zondag 5 juli 2015

139. De achtste Siciliaanse oorlog.

3.16.De achtste Siciliaanse oorlog.
De naar het zuiden oprukkende Romeinen moeten op den duur wel in conflict komen met de overgebleven “vrije”Griekse steden. Op een gegeven moment wordt aldaar in Zuid-Italië de stad Thurioi bedreigd door de Bruttiërs. Thurioi roept dan de hulp in van de Romeinen, maar Thurioi is  ook het gebied, dat tot de belangensfeer van Tarentum en Rhegium behoort. Daar komt nog bij, dat een Romeinse vloot het Lacinische voorgebergte voorbij vaart. Dat wordt de Tarentijnen teveel en ze verdrijven deze Romeinse vloot. Sinds 282 bestaat er dan ook de staat van oorlog tussen Tarentum en Rome. Op zichzelf had Tarentum geen kans tegen de goed geoefende Romeinse legioenen, maar ze halen een geduchte hulp in huis. Koning Pyrrhus van Epirus is wel genegen om Tarente te komen helpen. Zijn werkelijke bedoelingen gaan echter veel verder, zoals later zal blijken. Met de komst van deze voortreffelijke veldheer escaleert de oorlog op het Italische schiereiland en vormt tevens de inleiding van de achtste Siciliaanse oorlog, waarbij voornamelijk Grieken en Carthagers tegen elkaar op het eiland komen te staan.

3.16.1.De Romeins/Carthaagse samenwerking.

Terwijl Pyrrhus in Zuid-Italië de Romeinen een aantal malen verslaat, zijn de Grieken van Syracuse nog steeds met elkaar aan het bakkeleien. Op dat moment grijpt Carthago in bij de Grieks-Romeinse oorlog en dat had men achteraf bezien beter kunnen laten, want door de Romeins/Carthaagse samenwerking zouden de Romeinen uiteindelijk bij Rhegium terecht komen en dan nog maar een kleine aanleiding nodig hebben op de zeestraat naar Sicilië over te steken. Begrijpelijk is het Carthaagse ingrijpen wel. Men had al veel te veel last met Griekse avonturiers en men was blij nu na de Etrusken een andere bondgenoot te vinden op het Italische schiereiland. Bovendien had men al een lopend vriendschapsverdrag met Rome. Admiraal Mago verschijnt dan ook met 120 tot 130 schepen te Ostia en Justinius en Valerius Maximus melden ons, dat hij deze vloot de Romeinen als hulp aanbiedt. Het is merkwaardig, dat in eerste instantie het aanbod door de Romeinse senaat wordt afgewezen. Mago zou zich dan in verbinding gesteld hebben met Pyrrhus om uit te vinden, wat zijn plannen met Sicilië waren. Of dit werkelijk gebeurd is, is onzeker. Zo het al gebeurd is, dan is het te betwijfelen, of het serieus bedoeld was. Het lijkt dan meer op een mooi uitspelen van Grieken en Romeinen t.o.v. elkaar. In ieder geval schrikken de Romeinen waarschijnlijk zo van dit mogelijke contact met Pyrrhus, dat ze nu opeens wel genegen zijn tot een wederzijds militair verdrag op gelijkwaardige basis. En dat mag best opmerkelijk genoemd worden. Het is inderdaad een van de zeer weinige militaire verdragen, die Rome afsluit op gelijkwaardige basis.

De krijgsheer.
Het was dus ook een tijd van krijgsheren, althans vooral in de Grieks-Romeinse wereld. De Griekse krijgsheer Pyrrhus is zo’n prachtig voorbeeld. Hij was de eerste, die in Italië met krijgsolifanten ten tonele verscheen. Hij werd te hulp geroepen door de stad  Taras/Tarentum, dat door Rome in zijn onafhankelijkheid werd bedreigd. Pyrrhus was koning van Epirus en hij bevocht in 280-279 v.C. twee nipte overwinningen op de Romeinen. Hij leed echter zoveel verliezen daarbij, dat hij van een aanval op Rome zelf moest afzien. Vervolgens werd hij door de Grieken van Sicilië te hulp geroepen en daar verdreef hij de Carthagers uit al hun steunpunten, behalve Lilybaion (Marsala). Dat betekent overigens: van hier gaat het naar Libyë. Uiteindelijk verlaat de militaire avonturier Sicilië weer. Hij schijnt toen iets gezegd te hebben in de trant van: Wat laat ik hier een prachtig strijdtoneel achter voor Rome en Carthago. Zijn vloot wordt op de terugtocht door de Carthaagse vloot zwaar gehavend. Terug in Italië verliest hij opnieuw terrein t.o.v. de Romeinen en keert terug naar Epirus. In 272 v.C. komt hij aan zijn einde bij een straatgevecht in Argos, althans volgens o.a. de overgeleverde boeken van met name Diodoros.

1.6.Pyrrhus             P.Lévèque            Paris 1957

Zie Boek 280.PLUTARCH. Ausgewählte Biographien des Plutarch. 2.Timoleon u. Pyrrhos. Otto Siefert – Friedrich Blass. Leipzig. Druck und Verlag von B.G.Teubner. 1879. Het is een schooluitgave. Genealogie van de Dionysius-familie. Chronologisch overzicht. De Griekse teksten zijn van inleidingen voorzien en worden in ‘notes’ verklaard. Grieks-Duitse woordenlijst.

          In het jaar 279 zeilt Mago aan op Rhegion. Hier zet hij de meegenomen
          Romeinse soldaten af. Een poging om Messana te nemen mislukt. Daarna
          zeilen de Carthagers door naar Syracuse, blokkeren de haven en van de
          landzijde wordt de belegering begonnen door een Carthaags leger. Het
          lijkt er dan eindelijk op, dat geheel Sicilië in Carthaagse handen
          geraakt, inclusief Syracuse, dat zich nog nauwelijks kan verdedigen.
          Pyrrhus heeft de Romeinen in Zuid‑Italië enige gevoelige nederlagen
          bezorgd, maar daarbij ook zelf aanzienlijke verliezen geïncasseerd. De
          Grieken op Sicilië roepen dan zijn hulp in, want niets schijnt de
          Carthagers nu nog van de volledige overwinning in Sicilië af te kunnen
          houden.