donderdag 24 december 2015

151.Het begin van de zeeoorlog.

4.2.3.    Het begin van de zeeoorlog.

Gedurende de 24 jaren lange oorlog wisselen de kansen erg. Nu eens wonnen de Romeinen een beslissend lijkende zeeslag, dan weer vernietigden de Carthagers of stormen hele Romeinse vloten. Wat dominerend in deze zeeoorlog was, was niet zozeer de strijd in de zeeslagen, maar wel de voldoende aanvoer van expeditietroepen en voldoende bevoorrading naar de bedreigde zeevestingen op Sicilië. Ook blokkades van vijandelijke havens komen vrij vaak voor, terwijl de Carthagers vooral grepen naar het wapen van plundering der vijandelijke kusten. Vooral daar waren zij succesvol in. Lange tijd lagen de handel en de scheepvaart stil langs de Italische kusten. Anderzijds moesten de Carthagers voortdurend in de weer zijn om door blokkades van Romeinse schepen heen te glippen, teneinde de overgebleven steunpunten op Sicilië nog te kunnen bereiken. Niettemin is het toch uiteindelijk een zeeslag geweest tussen een transportvloot en een blokkadevloot, die het einde van de oorlog inluidde. Door de vele en kleinere gevechten zouden de Carthagers bijna geen schepen meer over houden.
Toch zijn de Carthagers lange tijd in de zeeoorlog succesvol geweest en zeker in het begin. In de eerste jaren is er ook nog nauwelijks een Romeinse vloot, die weerstand kan bieden aan de Carthaagse eskaders. Van 264 tot 261 beheersen de Carthagers zelfs de Italische kusten en ontregelen een goed deel van de Romeinse economie.
Uiteindelijk zien de Romeinen in, dat ze deze oorlog alleen kunnen winnen, als ze zelf een vloot hebben. Geholpen door de stranding van een groot Carthaags schip op de Italische kust (fabeltje?), begon men op grond van dat model aan de opbouw van een vloot, die in eerste instantie 200 schepen zou gaan tellen. De Carthagers zouden echter de betere zeevaarders blijven en zouden ook veel beter kunnen blijven manoevreren. Om dat zeer waarschijnlijke voordeel teniet te doen, installeerden de Romeinen de "Corvus" op hun schepen. Dat was een soort loopplank met een zware ijzeren pin eronder, die, wanneer de loopbrug werd neergelaten, in het vijandelijke schip bleef steken. Met het construeren van de enterbruggen verwordt het zeegevecht met schepen een landgevecht op schepen. De Romeinen met hun legioenervaring zijn in het landgevecht de beste en zullen ook een aantal zeeslagen op de "Corvus" manier gaan winnen.

In de eerste jaren van de zeeoorlog komt het nauwelijks tot wat grotere gevechten. Pas in 261 komt er actie op grotere schaal. De Carthagers maken met 20 schepen een Romeins eskader van 17 oorlogsschepen buit te Lipara. Het succes van Lipara moet op naam van de Gerusiast Boodes geschreven worden. Even later ontmoet de Carthaagse admiraal Hannibal een veel grotere Romeinse vloot, voert een onbezonnen aanvalsmanoevre uit, verliest veel schepen, maar weet toch aan de vijand te ontkomen door puur alleen de snelheid van zijn schepen.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Zie ook: boek 56 'Oorlogvoering in de klassieke wereld' van John Warry, Helmond 1981
Map 53.7                The Punic Wars Nigel Bagnall           Hutchinson, import: Nilson ISBN 0 09 174421 0
PUNIC WARS Proceedings of the Conference held in Antwerp from the 23th to the 26th of November 1988 in cooperation with the Department of History of the 'Universiteit Antwerpen' (U.F.S.I.A.) Edited by H Devijver and E Lipinski Uitgeverij Peeters Leuven 1989 ORIENTALIA LOVANIENSIA ANALECTA 33


                GEGEVENS MYLAE
                                    Carthagers Romeinen
                ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                sterkte begin       130        145 w.v.100 penteren
                verliezen             ‑50        ‑?
                buit gemaakt        +?         +31
                sterkte eind         80        176 (maximaal)
                ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                De Carthagers verliezen in de eerste aanval 30 schepen
                en in een tweede aanval nog eens 20 schepen. Van deze
                50 schepen worden en 13 à 14 tot zinken gebracht en
                maken er 31 buit. Waar die andere 5 à 6 schepen dan ge‑
                bleven zijn, is onduidelijk..
                Des te opmerkelijker is het, dat de Romeinse admiraal
                Duilius zijn opmars over het land voortzet.