vrijdag 23 januari 2015

90.Alalia

          2.11.1. De zeeslag bij Alalia.

          Toen de Lydiërs en daarna de  Perzen  definitief  de  Phokeërs  van  het
          vasteland van Klein‑Azië verdreven en de verdrevenen  geen  plaats  meer
          vonden op de voor kust liggende  Egeïsche  eilanden,  kwam  de  zoveelste
          Griekse emigratie op gang naar het westen van de Middellandse  zee.  Zij
          voegden zich bij hun landgenoten te Alalia op een dermate grote  schaal,
          dat gevreesd moest gaan worden voor het behoud van Corsica.
          Deze ontwikkeling deed in ieder geval een alarmbel klinken in  Caere  en
          in Carthago. Zestig schepen uit het land der Etrusken en zestig  schepen
          uit Carthago werden op Alalia afgestuurd. Ook de  Phokeërs  zouden  zo'n
          zestig schepen gehad hebben. In dezeeslag, die volgde, legden zij het af
          tegen de gecombineerde strijdmacht van  120  Etruskische  en  Carthaagse
          schepen. Geen wonder, de overmacht  was  natuurlijk  te  groot  voor  de
          Grieken. Desondanks vermelden sommige Griekse bronnen, dat  de  Phokeërs
          de overwinnaars zouden zijn, maar zij zouden zo zwaar verzwakt zijn, dat
          de positie te Alalia toch opgegeven moest worden. Inderdaad werden  zo'n
          twintig  schepen  van  de  Phokeërs  tot  zinken  gebracht,  terwijl  de
          overblijvende schepen hun landgenoten uit  Alalia  evacueerden  o.a.naar
          Zuid‑Italië. Daar in een voor de Grieken wat veiliger omgeving  stichten
          ze dan de stad Elea.
          De gevangen genomen Grieken werden naar  Caere  gebracht  en  gestenigd.
          Kennelijk  hadden  de  indringers  zoveel  haat  (o.a.door  zeeroverij?)
          opgeroepen, dat het volk van Caere zich wilde wreken.  De  inwoners  van
          Caere krijgen later spijt van hun wandaad, want later worden  nog  jaren
          lang offers gebracht en spelen georganiseerd ter ere van de gestenigden.
          De Etrusken nemen nu geheel Corsica in  bezit  en  het  verbond  met  de
          Carthagers wordt verstevigd.
          Het is een opmerkelijk staaltje van handelspolitiek  van  Carthago.  Men
          heeft geen direct belang bij Corsica, want dat eiland pikt de bondgenoot
          nu geheel in, maar men ziet het algemene belang van het terugdringen van
          de grootste concurrent wel degelijk. Carthago is in principe niet uit op
          vergroting van het landoppervalk, maar wel van vergroting of behoud  van
          de handelsmogelijkheden en dat laatste dreigde door de vestiging van  de
          Grieken op Corsica danig in het nauw te komen.  Ook  de  verbinding  met
          bondgenoot Caere, waarmee veel handel werd  gedreven,  was  erg  moeilijk
          geworden. In de antieke wereld heeft  de  overwinning  van  Carthago  en

          Caere grote indruk gemaakt.

Zie: C.Picard, L’essor de Carthage aux VIIe et Vie siècles, OLA 26, Brussel 1986.

Zie boek 120...WANT ZIJ ONTSTAKEN HET LICHT
Werner Keller, LaRivière en Voorhoeve NV, Zwolle.
De geschiedenis van de Etrusken, een mysterie ontsluierd.
i.e.v.v.Ilse Dorren. Relevante paragrafen in relatie tot
de Feniciërs en de Carthagers zijn:
Heersers over de zee, Toen 600 v.C aanbrak, Pact met
Carthago, Schaduw over het Etruskische rijk, Hannibal
knoopt relaties aan met Etrurië, Carthago en Griekenland
verslagen.

Map 12.18 = Boek 43. Mommsen, Roemische Geschichte, 1932, Phaidon Verlag Leipzig/Wien.
              ZEESLAG BIJ ALALIA ?
              Volgens B H Warmington in zijn boek "Carthage" zou de zeeslag
              bij Sardinië hebben plaats gevonden en zouden de Carthagers en
              Etrusken ieder 50 schepen geleverd hebben in plaats van de ge‑
              noemde 60. P Bosch‑Gimpera heeft het in "Phéniciens et Grecs
              dans l'Etrême‑Occident over Olbia als Phokees steunpunt. Na de
              nederlaag zou een deel doorgevaren zijn naar Massalia en vandaar
              naar Emporion (Ampurias), Alonis (Benidorm) en Leuké Akra
              (La Albugerata/Lucentum).

              Zie verslag van deze zeeslag vanuit Etruskisch gezichtspunt in:
               "   Want zij ontstaken het licht" (blz 154) van Werner Keller.