donderdag 22 januari 2015

84.De Feniciërs op Sicilië.

          2.7.5.  De Feniciërs op Sicilië.

          Het is vrij aannemelijk, dat de Feniciërs  gedurende  lange  tijd  hun
          factorijen veelal samen  met  de  Sicaniërs,  Elymiërs  en/of  Siculiërs
          beheerden. Van Motya, Drepanum, Eryx, Heircte, Solus, Panormus, Mondello
          en Thermai is  aangetoond,  dat  er  naast  de  inheemse  bevolking  ook
          Feniciërs aanwezig waren.
          Van Xiphonia, Thapsos, Ortygia, Mylae, Cephaloedium, Charybdis,  Zancle,
          Minoa, Pachynos  en  Inykon  is  het  waarschijnlijk  (vanwege  o.a.  de
          voortreffelijke ligging), dat zij in  handen  van  de  Feniciërs  zijn
          geweest, voordat de Grieken "en masse" arriveerden. Een van de Liparische
          eilanden draagt zelfs de Fenicische naam!
          Daarop trekken de Feniciërs  zich  terug  naar  de  westpunt  van  het
          eiland. Als laatste geven ze hun posten op  te  Minoa  en  Thermai.  Dat
          gebeurt om en nabij de stichting van het Griekse  Himera  en  Selinunte.
          Deze nieuwste kolonies komen wel erg dicht  bij  het  brandpunt  van  de
          Fenicische invloed op Sicilië (Motya/Panormus).
          Mogelijk trekken niet alle Feniciërs uit het oosten en het zuiden  van
          Sicilië zich terug, want in Syracuse  bijvoorbeeld  is  sprake  van  een
          grote  groep  vreemdelingen  bij  de  vestiging  van  die   stad.   Deze
          vreemdelingen  worden  Metokoi  genoemd  en  zij  bedrijven  de  handel!
          Mogelijk zijn het reeds aldaar gevestigde Feniciërs en/of Siculiërs.
          Het moet niet worden uitgesloten, dat in het begin de Feniciërs zelfs behulpzaam zijn
          geweest bij de eerste stichting van de Griekse nederzettingen. Zo zou bij Gela een
          Fenicische piraat een rol gespeeld hebben (Zenobia I 54).
          Rond 600 hebben de Feniciërs nog  maar  een  paar  plaatsen  over  op
          Sicilië. Verder kunnen ze niet terug, willen ze niet alles op het eiland
          verliezen.
          Tijdens deze eeuw van gestage terugtrekking naar de westpunt, worden  de
          resterende posities steeds sterker. Van  factorijen  zijn  het  complete
          steden geworden.  Vanaf  ca.600  wordt  ieder  verder  Grieks  opdringen
          consequent in de kiem gesmoord. In het begin gaat het nog  goeddeels  op
          eigen kracht met behulp van vooral de Elymiërs, maar later  moet  steeds
          vaker de hulp van Carthago worden ingeroepen.

          De overgebleven  steunpunten  zijn  Motya,  Drepanum,  Eryx*,  Heircte*,
          Panormus (ofwel waarschijnlijk Machanath en niet Ziz) en   Solunte/Solus
          (ofwel  Kepher).  Daarnaast  worden  de  Egadische  eilanden   voor   de
          scheepvaart gebruikt.
          De  Elymiërs  hebben  zich  vooral  in  Egesta  verschanst,  terwijl  de

          Sicaniërs vooral Halykiai en Hykkara als toevluchtsoorden hebben.

          Zie:
          S Moscati     "Nuove scoperti sui fenici in Italia" ‑Societa nazionale
                                di Scienze, lettere e arti in Napoli.
          E A Freeman   "History of Siciliy", Oxford‑Clarendon press.
          C R Whitaker  "The Western Fenicians, colonization and assimilation"
                                 in Churchill College, Cambridge p.58