zondag 5 juli 2015

140. Pyrrhus op Sicilië.

          3.16.2. Pyrrhus op Sicilië.

          In 278 weet Pyrrhus de Carthaagse blokkades te omzeilen en landt in
          Syracuse. Op het land verslaat hij de Carthagers waar hij maar wil. De
          Carthagers weerstaan hem in het open veld ook nauwelijks en zeker niet
          in een grote veldslag. Ze weten immers hoezeer de Romeinen inmiddels
          zijn afgetuigd en die moeten wel opgelucht hebben ademgehaald bij het
          vertrek van Pyrrhus naar Sicilië.
          Griekse overleveringen beweren, dat de Carthagers zo'n 50.000 man
          hadden samengetrokken bij Syracuse, terwijl Pyrrhus nauwelijks 10.000
          man onder zijn bevel had. Het grote aantal van 50.000 is weer erg
          onwaarschijnlijk. De Carthagers zouden niet goed wijs zijn, wanneer ze
          een vijfvoudige overmacht niet ten nutte hadden kunnen maken.
          De Fenicische stam en de Carthaagse loot daarvan, was in verhouding
          tot de omringende volken slechts gering in aantal en ze hadden al de
          grootste moeite om hun vloot te bemannen. een leger van 10.000 tot
          20.000 man als troepenmacht (huurlingen inbegrepen), is in dit geval
          veel waarschijnlijker.
          Pyrrhus krijgt op Sicilië inmiddels steun van de tirannen Heraclides,
          Thoinon en Sosistratos. Ook de meeste Sicilioten erkennen hem als hun
          koning. Het leger van Pyrrhus zwelt nu snel aan tot 30.000 man in de
          tijd, dat hij dwars over het eiland naar Henna, Akragas en Segesta
          trekt. Bij de berg Eryx stuit hij voor het eerst op werkelijk serieus
          verzet. Zware stormaanvallen en belegeringswerktuigen zijn nodig om in
          de vesting door te dringen. Het volgende doel was Panormus, dat in de
          luwte van de berg Heircte ligt. Lilybaeum, waarop de Carthagers hun
          krachten concentreren, laten de Grieken links liggen. Na Panormus ook
          veroverd te hebben, zwenkt Pyrrhus helemaal terug naar Messana, waar hij

          voor de poorten van de stad de Mamertijnen verslaat.

          HET VERDRAG VAN 278
              Het verdrag, wat Rome en Carthago in 278 afsluiten, is
              omhuld met onduidelijkheden en mogelijkheden tot verschil‑
              lende interpretaties. Philines beweert stellig, dat er
              afgesproken is, dat Rome het bij Italië zou houden en
              Carthago zou Sicilië tot zijn invloedssfeer mogen rekenen.
              Polybius meldt niets over die afspraak, omdat mogelijk de
              Romeinse administratie een dergelijke voor Rome bezwarende
              afspraak op schrift niet openbaar wilde maken. Een afspraak,
              die Rome later zo flagrant zou schenden.
              Volgens Tenney Frank in "The Cambridge Ancient History" (vol
              vii, 1928 pag.672) behelst het verdrag ook de overeenkomst,
              dat het Romeinse leger Carthago zou helpen in Sicilië, terwijl
              voor de terugkeer Carthago dan zou zorgen voor de noodzake‑
              lijke transporten.
              Heel wat meningen en interpretaties, waarbij de meeste beoor‑
              delaars een lichte ondertoon laten doorklinken, dat Philines
              het het meest bij het rechte eind gehad moet hebben, omdat
              hij over meer informatie beschikte dan Polybius (III).

