zondag 26 april 2015

125.De vredesperiode van 338 tot 310.

          3.13.   De vredesperiode van 338 tot 310.

          Meer dan een kwart eeuw kan Sicilië op adem komen van de bijna 80 jaren
          voortdurende reeks van oorlogen op een rij. Alle partijen zijn daar wel
          aan toe. In de nu aangebroken vredesperiode worden veel barrières
          geslecht tussen het Carthaagse gemenebest en de Griekse wereld. Ondanks
          de steeds weer oplaaiende strijd met Syracuse, gaat Carthago meer en
          meer aandacht besteden aan de handelsrelaties met Magna Graecia.

          Inmiddels heeft Alexander de Grote zijn immense Hellenistische rijk in
          het oosten gevestigd. De Carthagers houden zich muisstil en verroeren
          zich niet, als Alexander hun moederstad Tyrus met de grond gelijk maakt.
          De Carthaagse diplomatieke afvaardiging in Tyrus mag vertrekken, maar
          moet minstens 8000 Tyriërs achterlaten.*
          Ondanks het feit, dat Tyrus al lang niet meer zo belangrijk was en dat
          Carthago in feite al het vaandel van de Feniciërs had overgenomen,
          moet de val van Tyrus toch een verpletterende indruk hebben
          achtergelaten in Qart Hadasjt. Men stond nu echt verder helemaal alleen.
          Een restant van een Oosters volk, verdwaald in een westelijke wereld,
          die steeds meer Griekse trekken kreeg.
          Alexander rukt met zijn Grieks/Macedonische leger verder op naar Egypte
          en Cyrenaïca (Siwah), maar laat de Carthaagse gebieden toch met rust.
          Carthago stuurt wel een spion naar Alexander's leger (Hamilcar
          Rhodanus), die moet nagaan, wat de bedoelingen van Alexander zijn. Die
          schijnt inderdaad van plan te zijn geweest om 1000 oorlogsschepen te
          bouwen en om een weg aan te leggen door de woestijn van Libyë. De dood
          van Alexander in 323 heeft Carthago reeds in deze eeuw voor de ondergang
          gered.

          Het is in deze tijd, dat Oost‑Fenicië definitief onder de
          Grieken/Macedoniërs komt. Was de culturele invloed al sterk aanwezig in
          bijvoorbeeld Sidon en Arados; in 332 komt er tevens een militaire en
          bestuurlijke onderworpenheid bij. Op Sicilië blijft de toestand vrij
          rustig, want zowel Grieken als Carthagers houden zich aan de afgesproken
          vrede.


          * Quintus Curtius vermeldt twee Carthaagse ambassades naar Tyrus. De  eerste is de normale en doet zijn jaarlijkse religieuze verplichting. De tweede schijnt puur diplomatiek van aard te zijn. Die moet de Tyriërs  duidelijk maken, dat men hen militair niet kan helpen. Zie verder blz. 116 van deel Een, par.3.5.2.

              CYRENE heeft zich inmiddels losgemaakt van Egypte. In en om de
              stad woedt een burgeroorlog. De ene partij wordt geleid door de
              Spartaan Thibron, terwijl de andere partij de meeste Cyreners
              achter zich weet te scharen (30.000). Deze laatst genoemde partij
              wordt door de Carthagers in ieder geval financieel ondersteund.
              Enige munten uit deze tijd hebben de Carthaagse palm op de achter‑
              kant!
              Toch overwint Thibron, maar daarna grijpt Ptolemeus in en brengt
              uiteindelijk het gehele gebied weer onder Egypte (Ophellas).
              Waarschijnlijk schuift de grens tussen het Carthaagse en
              Ptolemeïsche rijk wat naar het westen op. Strabo acht Euphrantas
              Pyrgos als de grensplaats sindsdien. In 320 noemt het vredesver‑
              drag van Triparadeiros een gebied verder dan Cyrenaïca als be‑
              horend tot Ptolemeus. Tevens wordt in dat verdrag bepaalt, dat
              al het land in die verdere richting van Ptolemeus zou zijn!

