vrijdag 23 januari 2015

88.Malchus + Phalaris

          2.10.   De periode van Malchus en Phalaris.

          Akragas was, zoals gezegd, de  laatste gestichte  grote  Griekse  nederzetting  op
          Sicilië. Binnen korte tijd maakt zich een tiran meester  van  de  macht.
          Het is Phalaris (570‑554), die berucht  is  geworden  met  zijn  bronzen
          stier, waarin hij zijn tegenstanders levend roosterde. Hij probeerde het
          martelwerktuig het  eerst  uit  op  de  uitvinder  ervan,  n.l.Perilaos.
          Phalaris deed meer dan alleen het blazoen  van  de  Grieken  op  Sicilië
          besmeuren. Hij breidt ook het gebied van  Akragas  steeds  meer  uit  en
          bereikt tenslotte de rivieren de Ecnomus en de Phintias.
          Ongeveer tezelfdertijd leeft in Carthago de veldheer Malchus. Een aantal
          Fenicische kolonies scharen zich  nu  ook  onder  de  bescherming  van
          Carthago, want op steun uit het moederland hoeven ze niet echt  meer  te
          rekenen. De hernieuwde tyrannie van  de  (Nieuw‑)Babyloniërs  maakt  dat
          vrijwel onmogelijk. Carthago gaat zich steeds meer opwerpen als kampioen
          van de overleving van de Fenicische elementen in het westen.
          Het opdringen van Akragas op Sicilië is de aanleiding  voor  het  eerste
          rechtstreekse ingrijpen  van  Carthago  op  Sicilië,  waarschijnlijk  op
          uitnodiging van Motya, Panormus en Segesta. Selinunte heeft  zich  nooit
          echt neergelegd bij de regeling van 580‑577. Deze stad  plundert  steeds
          vaker het grondgebied van Segesta en Malchus invadeert Sicilië  met  een
          behoorlijke strijdmacht. Hij bedreigt op zijn beurt  Himera  en  Akragas.
          Tot een veldslag komt het voor de muren van Selinunte. De strijdkrachten
          van Akragas, Himera en Selinunte staan hier tegen die van de Carthagers,
          Feniciërs en Elymiërs. Malchus overwint, maar hoe precies en in  welke
          mate is niet bekend. Wel is zeker, dat de lijken van de gevallen Grieken
          voor de muren van Selinunte blijven liggen, omdat de inwoners  van  deze
          stad het niet wagen om hen op te halen.
          Alleen Theron (zoon van Miltiades) krijgt tenslotte  van  de  Carthagers
          toestemming,  ofwel  heeft  de  moed  om  met  een  aantal  slaven   het
          begrafenis‑werk te doen. Theron heeft echter meer daden op het  oog.  In
          het geheim bewapent hij de meegekomen slaven. Overigens  hadden  die  al
          wapens, want ze kregen bijlen om bomen om te hakken voor  hout  voor  de
          verbanding van de lijken. Buiten de  stad  stelt  Theron  de  slaven  in
          vrijheid en weet hen over  te  halen  om  bij  verrassing  Selinunte  te
          veroveren. Theron wordt tiran van Selinunte, maar komt wel onder voogdij
          van de aangrenzende Fenicische en Elymische  steden.  In  ieder  geval
          horen we een tijdlang niets meer over een oorlogvoerend Selinunte.  Wel
          gaat de strijd met Himera en Akragas sudderend voort met een  serie  van
          kleinere gevechten.
          Malchus wordt na zijn Siciliaanse expeditie uitgestuurd  naar  Sardinië,
          maar hij lijdt daar  een  nederlaag  tegen  de  Sarden.  Zoals  te  doen
          gebruikelijk wordt  hij  daarvoor  gestraft.  In  dit  geval  wordt  het
          verbanning en daar zou hij eigenlijk best blij mee  mogen  zijn.  Latere
          falende bevelhebbers moeten het vaak met de  dood  bekopen.  Toch  neemt
          Malchus het niet en zeilt met het restant van zijn leger naar Carthago.

          Zonder veel tegenstand kan hij zich meester maken van de stad.
                  Bron Malchus: Justinius 18,7.

Segesta


Het dominante bouwwerk in deze plaats op Sicilië is de tempel. Deze is uitgevoerd in geel-bruin materiaal. In de lente 2 x 14 zuilen in Dorische stijl. In de breedte nog eens  2 x 6 zuilen. Totaal 36 zuilen. De hoogte van de zuilen bedraagt 4,80 meter (gemiddeld). De tempel is niet afgebouwd. Het dak werd er nooit op aan gebracht. Het is een unieke tempelbouw, die in technische zin afwijkt van de Griekse tempelbouw. De bouwmeesters waren dan ook geen Grieken, maar Elymiërs (een Siculische volksstam?). In 430 v.C(?) werd met de bouw begonnen.

