zondag 11 oktober 2015

146.Inleiding deel twee B

INLEIDING

Voordat de drie grote oorlogen tussen Romeinen en Carthagers uitbreken, verstrijken er nog een paar jaren, die op zijn minst hoopgevend waren voor de toekomst van de wereld rond het westelijk deel van de Middellandse zee. De betrekkingen tussen de Romeinen en de Carthagers waren nog vriendelijk. Eerstgenoemden hadden het druk met het consolideren van hun positie op het Apenijnse schiereiland en dachten er nog niet ernstig aan om een grote vloot te bouwen, die de Carthagers de heerschappij ter zee zou moeten betwisten.
Carthago aan de andere kant kan zijn vreugde niet op. De Grieken hebben eindelijk het loodje gelegd. Op Sicilië blijft alleen Syracuse nog autonoom. De Carthaagse vloot beheerst de zeëen en zelfs Massalia waagt het niet om ver van de eigen kusten te opereren. Het Afrikaanse achterland staat vrijwel geheel onder Carthaagse controle en in Spanje neemt de Punische invloed toe.
Carthago lijkt op het toppunt van haar macht en gedraagt zich bij tijden met enige hoogmoed. Volgens Zonaras verschijnt er in 272 een Carthaagse vloot voor de stad Tarente. Heel misschien komt het hier reeds tot een eerste kortstondige confrontatie met de Romeinen. Voor het overige heerst er een vreemde rust over het westelijke deel van de Middellandse zee. Het is de stilte voor de storm.
In het oosten stormt het nog steeds. De Diadochenrijken staan elkaar constant naar het leven en het is ook in deze tijd, dat de Parthen beginnen met de aantasting van het grote Seleucidische rijk. Niettemin onderhoudt Carthago zo goed mogelijke relaties met het Ptolemeëenrijk en het zwakker wordende Seleucië, zolang althans beide rijken niet met elkaar in oorlog zijn.
De Sahara wordt doorkruist met karavanen. Van verdere Atlantische reizen horen we daarentegen niets meer. Carthago is mogelijk tevreden met wat het heeft. Een voor dat kleine volk immens rijk en een nog groter afzetgebied, terwijl de andere Fenicische/Punische nederzettingen, ondanks hun tributen aan Carthago, goed kunnen meeprofiteren.

Het is alleen voor Carthago wat lastig om de vorsten van Numidië, Mauretanië en Iberië in toom te houden. Ook de Sarden wensen baas in het het binnenland van hun eiland te blijven, terwijl de Grieken zich schijnbaar op Sicilië in hun lot van schatplichtigheid schikken. Het ziet er allemaal veel te rooskleurig uit, zoals in de komende decennia zou blijken. Zodra de Carthagers op hun eigen domein zouden worden aangetast (en dat is de vloot en de zee), zou de opgeblazen ballon van welvaart, rijkdom en macht, zij het met moeite, kunnen worden doorgeprikt.