          Gestaag wordt een redelijke verstandhouding opgebouwd tussen Puniërs en
          Grieken en dat na zoveel oorlogsgeweld. Zelfs in Carthago vestigt zich
          een kleine Griekse handelskolonie. Carthago functioneert verder als
          bemiddelaar tussen diverse Griekse steden, die om de haverklap met
          elkaar overhoop liggen. Anderzijds komt er een steeds grotere
          wederkerige invloed op elkaar.

          In Noord‑Afrika heeft het Carthaagse rijk achter de rook van de
          Siciliaanse oorlogen goeddeels definitief zijn vorm bereikt. Alle
          Fenicische kolonies op de Afrikaanse kust zijn nu tot het Carthaagse
          gemenebest toegetreden. Alleen Utica blijft in naam onafhankelijk en zal
          dat tot het einde van de 2e eeuw blijven. Nog in het verdrag met
          Philippus van Macedonië wordt de stad in 215 apart vermeld.
          Alle overige kolonies moeten aan Carthago een jaarlijkse schatting
          betalen en manschappen en schepen leveren. Zo moet Leptis bijvoorbeeld
          465 talenten betalen. Dat is een onwaarschijnlijk hoge som.
          Als tegenprestatie genieten de oude Fenicische nederzettingen
          bescherming van Carthago, hun nieuwe hoofdstad. Dit is een geheel andere
          constellatie dan in Oost-Fenicië. Daar waren lange tijd minstens vier
          steden meestal onafhankelijk van elkaar met ieder voor zich hun
          bijsteden en bijhavens. In West-Fenicië is er één grote aanvoerder‑
          stad, die tracht te redden, wat er nog te redden valt aan Fenicische
          cultuur en macht. En dat lijkt lange tijd nog heel veel te zijn.
          Inmiddels zijn de Feniciërs al 8 eeuwen in het westelijke deel van de
          Middellandse zee daadwerkelijk aanwezig en bepalen zij daar goeddeels de
          vooruitgang van cultuur en beschaving. Dit is een immens lange tijd, die
          pas in de laatste eeuw veel strijd heeft gekend met een dodelijk
          concurrent. Er staat echter een nog grotere worsteling voor de deur met
          zowel de Grieken als de Romeinen.
          In het Afrikaanse binnenland spreken de inheemse vorsten steeds meer het
          Punisch en ook het Libysche en het Berbervolk gaat daartoe over. De
          landerijen worden groter in omvang en in aantal, bewerkt door vele
          duizenden slaven. Carthago's greep op het binnenland wordt steeds
          sterker, maar ook andersom, is een beïnvloeding merkbaar. Carthago is in
          deze tijd niet alleen de eerste Kanaänietische stad, maar wordt tevens
          de eerste Libysche stad. Het aantal pure Feniciërs zinkt in het niet
          bij de ontstane bevolkingsgroep, die we aanduiden met de naam Liby‑
          Feniciërs.

              CHAOS op Oost‑Sicilië.
              De Oligarchische partij staat onder de leiding van Sosistratus,
              maar deze moet uit Syracuse vluchten. De situatie is in deze
              periode erg verward, maar wel is zeker, dat Carthago erbij be‑
              trokken raakt. Op een gegeven moment ligt er zelfs weer een
              Carthaags leger voor Syracuse.

Agathocles
Een nieuwe avonturier meldt zich in Syracuse en weet na verloop van tijd delen van Oostelijk Sicilië in handen te krijgen.
Agathocles moet overigens zijn veroveringen in 315 weer afstaan na een fel Carthaags protest. Messana en Mylae worden dan ook ontruimd. Ondertussen vormt zich een anti‑Syracuse verbond van Akragas, Messana en Gela.
          Zie Boek 149.DIE HERRSCHAFT DES AGATHOKLES.
          Helmut Berve. Sitzungsberichte der Bayerischen Akademie der  Wissenschaften. Jahrgang 1952, Heft 5, München 1953. Gaat  vooral in op de ter beschikking staande bronnen. Van belang  vanwege de confrontatie met Carthago.
Wat is waar en niet waar van de overlevering door Diodoros, of wat is onwaarschijnlijk. Op wie heeft Diodoros zich gebaseerd?
Leemte in de periode 319/8 - 316/5. inname Messana in 313/2.  vrede van 314/3 . Naar Afrika in 310. Met 2000 man van Afrika terug in 308/7. 304: Agathocles aan de macht in Syracuse. 299 Corcyra onder A.