Tijdens de Siciliaanse oorlogen in de oudheid kiest Segesta meestal de zijde van Carthago. Vanaf 454 v.C is er echter een aparte relatie en vanaf 416 een  bondgenootschap met Athene. Dat heeft ook zijn culturele uitwerking.
T.t.v.Agathocles werd de stad vreselijk geplunderd en werd de bevolking haast gedecimeerd en/of vervangen door andere bevolkingselementen.

Segesta ligt 300 meter boven de zeespiegel op 17 km afstand van Castellamare. De stad was in vrijwel voortdurend conflict met Selinus. In 410 v.C werd de plaats afhankelijk van Carthago en verloor zijn zelfstandigheid. In de 4e eeuw v.C moet de stad een bevolkingsaantal van c.10.000 mensen gehad hebben.
Op het hoogste punt van de stad (Barbaroberg) werd een Hellenistisch theater aangelegd met een doorsnede van 63 meter. Dit werd in de Romeinse tijd gereconstrueerd.

Zie:
-          Temple Building at Segesta, A.Burford, Classical Quaterly, Oxford band XI,
     1961, blz 87-93.
-          Ségeste et l’Hellénisme, R.van Compernolle, Phoibos, Brussel, band V, 1950-51, blz 183-228.
-          Artikel over Segesta in Map 67: Dr.Rudolf G.Adam, 74-A, Fernhill Road, Singapore 1025.

          De  Carthagers  dulden  een  tijdje  Malchus  en  wachten  een  gunstige
          gelegenheid af om hem omver te werpen. Iedereen past op zijn  tellen  om
          zich al te nadrukkelijk met hem te verbinden. Zelfs zijn  zoon  Carthalo
          vraagt eerst aan het volk of hij zijn vader mag ontmoeten. Carthalo komt
          net uit Tyrus, alwaar hij de giftplicht van Carthago voldaan heeft.  Nog
          in zijn religieuze kledij laat zijn vader hem  daarop  kruisigen,  omdat
          hij de toestemming van het volk heeft  gevraagd.  Of  het  werkelijk  zo
          gebeurd is, laat zich raden. Het verhaal laat wel de zwakke positie  van
          Malchus zien als machthebber. Een tiran wordt in Carthago  niet  geduld.
          Na  korte   tijd   volgt   gewoon   een   aanklacht,   veroordeling   en
          terechtstelling.

          Hierna  komen  in  Carthago  de  Magoniden  als  leidinggevende  familie
          bovendrijven. Dit is een aristocratische familie, die vele ondernemingen
          op touw zal zetten. Daarbij richten zij hun aandacht vooral op  Sardinië
          en Sicilië. Op dat laatste eiland  zijn  mogelijk sinds  de  laatste  oorlog  met
          Selinunte de plaatsen Mazara en Minoa (Ras Melkart) weer  als  steunpunt
          in gebruik genomen. Ondanks diverse schermutselingen tussen  de  diverse
          volken op het eiland, blijft er een zeker  status  quo  van  kracht.  De
          Griekse culturele  invloed  wordt  evenwel  groter.  Motya  heeft  reeds
          omstreeks 550  een  Grieks  bevolkingsdeel.  Ook  Segesta  ondergaat  de
          Griekse beschaving welwillend, maar stelt zich politiek achter  Carthago
          op.


                      De eerste ons bekende staatsgreep had geen
                      lang vervolg als tirannie. In elke volgende
                      eeuw zullen er nog telkens 1 of 2 volgen,
                      maar zij zullen allen na korte of langere
                      tijd geen resultaat hebben. Alleen de laatste
                      door Hasdrubal vlak voor het einde van de stad
                      houdt enige jaren stand.

                      MOTYA
                      Nogal wat archeologische vondsten hier gedaan, zijn
                      vergelijkbaar met die uit Noord‑Syrië. Met name met
                      die uit Al‑Mina en dat was een tijd lang een GRIEKSE
                      kolonie. De mogelijkheid is aanwezig, dat de Grieken
                      van Al‑Mina op een of andere manier in Motya terecht
                      zijn gekomen, dan wel dat er in ieder geval een handels‑
                      relatie aanwezig was. Overigens was er ook een directe
                      handelsrelatie tussen Motya en Corinthe.

                  Zie:    J Beloch "Die Könige von Karthago" in:KLIO VII 1905.
                               G.Ch.Picard, Le pouvoir suprême à Carthage, OLA 26, Brussel 1986.