zondag 5 juli 2015

137. Vredesverdrag van 306 v.C

                                               PTOLEMEUS
                  Omstreeks deze tijd heeft Ptolemeus van Egypte de streek
                  Cyrenaïca weer onder zijn gezag gebracht. De Cyreners waren
                  nl. in 313 in opstand gekomen en in 312 nam Ophellas daar
                  het roer over.
                  Ptolemeus schijnt zich dit keer niet tevreden gesteld te
                  hebben met de grens van de 'Arae Philaenorum', maar hij
                  verlegt de grens een stuk westelijker tot Euphrantas.
                  Veertig jaren later is de oude grens echter weer in functie.
          
3.4.12.Het vredesverdrag van 306.

          De oorlog sleept in Sicilië in 307 en 306 nog een tijd voort. Voor een
          goed deel gebeurt dat tussen Grieken onderling. Tenslotte komt het na
          vijf jaren oorlog toch tot een vrede, waarbij Agathocles 153 talenten en
          200.000 medimni tarwe ontvangt. De kennelijke afkoopsom voor Carthago om
          tot de zo zeer door deze stad nagestreefde vrede te geraken.
          De Halykos was en blijft de grens tussen het Griekse en het Carthaagse
          deel van het eiland. Selinous, Ras Melkart en Thermai komen dus weer
          onder Carthago. Zo eindigde de zevende Siciliaanse oorlog, die voor een
          deel ook voor het eerst op Afrikaanse bodem werd uitgevochten. De oorlog
          eindigde net zoals hij begonnen was met geen enkele wezenlijke
          terreinwinst voor geen van de partijen.
          In het laatste oorlogsjaar komt het tot een hernieuwd verdrag tussen
          Rome en Carthago. Het is de voorbode van een daadwerkelijk samengaan
          tegen de Grieken.

          Zowel Carthago als Agathocles hebben nu de handen vrij voor verdere
          avonturen. Agathocles doet dat vooral in Italië en bouwt vooral zijn
          Syracusaanse vloot weer op. Op het eind van zijn leven schijnt
          Agathocles nog met de gedachte gespeeld te hebben om Afrika ten tweede
          male binnen te vallen. Vergif verijdelt dat waarschijnlijk en wel in
          289. Daarmee is het tweede grote dodelijke Griekse gevaar na dat van
          Dionysius voor Carthago van het strijdtoneel verdwenen.