          De stad zelf krijgt Pyrrhus niet in handen en tenslotte keert Pyrrhus in
          278 terug naar Syracuse. In een jaar tijd is de situatie grondig
          veranderd. In 279 waren de Carthagers heer en meester op het grootste
          deel van het eiland, maar nauwelijks een jaar later hebben ze nog maar
          één groot steunpunt over. Toch is er een lichtpunt voor de Carthagers in
          deze voor hen zo donkere tijd. In 277 worden onderhandelingen gevoerd om
          tot vrede te komen. De Carthagers willen zich bij de status quo
          neerleggen en dus alles op Sicilië afstaan behalve Lilybaeum. Dat wilden
          de Siciliaanse Grieken niet aanvaarden. Ook Lilybaeum moest worden
          overgedragen en dat ging weer net iets te ver voor de Carthagers.
          De oorlog ging dus verder en de Grieken slaan het beleg voor Lilybaeum
          in 276. Lilybaeum beschikte over een groot aantal katapulten en een
          sterke bezettingsmacht. Na twee maanden vruchteloze aanvallen zijn de
          Grieken geen steek opgeschoten en Pyrrhus geeft het beleg op. Met bruut
          geweld noch met enige list blijkt de stad te nemen, terwijl Carthaagse
          schepen voortdurend versterkingen aanvoeren. Dan speelt ook Pyrrhus in
          navolging van Agathocles met de gedachte van een directe aanval op
          Carthago. Daar voelen de Siciliaanse Grieken niet veel voor; het
          uiteindelijke debâcle van een dertigtal jaren geleden staat nog vers in
          het geheugen.
          Toch probeert Pyrrhus zijn wil door te drukken en dat nu roept voor het
          eerst daadwerkelijk verzet op bij de Griekse steden op Sicilië. Na
          verloop van tijd kiezen zelfs enige steden openlijk partij voor de
          Carthagers. Daar zal ook wel een economisch motief achter gezeten
          hebben, want de Carthaagse vloot zat niet stil. De kust van Sicilië werd
          vakkundig geblokkeerd en de strooptochten op onbeschermde kustplaatsen
          kwamen steeds meer voor.
          Zo keerde op Sicilië langzaam het tij en Carthago met zijn Punische en
          Griekse bondgenoten op het eiland klauterde langzaam uit de diepe kuil.
          In Italië werd Tarentum opnieuw bedreigd door de Romeinen, terwijl ook
          op Sicilië Pyrrhus zijn overwinningen niet kan uitbuiten. Hij verliest
          de moed en de belangstelling voor het eiland, terwijl nu de Siciliaanse
          Grieken denken het wel zonder hem te kunnen.
          Nog in 276 moet Pyrrhus zich zelfs terughaasten naar Italië, want de
          Romeinen zien hun kans schoon en zijn bezig om de Lucaniërs en de
          Bruttiërs aan zich te onderwerpen. Bovendien gaan vele Griekse kuststeden
          in hun handen over.

            ZEESLAG VOOR Lucanië
                  In deze zeeslag voor de kust van Lucanië worden
                  70 schepen (oorlog+transport) van Pyrrhus tot zinken
                  gebracht. 28 schepen worden zwaar beschadigd en er keren
                  slechts 12 onbeschadigd aan land terug. De
                  sterkte van de Carthaagse vloot moet tussen de
                  100 en 200 schepen hebben bedragen.

          Pyrrhus vertrekt met 110 oorlogsschepen en vele transportschepen uit
          Syracuse, maar onderweg ontmoet hij de zowat complete Carthaagse vloot,
          die nu wraak gaat nemen voor de verliezen op Sicilië. Maar liefst 70
          Griekse oorlogsschepen worden tot zinken gebracht. Een deel van de
          Syracusaanse vloot weet niettemin Locroi te bereiken, waar Pyrrhus nog
          23000 man kan laten debarkeren. In Italië verbindt Pyrrhus zich met de
          Samnieten, maar in de eerste de beste veldslag bij Beneventum tegen
          consul Dentatus verliest hij. In 274 moet hij ijlings terug naar Epirus
          om daar de Macedonische invallen te keren. In een ordinair straatgevecht
          te Argos sneuvelt hij tenslotte. Wel een erg triest en ongepast einde
          voor zo'n groot veldheer.

          De Carthagers kunnen ondertussen in recordtempo hun oude posities op
          Sicilië weer innemen. Alleen Syracuse blijft onafhankelijk. Hiermee
          eindigt de Grieks‑Punische confrontatie op Sicilië in, zo lijkt het, een
          definitieve overwinning voor Carthago, maar er was wel de vreemde hulp
          van Rome voor nodig. De Carthagers kunnen maar een paar jaren van hun
          overwinning genieten, want inmiddels hebben de Romeinen vaste voet
          gekregen in de punt van de laars van Italië en zij zullen zich niet tot
          Italië beperken in hun agressie. Ironisch genoeg hebben de Carthagers
          zelf de Romeinen daadwerkelijk daar gebracht.
          Voorlopig staat Carthago na de "affaire Pyrrhus" op het toppunt van haar
          macht en heerst zij met haar vloot over het grootste deel van de
          westelijke Middellandse zee en waarbij het alleen Utica toestaat een bijzondere
            aparte positie in te nemen..