donderdag 22 januari 2015

86.Algemene situatie c.600 v.C

          2.8.    Algemene situatie rond 600.

          Vooral door de opkomst van Carthago blijft  het  opdringen  der  Grieken
          beperkt tot een halve ramp voor de Feniciërs. De totale  ineenstorting
          volgt pas, wanneer de Romeinen ten tonele verschijnen.
          In het oosten verheugt Fenicië  zich  in  een  kortstondige  vrijheid,
          wanneer  het  Assyrische  rijk  in  elkaar  is  gevallen.  Binnen  enige
          tientallen jaren zuchten de volkeren van het  oosten  alweer  onder  een
          nieuwe wrede dictatuur van de Nieuw‑Babyloniërs.
          Aan het einde van de 7e eeuw wordt de Fenicische monopoliepositie  bij
          Tartessië voor een moment doorbroken.  Het  is  de  Griek  Kolaios,  die
          vanuit Samos terecht komt bij de Tartessiërs en  er  handelsbetrekkingen
          mee afsluit. Na de Grieken van Samos komen ook de Phokeërs, die  aan  de
          oostkust van Spanje inmiddels steunpunten hadden ingericht. *
          De Tartessiërs hebben door gekregen, dat de Feniciërs  hen  uitbuiten,
          of althans, dat ze beter af zijn met meerdere handelspartners, die  tegn
          elkaar op moeten bieden. Hun grote koning  Arganthonius,  die  80  jaren
          geregeerd zou hebben, biedt de Phokeërs gastvrijheid aan. De zaken  gaan
          goed voor de Phokeërs, want ze nemen zoveel zilver mee  terug  naar  hun
          moederstad in Klein‑Azië, dat ze er een grote muur  voor  kunnen  bouwen
          rond hun stad.
          In deze tijd beleeft het rijk  van  de  Etrusken  (een  verzameling  van
          onafhankelijke steden) zijn grootste uitbreiding. Een groot deel van  de
          Povlakte en een deel van  Campanië  staan  onder  hun  gezag.  Rome  als
          onafhankelijke stad bestaat nog niet eens. Wel bemoeien  de  Etruskische
          Tarquiniërs zich met de streek door er moerassige dalen droog te leggen.
          De Grieken zijn nog overal in volle expansie, maar  krijgen  geleidelijk
          steeds serieuzer te maken met Etruskische en Carthaagse tegenstand.

          2.8.1.  Carthago rond 600.

          De oude factorij Kadmeia, Oinoussa of Kahkabé  is  uitgegroeid  tot  een
          wereldstad.  Kahkabé  betekent  "paardenhoofd".  Men  zou  dat  bij   de
          stichting daar gevonden hebben, ofwel het  slaat  op  de  vorm  van  het
          schiereiland. Eusebius vermeldt, dat Origo de oudere  stad  geweest  zou
          zijn, terwijl Movers de theorie poneert, dat Kambé, Kahkabé  of  Kahbabé
          eigenlijk eerst een kolonie van Sidon was. De nazaten van Elisja  hebben
          sinds de stichting omstreeks 800 niet stil gezeten. In twee eeuwen tijds
          is het de belangrijkste stad van de Westelijke Feniciërs geworden. Het
          sticht eigen kolonies, bijvoorbeeld op de Balearen en op  Sardinië.  Het
          achterland van Carthago wordt steeds meer onder controle gebracht.


          * Volgens Strabo zouden de Phokeërs drie kolonies en drie steden  achter  de rivier de Xucar gesticht hebben.

Het gebied tussen Ebro en Sagunto.
Deze kustvlakte is een strategisch belangrijk gebied. Vanaf de 7e eeuw blijkt uit de archeologische bevindingen, dat er contact was tussen deze streek en Ebusus en Feniciërs in Zuid-Spanje. Bijvoorbeeld in de plaatsen:
El Puig de la Nau = Benicarlo
Vinarragell = Burriana
Alric de les Cinc = Almenara
In het begin van de 6e eeuw worden Fenicische handelsposten opgeheven. Tussen 450-400 is er duidelijk sprake van een Punische invloed en Carthago neemt de posities langzaam over.

Peniscola
ONUSSA
Vlg.Schulten
La Jana
INTIBILI
40km zuid van Tortosa
Tortosa
DERTOSA

Amposta
HIBERA


Map 57.41  Evidence of the second Punic War in    A Oliver Foix
       Iberian Settlements South of the Ebro

          Carthago wordt gedomineerd door de belangrijke Byrsaheuvel. In het begin
          werden de schepen nog het strand opgetrokken, dat  het  dichtst  bij  de
          Byrsaheuvel ligt. Ook werden de schepen in de zeearm van Tynès geankerd.
          In de zevende eeuw werd de eerste  haven  gegraven.  Daarvoor  werd  een
          aanwezig lagune benut. Ook is de stad dan voorzien van  een  eerste  nog
          vrij lage bescherming naar de landzijde toe. De grote driedubbele  muren
          komen pas later en meer landinwaarts tot stand. Er zijn tenminste drie belangrijke
          tempels, n.l. allereerst die van Esjmoen, die ook op de Byrsaheuvel  een
          plaats  heeft  gekregen.  De  tempels  van  Baäl  en  Tanit  vinden   we
          respectievelijk aan de noord‑ en de westzijde van de haven.

