zondag 26 april 2015

126.De zevende Siciliaanse oorlog.

          3.14.   De zevende Siciliaanse oorlog.

          De oorlog vindt zijn kiem, waar anders (?), in Syracuse met interne
          onlusten. Daar probeert een nieuwe avonturier de macht te grijpen door
          dankbaar gebruik te maken van een aan de gang zijnde klassenstrijd
          tussen de "Gamoren" en de lagere bevolkingsgroepen. "Gamoren" zijn
          landheren, die constant in de geschiedenis van Syracuse een rol gespeeld
          hebben. Reeds rond 500 was die klassenstrijd aan de gang. De landheren
          waren toen gevlucht naar een nabij gelegen stad, maar werden door Gelo
          van Gela in 485 weer teruggebracht naar Syracuse. Ook nu roert de oude
          tegenstelling zich in alle hevigheid. Het is niet helemaal duidelijk
          welke de nieuwste Griekse condottiere Agathocles in deze strijd kiest.
          In ieder geval blijft hij verbannen, maar hij geeft niet op en blijft
          Syracuse bedreigen. Dan vindt Carthago, dat de Griekse zaakjes weer uit
          de hand gaan lopen en men probeert te bemiddelen om te voorkomen, dat er
          weer een complete Siciliaanse oorlog gaat ontstaan. De vreedzame
          contacten tussen Grieken en Carthagers op het eiland komen in gevaar en
          daarom komt Carthago met een compromis. Agathocles wordt militair
          commandant, maar van het burgerlijk bestuur moet hij afblijven. Daarmee
          halen de Carthagers een gevaarlijke wolf binnen het kamp van Syracuse.
          Hamilcar van Carthago schijnt in deze kwestie bemiddeld te hebben. Hij
          laat Agathocles een dure eed zweren de democratie van Syracuse te
          verdedigen en verder, dat hij niets zal doen tegen andere Griekse steden
          en ook nog, dat hij de vriend van Carthago zal zijn.
          Dat zal teveel van het goede blijken te zijn.

          Agathocles zal dus de belangen van Carthago gaan verdedigen en in ruil
          daarvoor krijgt hij de steun van Hamilcar, die zelfs 5000 huurlingen bij
          hem achterlaat. Hamilcar moet Agathocles wel erg vertrouwd hebben, net
          zoals een kleine eeuw tevoren  Dionysius door Himilco werd vertrouwd. De
          Carthagers hadden het zo langzamerhand toch moeten weten. Het woord of
          een eed van een Griekse condottiere stelt niets voor. Niettemin is het
          begrijpelijk, wat Hamilcar doet, want had men geen goede ervaring
          opgedaan met Timoleon?
          Agathocles is echter geen rechtschapen man en neemt geen genoegen met
          dit "wegpromoveren". Zodra hij de gelegenheid heeft, breekt hij zijn
          woord en grijpt de absolute macht over Syracuse. In het jaar 311 heeft
          hij Messana veroverd en bedreigt hij Akragas. Op het moment, dat de
          strijdkrachten van Agathocles de Halykos overschrijden, moet Carthago
          noodgedwongen weer grootscheeps in actie komen.

Map 18: Diodorus van Sicilië, C.H.Oldfather, Cambridge Massachusetts, Harvard Univ.Press, 1946, William Heinemann, London.


              HAMILCAR
              Er komen nogal wat Hamilcar's voor in de geschiedenis van
              Carthago. Hierdoor komen er vaak verwisselingen voor. De
              Hamilcar, die Agathocles in Syracuse wegpromoveerde, is
              bijvoorbeeld niet dezelfde als de Hamilcar, die daarna zal
              optreden en tenslotte bij Ecnomus Agathocles zal overwinnen.
              Voor het zover is, sturen de Carthagers eerst in 313 een
              vloot van 60 oorlogsschepen naar Agrigentum, dat door Agathocles
              wordt aangevallen. Vluchtelingen uit Syracuse vormen bij Centuripae
              een eigen leger onder Deinocrates. De Carthagers doen nog in dat‑
              zelfde jaar een aanval op de haven van Syracuse, waarbij door hun
              vloot van 50 schepen er o.a. één Atheens koopvaardijschip tot
              zinken wordt gebracht en één wordt buitgemaakt.
              In 312 proberen de gevluchte Syracusers hun stad te heroveren, maar
              worden vanuit Galeria teruggeslagen door de huurlingen van
              Agathocles.
              In 311 gaan in een door Diodorus vermelde storm 60 Carthaagse oor‑
              logsschepen en 200 transportschepen ten onder. Carthago is in grote
              droefheid daarover en men drapeert de muren met zwarte doeken.