, zodat bovenstaand overzicht nu (2006!) al weer een beetje achterhaald is!
 
Map 17.1.The Geography of Strabo, H.L.Jones, London/New York 1917.
          Plinius de Oudere:          "De tempel van Apollo te Utica is in 77 precies 1178 jaren oud."
          Philistos v Syracuse:      "Carthago werd gesticht door de Tyriërs Azoros en
                                               Kardechon." Dat correspondeert met het jaar 803 van
                                               Abraham (=1213 van onze tijdrekening).
          Eudoxus v Cnidië:          "Carthago is gesticht even voor de Trojaanse  oorlog."
          Titus Livius:                    "Carthago werd in 750 gesticht."
          Appianus:                                  "Carthago werd in 750 gesticht."
          Cicero:                                      "Carthago werd in 600 gesticht."
          Denys v Halicarnassus:              "Carthago werd 38 jaren voor de eerste Olympische
                                               spelen gesticht."
          Timeon v Sicilië:             "Carthago werd 38 jaren voor de eerste Olympische spelen
                                               gesticht."
          Veleius Paterculus:         "Tussen de stichting van Rome en Carthago zit ongeveer 65
                                                jaren."
          Josephus:                      "Carthago werd 156 jaren na de troonsbestijging van Hiram I
                                               gesticht."
          Justinius:                       "Carthago werd 72 jaren voor Rome gesticht."
          Menander v Ephesus:     "Er zitten 155 jaren en 8 maanden tussen het begin van de
                                               regering van Hiram en het 7e regeringsjaar van Pygmalion."
 
          De Olympische spelen werden voor het eerst  officieel  gehouden  in  het
          jaar 776. Hiram van Tyrus besteeg in 969 zijn troon en Rome werd in  753
          gesticht. Troje viel voor de Grieken tegen het eind van de 12e eeuw.
          Al deze verschillende mededelingen en tijdstippen geven toch een bepaald
          patroon te zien. Over het algemeen wordt nu wel aangenomen, dat  
          Utica, Gadir (=Gades) en Lixos omstreeks 1100 werden verkend en dat  het
          pas een eeuw of twee  later  tot  volwaardige  nederzettingen  kwam.  De
          eerste archeologische vondsten stammen pas uit  de  10e  eeuw.  Carthago
          werd in ca.850 verkend. Alleen Cicero (600) en  Philistos  (1200)  geven
          wel erg afwijkende meningen t.a.v. de stichting van Carthago. De  eerste
          archeologische vondsten van Carthago stammen uit de 8e eeuw.
 
Voor een gedetailleerder overzicht wordt verwezen naar:
Map 20.2 L'expansion           G.Bunnens         Institut historique belge
     phénicienne en méditerrannée            de Rome 1979 deel XVII
     Essai d'interprétation fondé sur une analyse des traditions littéraires
 
      XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
              MENANDER van EPHESUS
              Deze auteur uit de oudheid is zelfs tot op de maand naar zijn
              zeggen nauwkeurig, wanneer hij beweert, dat er 155 jaren en 8
              maanden zitten tussen het begin van de regering van Hiram en het
              zevende regeringsjaar van Pygmalion, waarin Elisja wegvluchtte.
 
ZIE:ATLAS VAN DE FENICISCHE EN PUNISCHE STAMMEN, STEDEN EN VOLKEN.
                Kaart 25A.Het begin van Carthago (814 v.C/mid 8e eeuw v.C).
                Kaart 25B.De omgeving van Carthago (ca.800 v.C).
              DE EERSTE ARCHEOLOGISCHE VONDSTEN:
              Deze stammen uit de tijd omstreeks 1000. Voor Sardinië betreft dat
              de 9e eeuw. Voor Carthago eerst pas in de 8e eeuw. Op Sicilië, in
              Spanje, Mauretanië en op diverse kleinere eilanden zijn eveneens
              vondsten bekend vanuit de 8e eeuw.
Overigens vinden steeds nauwkeuriger tijdsbepalingen plaats, waardoor de dateringen langzaam opschuiven naar een nog verder weg gelegen verleden!
          1.5.    Legenden.
 
          De Feniciërs zijn niet de enigen geweest, die  de  kusten  van  Noord‑
          Afrika hebben bezocht en geëxploreerd. Voor hen zullen waarschijnlijk de
          Kretenzers ook wel expedities hebben uitgestuurd.  Een  aantal  legenden
          veronderstellen echter te veel in dit opzicht. Oude Punische geschriften
          zouden het hebben over een leger van Hercules in Spanje, dat  uiteenvalt
          ("qui regis Hiempsalis decibantur"). Tot dat leger zouden Perzen,  Meden
          en Armeniërs hebben behoord,  die  via  Afrika  naar  het  Midden‑Oosten
          zouden zijn gegaan. Het is nogal twijfelachtig. Deze  overlevering  komt
          dan ook uit de zoveelste hand.
          Er worden  verschillende  niet‑steekhoudende  verklaringen  gegeven.  Zo
          zouden de Mauren eigenlijk de Meden zijn en de Pharusiërs  in  feite  de
          Perzen. Een ander waarschijnlijk verzinsel heeft het over  de  Hebreërs,
          die o.l.v. Mozes uit Egypte wegvluchtten en die door de koning, die over
          de hele Levant regeerde naar Libyë  en  Numidië  gestuurd  worden.  Deze
          legende zou enigszins gestaafd kunnen worden door  de  vondst  van  twee
          stèles ten zuiden van Constantine, waarop het volgende te lezen staat:
          "Wij zijn degenen, die gevlucht zijn, ver van het gezicht van de schurk 
           Jesus, zoon van Navé." *
          Een paar eeuwen later zou deze bevolking door de Carthagers zijn over‑
          gebracht naar Mauretanië.
          In Mauretanië komen we dezelfde inscriptie tegen in Tingis (nu Tanger):
          "Wij zijn degenen, die gevlucht zijn voor  de  schurk  Josue,  zoon  van  Navé".
          Althans volgens Procopius zou in zijn tijd (5e eeuw na Chr)  deze  tekst
          nog te lezen zijn geweest op twee kolommen, die  de  Feniciërs  aldaar
          zouden hebben opgericht. Inderdaad hebben  de  Feniciërs  de  gewoonte
          gehad om op voor hen markante plaatsen pilaren op  te  richten.  Het  is
          goed mogelijk, dat dat ook in Tingis is gebeurd.
          Een andere beroemde legende gaat  over  de  koningsdochter  Elisja,  die
          Carthago  gesticht  zou  hebben.  Daarop  wordt  nader  ingegaan   onder
          paragraaf 1.19.1. Deze legende heeft zeker wel een grond  van  waarheid.
          De Romeinen zullen later de stichtingslegende van Carthago verwerken  in
          de eigen literatuur en er dan de namen van Aeneas en Dido aan verbinden.
          Wat te denken verder van het verhaal van de koning van Tartessië.  Geron
          of Géryon, dat later verbasterd werd naar  Hieron.  Hij  zou  overwonnen
          zijn door Heracles. De dochter van Geron zou Erythia zijn en  haar  zoon
          Norax zou dan weer Nora op Sardinië hebben gesticht.
 
Zie bovendien: BOEK VIJFTIEN par.11.Sagen, legenden en mythen.
 
          XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX
 
          * : Zie:"Histoire Ancienne de l'Afrique du Nord" van S.Gsell, deel 1.