          2.8.2.  De expansie van Carthago.

          Steeds veelvuldiger wordt de hulp van Carthago ingeroepen. Het is immers
          de rijkste en militair ook sterkste Fenicische  stad  geworden.  Gadir
          kan het in Spanje niet meer alleen bolwerken en Carthago schiet maar  al
          te graag te hulp. Tartessië wordt verwoest  en  de  zuilen  van  Melkart
          worden definitief gesloten voor de Grieken of welk ander zeevarend  volk
          dan ook. De Grieken worden uit Mainaké verdreven; hun, voor zover bekend,
          meest westelijke kolonie.
          Het komt tot een grote krachtmeting met Massalia.  Hemeroskopeion  *  en
          Dianion moeten de  Grieken  ontruimen.  Even  ten  zuiden  van  de  Ebro
          stichten de  Carthagers  Tyriche?  (het  huidige  Peniscola)  en  ook  de
          Balearen gaan in  hun  handen  over.  De  Balearen  worden  dan  nog  de
          Pythiusae of Gymnasische eilanden genoemd. Op het kleine Ibiza komt  het
          Carthaagse steunpunt Ebusos  Op Menorca komt de haven Mago in de 5e eeuw
          tot ontplooiing. Het hoofdeiland schijnt de naam Fenicia  gekregen  te
          hebben. De Grieken moeten de eilanden ontruimen, maar aan de kusten  van
          de Lanquedoc en de Rivièra krijgen de Carthagers geen voet meer  aan  de
          grond. De Fenicische factorij Ruscino 1) ter hoogte  van  het  huidige
          Montpellier wordt ontruimd.
          Bij een aanval op Massalia(?) zelf worden  de  Carthagers  in  een  zeeslag
          verslagen. Waar dat precies gebeurd is, is niet bekend. Hierna treedt er
          een status quo in, waarbij (stilzwijgend?) de Ebro als grens  tussen  de
          belangensferen van Grieken en Carthagers wordt gezien.
          Ook dichter bij huis ontplooit zich de expansie  van  Carthago.  Diverse
          plaatsen op de noordkust van Afrika komen onder de  bescherming  van  de
          steeds groeiende stad. Welke exact zo rond 600  tot  de  thallassocratie
          van Carthago zijn gaan behoren, is niet meer te achterhalen.


          * betekent:"Plaats, waar men de dag kan aanschouwen".

              EEN BESCHRIJVING VAN HET KARAKTER DER CARTHAGERS?
              De rol als kampioen van de Semietische beschaving in het
              westelijke deel van de Middellandse zee wordt de Carthagers
              niet in dank afgenomen door de Grieken en later nog minder
              door de Romeinen. De beschrijving van de Carthagers als
              volk door PLUTARCHUS munt dan ook uit door vooringenomen‑
              heid en afkeer van het Aziatische volk.

              "DE CARTHAGERS ZIJN EEN HARD EN SOMBER VOLK, ONDERDANIG
               AAN HUN REGEERDERS EN STRENG VOOR DE ONDERWORPENEN.
               ZIJ COMBINEREN EXTREME LAFHEID IN TIJDEN VAN GEVAAR
               MET WREEDHEID IN TIJDEN VAN BOOSHEID. ZIJ HOUDEN OBSTI_
               NAAT VAST AAN HUN BESLISSINGEN, ZIJN STUURS EN DOEN
               WEINIG AAN AMUSEMENT OF DE GENEUGTEN VAN HET LEVEN."

              Zeker met betrekking tot die lafheid valt er wel wat te
              twijfelen aan de uitspraak van Plutarchus, als we de drie‑
              voudige heroïsche strijd tegen Rome in gedachten nemen.
              Bovendien waren de Carthagers niet wreder dan menig ander
              volk in de oudheid.
              Van Sophonisbe (Cafonbaäl), de Carthaagse vrouw van Syphax
              aan het einde van de derde eeuw, is bekend, dat zij een
              uitstekende danseres en mucisienne was. Met het amusement
              viel het wellicht ook wel mee, alhoewel dat niet van één
              enkel voorbeeld is af te lezen. In de religieuze devotie
              is er wel sprake van een zekere somberheid.
              Een beeld van het karakter van de Carthagers als volk te
              schilderen, is niet zo gemakkelijk als Plutarchus ons wil
              laten geloven. Het is mogelijk veel genuanceerder dan
              zijn eenzijdige gekleurde negatieve visie.


Map 49.1.1. Fenicio o Punico o Cartaginesi, S. Moscati, Roma RSF XVI 1988.

Was er eigenlijk wel zoveel verschil tussen de Feniciërs, Puniërs en Carthagers?