donderdag 11 december 2014

79. Fenicische kolonisatie van de Noord-Afrikaanse kust

          2.6.    De Fenicische kolonisatie van Noord‑Afrika.
 
          In de eerste eeuwen na de tot stand  koming  van  de  verbinding  tussen
          Tartessië en Fenicië werden op de Noord‑Afrikaanse kust vele  zij  het
          provisorische aanleg‑ en uitwijkplaatsen gesticht. Alleen  Hippo,  Utica
          en Carthago waren plaatsen van enige allure.  In  de  periode,  dat  het
          moederland Fenicië als thuisbasis voornamelijk werd  uitgeschakeld  en
          de Feniciërs van het westen zo langzamerhand op  eigen  kracht  verder
          moesten, groeiden  vele  provisorische  factorijen  uit  tot  goeddeeels
          onafhankelijke plaatsen.
 
          2.6.1.  De Mauretaanse Middellandse zeekust.
 
          Slechts enkele plaatsen zijn ons bekend geworden. Er is  allereerst  het
          oude Abyla aan de straat van Gibraltar,  dat  nu  Ceuta  genoemd  wordt.
          Abyla ligt op  een  uitstekend  verdedigbare  landtong  en  beheerst  de
          zeestraat, die Afrika van Spanje scheidt.
          Twintig kilometer zuidelijker ligt het voorgebergte  Ras‑Tarf  en  enige
          kilometers het binnenland in ligt de inheemse stad Tamuda.  Aldaar  zijn
          Fenicische vondsten gedaan uit vooral de latere tijden. Tamuda is  het
          huidige Tetouan.
          Verder naar het oosten gaand komen we het huidige Al‑Hoceima tegen,  dat
          voor de scheepvaart een voortreffelijke natuurlijke haven heeft. Het  is
          hoogstwaarschijnlijk, dat hier de Feniciërs een steunpunt  hadden.  Na
          de kaap van de "Trois Fourches" ligt  Melilla.  De  Feniciërs  noemden
          deze plaats Rusaddir.
          Vijftig kilometer oostelijker liggen voor de kaap "Ras‑el‑Ma"  een  paar
          eilandjes de "Chafarinas".  Het  is  een  uitstekende  plaats  voor  een
          Fenicisch steunpunt, maar helemaal zeker is dat niet.
          _______________________________________________________________________
                  Zie:    P.Cintas:"Contribution à l'étude de l'expansion cartha‑
                          ginois au Maroc: un sanctuaire précarthaginois sur la
                          greve de Salammbô." In:Revue Tunesienne, 1947.
          2.6.2.  De Numidische kust.
 
          De  Numidische  kust  is   zo   mogelijk   nog   dichter   bezaaid   met
          nederzettingen. Ook hier moet  een  onderscheid  gemaakt  worden  tussen
          mogelijke en traceerbare Fenicische steunpunten.
 
          tabel 5. Traceerbare plaatsen en mogelijke plaatsen
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-------------------------------------------------
                  Portus Magnus*                            (Rachgoun)
                  Cartennas                               (Mersa Madakh)
                  Cartili                                   (Oran)
                  Gunugu                                    (Mostaganem)
                  Iol                                       (Boudouaou)
                  Tipasa                                    (Zemmouhri)
                  Icosium*                                  (Djenet)
                  Rusguniae                                 (Tigzirt)
                  Rusubicari                                (Ziama)
                  Rusuccuru                                 (al‑Aouna)
                  Rusippisir                                (ras‑Afiah)
                  Rusazus                                   (Stora)
                  Igilgili                                  (Chetaibi)
                  (Chullu)                                  
                  (Saldae)                                  (el‑Kala)
                  Rusicade                                 Hippo Regius*
                  Thabraca
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑---------------------------------------------------
 
          Tussen haakjes staan de latere namen. Met een * voorzien betreft het  de
          Latijnse naam. Met name de woorden, beginnende met 'Rus' of 'Cart'  zijn
          typisch Fenicisch. Het betekent respectievelijk 'kaap' en 'nieuw'.
          Maar liefst minstens 18 plaatsen hebben een Fenicische stichting gekend,  ofwel
          zijn door de Feniciërs overgenomen van de inheemse bevolking. Nog eens
          14 plaatsen komen met waarschijnlijkheid in aanmerking daarvoor.
          Op de bijna 1000 km lange Numidische kust moeten  er  minstens  zo'n  30
          ankerplaatsen geweest zijn voor de Fenicische schepen. Na  elke  30‑40
          km was er altijd wel een beschutte aanlegplaats  te  vinden.  Niet  alle
          nederzettingen hebben zich tot een stad ontwikkeld.  De  meesten  bleven
          een versterkt dorp, maar Tipasa, Hippo Regius,  Icosium  en  Iol  moeten
          omvangrijker van omvang en allure geweest zijn.
          Lang niet alle nederzettingen zijn al tussen 750 en 650 gesticht. Tussen
          Cartennas en Mostaganem is een opmerkelijke leegte. De kust  hier  leent
          zich ook niet zo goed voor havens.
 
                  Zie:    "Fouilles puniques à Tipasa", P Cintas (1948).
                          In:Revue Africaine (XCII) 1949 pag 1‑88.
 
 
Zie: Atlas van de Fenicische en Punische stammen, steden en volken.
Fenicisch en Punische nederzettingen op de kust van Algerije:
          41A.    regio Oran
          41B.    West Algerije
          41C.    Les Andalouses
          41D.    Mersa Madakh
          41E.    Oued Tafna/Rachgoun
          41F.    Rachgoun
          41G.    Hart van Masaesylië
          41H.    Centraal Algerije
          41I.     Tenes
          41J.    Romeinse haven van Tipasa
          41K.    Tipasa: overzicht
          41L.    Punisch Tipasa
          41M.    Woongebied bij de zee te Tipasa
          41N.    Regio Algiers
          41O.    Groot‑Kabylië
          41P.    Klein Kabylië
          41Q.    Oost‑Algerije
 
                  Zie:    "Fouilles puniques à Tipasa", P Cintas (1948).
                          In:Revue Africaine (XCII) 1949 pag 1‑88.
 
 
Zie: Atlas van de Fenicische en Punische stammen, steden en volken.
Fenicisch en Punische nederzettingen op de kust van Algerije:
          41A.    regio Oran
          41B.    West Algerije
          41C.    Les Andalouses
          41D.    Mersa Madakh
          41E.    Oued Tafna/Rachgoun
          41F.    Rachgoun
          41G.    Hart van Masaesylië
          41H.    Centraal Algerije
          41I.     Tenes
          41J.    Romeinse haven van Tipasa
          41K.    Tipasa: overzicht
          41L.    Punisch Tipasa
          41M.    Woongebied bij de zee te Tipasa
          41N.    Regio Algiers
          41O.    Groot‑Kabylië
          41P.    Klein Kabylië
          41Q.    Oost‑Algerije